Home

Gerechtshof Amsterdam, 11-11-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3024, 200.360.462

Gerechtshof Amsterdam, 11-11-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3024, 200.360.462

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11 november 2025
Datum publicatie
11 november 2025
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:3024
Zaaknummer
200.360.462

Inhoudsindicatie

Opzegging bankrelatie. Kort geding. HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2929. Toets aan art. 6:248 lid 2 BW noopt tot terughoudendheid. Belangenafweging.

Uitspraak

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.360.462/01 SKG

zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/775017 / KG ZA 25-700

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 11 november 2025

in de zaak van

[appellant] ,

gevestigd in [plaats] ,

appellante,

advocaat: mr. B. Coskun te Amsterdam,

tegen

ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd in Amsterdam,

geïntimeerde,

advocaat: mr. E. Jagt te Amsterdam.

Partijen worden hierna [appellant] en de bank genoemd.

1 De zaak in het kort

[appellant] is een internationale hulporganisatie. Zij bankiert (onder andere) bij de bank. De bank heeft de bancaire relatie met [appellant] opgezegd. In dit kort geding vordert [appellant] – kort gezegd – dat zij bij de bank kan blijven bankieren. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van [appellant] afgewezen omdat de bank contractueel de bevoegdheid heeft de overeenkomst met [appellant] op te zeggen en voorshands niet aannemelijk is dat een bodemrechter tot het oordeel zal komen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de bank van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. Het hof komt tot dezelfde conclusie en bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

[appellant] is bij dagvaarding van 21 oktober 2025 in hoger beroep gekomen van een vonnis in kort geding van 1 oktober 2025 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam, onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen [appellant] als eiseres en de bank als gedaagde (hierna: het bestreden vonnis). De dagvaarding, met producties, bevat de grieven tegen het bestreden vonnis.

2.2.

Na indiening van voormeld processtuk heeft de bank een memorie van antwoord met producties genomen.

2.3.

Op 28 oktober 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De hiervoor vermelde advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen die zij hebben overgelegd. [appellant] heeft nog producties in het geding gebracht.

2.4.

Ten slotte is arrest gevraagd.

3 De feiten

Het hof gaat uit van de volgende feiten die tussen partijen niet in geschil zijn.

3.1.

[appellant] is een internationale hulporganisatie. Sinds maart 2014 bankiert zij bij de bank. Daarnaast bankiert zij bij ING Bank (hierna: ING) en sinds eind 2024 ook bij Triodos Bank (hierna: Triodos).

3.2.

Op de relatie tussen de bank en [appellant] zijn de Algemene Bankvoorwaarden (ABV) van toepassing. Artikel 35 ABV luidt als volgt:

"Artikel 35 – Opzegging van de relatie

U kunt de relatie opzeggen. Wij kunnen dit ook. Opzegging betekent dat de relatie eindigt en alle lopende overeenkomsten zo snel mogelijk worden afgewikkeld.

1. U kunt de relatie tussen u en ons opzeggen. Wij kunnen dit ook. Het is daarvoor niet nodig dat u in verzuim bent met de nakoming van een verplichting. Wij houden ons bij opzegging aan onze zorgplicht als genoemd in artikel 2 lid 1 ABV. Als u ons vraagt waarom wij de relatie opzeggen, dan laten wij u dat weten.

2. Opzegging betekent dat de relatie en alle lopende overeenkomsten worden beëindigd. Gedeeltelijke opzegging kan ook. In dat geval kunnen er bijvoorbeeld bepaalde overeenkomsten blijven bestaan.

3. Als er voor de beëindiging van een overeenkomst voorwaarden gelden, zoals een opzegtermijn, worden die nageleefd. Tijdens de afwikkeling van de relatie en de beëindigde overeenkomsten blijven alle toepasselijke voorwaarden van kracht.”

3.3.

Bij brief van 25 juni 2024 aan [appellant] heeft de bank haar besluit meegedeeld dat zij de bancaire relatie met [appellant] zal beëindigen. Dat besluit is in de brief als volgt gemotiveerd:

"Waarom wordt de relatie beëindigd?

In het kader van het klantenonderzoek heeft de bank u meerdere malen (en wel op 21 december 2023, 13 februari 2024 en 21 maart 2024) gevraagd om te antwoorden op de door de bank gestelde vragen. U heeft deze vragen beantwoord (en wel op 9 januari 2024, 28 februari 2024 en 4 april 2024) door, binnen de gestelde termijn van de bank, verklaringen, informatie en documentatie toe te sturen. De bank heeft uw verklaringen, informatie en documentatie onderzocht, maar heeft deze als onvoldoende beoordeeld. Verder in deze brief leest u waarom de bank tot dit oordeel is gekomen.

Het gebrek aan informatie en inzicht, waarbij integriteitsrisico's zijn geconstateerd, brengt voor de bank onacceptabele risico's met zich mee. De bank heeft onvoldoende comfort omtrent de interne administratieve processen van uw organisatie, vanwege de verantwoordelijkheden en taken die op de schouders van vrijwilligers rusten. Mede hierdoor heeft de bank risico's geconstateerd in de eindbestemming van de gelden die aan uw organisatie zijn gedoneerd.

Daarnaast heeft de bank geconcludeerd dat de geldstromen van uw organisatie niet inzichtelijk en transparant zijn, onder andere door het gebruik van tussenpartijen om de gedoneerde gelden bij hun doelbestemming te brengen. Hierbij verwijst de bank onder andere naar de geldstromen naar een partij in [land] . Uw organisatie heeft hierbij onvoldoende transparantie geboden in de betrokken tussenpersoon alsook in de situatie of de volledige bedragen uiteindelijk bij de eigenlijke doelbestemming belanden.

De bank heeft u gevraagd om de uiteindelijke bestemming van de gelden in [land] en Gaza te onderbouwen. U heeft gehoor gegeven aan onze verzoeken, maar de bank heeft hierbij tegenstrijdige verklaringen en tegenstrijdigheden in informatie en documentatie geconstateerd Daarnaast is uw verklaring conflicterend met de informatie die beschikbaar is op uw eigen website en in openbare bronnen. Uw antwoorden op de door ons gestelde vragen met betrekking tot de uiteindelijke bestemming van de gelden hebben onze zorgen niet kunnen wegnemen. Concluderend mist de bank toereikende informatie omtrent de eindbestemming van de gelden.

Voorts heeft de bank een tekort aan screening geconstateerd van betrokkenen bij uw organisatie. Een deugdelijke screening is van belang gezien de internationale activiteiten van uw organisatie. het feit dat uw organisatie werkt met vrijwilligers, en de omvang van de geldstromen van uw organisatie. Uw organisatie heeft hiervoor onvoldoende verklaard en onderbouwd om de bank comfort te geven, terwijl dit wel van een organisatie met een dergelijke omvang redelijkerwijs mag worden verwacht, als wordt gekeken naar vergelijkbare organisaties in de goede doelen sector.

Uw organisatie heeft weliswaar medewerking geboden aan het klantenonderzoek, maar u heeft de risico's voor de bank niet kunnen wegnemen met uw verklaringen, informatie en documentatie. Hierdoor kan de bank niet aan de op haar rustende wettelijke verplichtingen voldoen. Dit soort risico's kan en mag de bank niet aanvaarden Om deze reden heeft de bank besloten om de bancaire relatie te beëindigen."

3.4.

[appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen de beëindiging van de relatie, maar

de bank is bij haar standpunt gebleven. De bank heeft bij brief van 24 februari 2025 medegedeeld bij haar eerder genomen besluit te blijven en dat [appellant] tot 17 maart 2025 de tijd krijgt om de producten/diensten bij een andere bank onder te brengen.

4 De procedure bij de rechtbank

6 De beoordeling

7 De beslissing