Gerechtshof Amsterdam, 28-10-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3337, 25/748
Gerechtshof Amsterdam, 28-10-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3337, 25/748
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 28 oktober 2025
- Datum publicatie
- 19 december 2025
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2025:1666, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 25/748
- Relevante informatie
- Art. 7:6 Adw, Art. 8:2 Adw
Inhoudsindicatie
Douane. Indeling laadstation. Post 8536. Het laadtoestel heeft slechts een (hoofd)functie en dat is het opladen van elektrische voertuigen via de netaansluiting. Post 8537. Het laadstation heeft een programmeerbaar geheugen. Schorsingspost. Vertrouwensbeginsel.
Uitspraak
kenmerk 25/748
28 oktober 2025
uitspraak van de meervoudige douanekamer
op het hoger beroep van
[X] , gevestigd te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigden: mr. M.J.A. Holten en B. van Schaik MSc)
tegen de uitspraak van 23 januari 2025 in de zaak met kenmerk HAA 23/4880 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de inspecteur van de Douane, de inspecteur.
1 Ontstaan en loop van het geding
De inspecteur heeft aan belanghebbende bij beschikking van 9 december 2022
een bindende tariefinlichting met kenmerk NL BTI 2022-0865 (hierna: de bti) afgegeven ten aanzien van een laadstation van het model Terra AC-wallbox type 2 TAC-W11-G5-R-O (hierna: het laadstation), met indeling in TARIC-onderverdeling 8537 1091 99.
Belanghebbende heeft tegen de bti bezwaar gemaakt. Bij uitspraak op bezwaar heeft de inspecteur de bti gehandhaafd.
Belanghebbende heeft beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft op 9 oktober 2025 een nader stuk ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2025. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2 Feiten
De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld (belanghebbende en de inspecteur worden in de uitspraak van de rechtbank aangeduid als ‘eiseres’ respectievelijk ‘verweerder’):
“1. Eiseres is een onderneming die zich onder meer bezig houdt met de installatie van elektrische apparatuur en een groothandel in elektronische en telecommunicatieapparatuur en bijbehorende onderdelen. Zij verkoopt onder meer opladers voor elektrische voertuigen.
2. Eiseres heeft op 14 september 2022 een bti-aanvraag ingediend voor een laadstation. In de aanvraag wordt het laadstation als volgt omschreven:
“TAC-W11-G5-R-O Terra AC wallbox type 2, cable 5 m, 3-phase/16 A, with RFID is een Electric Vehicle Supply Equipment (EVSE AC laadstation van het elektrische voertuig) dat gebruikt wordt om elektriciteit aan een elektrisch voertuig te leveren. Een AC Wallbox fungeert als de “Slave” en levert het gevraagde vermogen. Dit vermogen kan niet meer zijn als het maximale vermogen van de AC Wallbox. De AC Wallbox kan verbinding maken met het internet via gsm, WiFi of LAN.”.
Eiseres verzocht in haar aanvraag om indeling van het laadstation onder Taric-onderverdeling 8537 1098 30. Daarbij behoort een tarief van 2,1%. Met vermelding van preferentiecode 110 bij de aangifte wordt het douanerecht geschorst.
De aanvraag bevat de volgende omschrijving:
“Om de batterij van een elektrische auto met wisselstroom (AC: Alternating Current) te kunnen opladen, heeft de electrische auto een apparaat ingebouwd, dat de omzetting van wisselstroom (AC) naar gelijkstroom (DC: Direct Current). Zo’n apparaat wordt ook wel ‘n “on board Charger” genoemd. Elke electrische auto heeft zo’n “on-board Charger”. De capaciteit van zo’n on-board charger verschilt van 7,4KVA, 11.2 KVA tot maximaal 22 kVA. De auto, met de on-board-charger, fungeert als de “MASTER” en bepaald hoeveel vermogen er gevraagd wordt om de batterij te laden. Een AC Wallbox fungeert als de “Slave” en levert het gevraagde vermogen, echter, dit kan niet meer zijn als het maximale vermogen van de AC Wallbox . Simpel gezegd, als de auto om 22KVA vraagt, maar de AC Wallbox is slechts 11KVA, dan wordt niet meer dan 11KVA geleverd, de laagste waarde van de twee. Het omgekeerde is ook waar. Als de auto slechts een 11 KVA on-board charger heeft en de AC Wallbox is 22k kVA, dan vraagt de auto – de MASTER – niet meer dan 11 kVA. Gedurende het laadproces zal het voltage van de batterij stijgen, waardoor het door de auto gevraagde vermogen afneemt. Kortom het gehele laadproces wordt door de auto aangestuurd.
(afbeelding)
De AC Wallbox van ABB is opgebouwd uit een P(ower)-board, dat de stroom, die uit het lichtnet geleverd wordt doorgestuurd naar de auto. Er vindt dus géén omzetting van de stroom plaats. Wel worden er tijden het proces metingen gedaan. Deze metingen meten bijvoorbeeld hoeveel stroom er per tijdseenheid geleverd wordt.
De AC Wallbox kan de informatie, die uit de metingen worden verzameld, doorsturen middels Blue tooth, WIFI, of met een 4G verbinding. Deze informatie kan worden afgelezen uit een door ABB geleverde applicatie op de mobiele telefoon, dan wel uit een applicatie op internet. De communicatie wordt middel een B-(usiness)-board gedaan.
Een C-board bevat het geheugen om de metingen op te slaan en deze gegevens desgevraagd naar de eigenaar van de AC Charger toe te sturen. Ook kent het C-board een veiligheidsfunctie, bijvoorbeeld het vergrendelen van de connector – ingeval van een socket versie – zodat tijdens het laden de stekker niet kan worden verwijderd. Ook zal het de lader uitschakelen, in geval veiligheidsparameters overschreden worden.”
3. In de bti is het laadstation ingedeeld onder Taric-code 8537 1091 99. Daarbij behoort een tarief van 2,1%.Verweerder verwijst daarbij naar de algemene indelingsregels 1 en 6 van de GN en de tekst van de GN-codes 8537, 8537 10 en 8537 10 91. Het laadstation is in de bti onder 7. als volgt omschreven:
“Een zogenoemd laadstation (wallbox) met – volgens opgave – onder andere de volgende uiterlijke en technische kenmerken:
bedoeld voor het leveren van elektrische stroom voor het opladen van accumulatoren van elektrische motorvoertuigen;
een behuizing van kunststof;
voorzien van een 3 fasen aansluiting, 16 A;
voorzien van een AC type 2 kabel van 5 m;
in de vorm van een rechthoek;
voorzien van RFID (radio-frequency identification);
een programmeerbaar geheugen;
voorzien van een overbelastingsbeveiliging (20A);
uitvoering van de interface via Wi-Fi, bluetooth, ethernet of Modbus;
bestemd om aan een muur te monteren;
voor privé, zakelijk of commercieel gebruik;
bestemd voor gebruik met een o.a. een smartphone en een applicatie (app) die moet worden gedownload.”
Het Hof gaat uit van de hiervoor vermelde feiten en vult deze als volgt aan.
Tot de gedingstukken behoort de gebruikershandleiding van het laadtoestel (versie BCM.V3Y00.0-NL│002, van april 2021, 56 pagina’s). Op pagina 21 is onder punt 2.6.5 het volgende vermeld:
“Belastingbeheer
Belastingbeheer voorkomt dat de beschikbare elektrische capaciteit van het gebouw of huis wordt overschreden. Een aantal apparaten deelt een netaansluiting, die een maximale capaciteit heeft. Het totale stroomverbruik van de apparaten die de netaansluiting gebruiken, mag de netcapaciteit niet overschrijden.
De functie voor belastingbeheer voorkomt dat het systeem de netcapaciteit overschrijdt en voorkomt schade aan de zekeringen. Op momenten dat de vraag naar stroom groot is, reduceert [het laadtoestel] de uitgangsstroom. De stroom neemt weer toe zodra weer voldoende stroom op het elektriciteitsnet beschikbaar is.
Bovendien zorgt de functie voor belastingbeheer ervoor dat de beschikbare belasting optimaal wordt gedeeld.”
3 Geschil in hoger beroep
In hoger beroep is tussen partijen primair in geschil of het laadstation ingedeeld kan worden onder GS-post 8536, zoals belanghebbende voorstaat. Indien indeling onder GS-post 8536 niet mogelijk is, is tussen partijen niet in geschil dat indeling dient plaats te vinden onder post 8537. In dat geval stelt belanghebbende zich op het standpunt dat indeling dient plaats te vinden onder TARIC-code 8537 1098 30 (schorsing). Indien haar subsidiaire standpunt faalt, dan stelt belanghebbende zich meer subsidiair op het standpunt dat de inspecteur toch gehouden is om aan haar een bti te verstrekken voor TARIC-code 8537 1098 30, omdat de inspecteur bij haar het in rechte te beschermen vertrouwen heeft gewekt dat indeling onder deze TARIC-code dient plaats te vinden.