Gerechtshof Amsterdam, 13-01-2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:792, 24/3217
Gerechtshof Amsterdam, 13-01-2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:792, 24/3217
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 13 januari 2026
- Datum publicatie
- 25 maart 2026
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:792
- Zaaknummer
- 24/3217
- Relevante informatie
- Art. 7 Wet OB 1968
Inhoudsindicatie
Omzetbelasting over inschrijfgelden; diensten onder bezwarende titel; plaats van dienst; gelijkheidsbeginsel
Uitspraak
kenmerk 24/3217
13 januari 2026
uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[X] B.V., belanghebbende,
(gemachtigde: mr. B.J. Beukema)
tegen de uitspraak van 25 april 2024 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in de zaak met kenmerk HAA 21/6123 in het geding tussen
belanghebbende
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
1 Procesverloop
In de bestreden uitspraak heeft de rechtbank het beroep van belanghebbende, betreffende een naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2015 tot en met 31 maart 2015, ongegrond verklaard.
Na het instellen van hoger beroep op naam van belanghebbende hebben partijen de volgende stukken ingediend:
- -
-
een motivering van het hoger beroep door belanghebbende;
- -
-
een verweerschrift door de inspecteur;
- -
-
een nader stuk (reactie op het verweerschrift) door belanghebbende.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 december 2025. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2 Feiten
In 2008 is [persoon 1] een initiatief gestart om schadevergoeding te verkrijgen van [loterij] vanwege misleidende mededelingen die [loterij] heeft gedaan over de door haar georganiseerde loterij. In verband met dat initiatief heeft [persoon 1] , handelend als bestuurder van [A BV] , in 2008 [B BV] (hierna: [B BV] ) opgericht en heeft [B BV] op haar beurt [C BV] (hierna: [C BV] ) opgericht.
[B BV] had volgens haar statuten als primair doel het verlenen van juridische bijstand in de meest uitgebreide zin. Het primaire statutaire doel van [C BV] was in 2015 het verlenen van juridische bijstand aan gedupeerden van kansspelen. Alle aandelen in en het bestuur van [B BV] en [C BV] berustten uiteindelijk, al dan niet via andere entiteiten, bij [persoon 1] , althans in het eerste kwartaal van 2015.
De door [C BV] opgerichte, en destijds door haar bestuurde, [D Stichting] (hierna: [D Stichting] , heeft op de voet van artikel 3:305a BW een procedure (hierna: de collectieve actie) gevoerd tegen de organisator van [loterij] (hierna: [loterij] ). In die procedure heeft het gerechtshof Den Haag op 28 mei 2013 voor recht verklaard dat [loterij] in de jaren 2000 tot en met 2008 misleidende mededelingen heeft gedaan en daardoor onrechtmatig heeft gehandeld. De door beide partijen ingestelde cassatieberoepen heeft de Hoge Raad op 30 januari 2015 ongegrond bevonden.
Na de verwerping van de cassatieberoepen hebben zich (opnieuw) vele personen (hierna: de aanmelders) aangemeld via de website [website] , ook in het eerste kwartaal van 2015. De aanmelders hebben een inschrijfgeld moeten betalen op een bankrekening van [C BV] . De hoogte van het door een deelnemer verschuldigde inschrijfgeld was afhankelijk van het aantal loten waarmee is deelgenomen aan trekkingen van [loterij] . Voor het eerste lot was het inschrijfgeld € 35.
Op de website [website] was vermeld:
“Bij het registreren van een gebruikersaccount van deze website gaat u akkoord met de Algemene Voorwaarden betreffende de actie tegen [loterij] . Verder wordt daarbij door u verklaard de algemene voorwaarden gelezen en begrepen te hebben en onvoorwaardelijk akkoord te gaan met deze voorwaarden. Daarnaast machtigt u [C BV] om voor en namens u de opdracht in behandeling te nemen en in recht op te treden. U geeft hierbij verder voor zover u daarvoor kiest machtiging aan [C BV] de deelnamefee eenmalig af te schrijven van uw rekening. De vorderingen zijn ter incasso uitbesteed aan [E BV] ”
In de in het citaat in 2.5 bedoelde algemene voorwaarden was in het eerste kwartaal van 2015 onder meer het volgende opgenomen:
“Definities
[X] : [D Stichting] en [website] B.V, gevestigd te (...). [website] is onderdeel van [X] . (...).
Cliënt: degene die een overeenkomst met [X] aangaat, waarbij deze algemene voorwaarden van toepassing worden verklaard.
Zaak: procedure tegen [loterij] in verband met onder meer hetgeen als aan de orde is gesteld in de BW 3:305a actie vanwege misleiding omtrent onder meer het prijzenpakket in de periode 2000 tot 2008. Doel van de procedure is het bewerkstelligen van een schadevergoeding in de vorm van geld dan wel nader overeen te komen soort schadevergoeding. Uitgangspunt is cliënt datgene te doen toekomen waar hij/zij redelijkerwijs recht op heeft.
(...)
B Derden
1. Door het aangaan van een overeenkomst met [X] geeft cliënt aan [X] opdracht de diensten met betrekking tot de vorderingen te verrichten of door (een) derde(n) te doen verrichten met inachtneming van het gestelde in deze Voorwaarden alsmede de Overeenkomst. Het staat [X] vrij ter uitvoering van de verleende opdracht werkzaamheden door bij het kantoor werkzame personen - onder hun verantwoordelijkheid - te laten uitvoeren en in voorkomende gevallen niet tot het kantoor behorende derden in te schakelen. Werkzaamheden door derden worden geacht begrepen te zijn onder de aan [X] verleende opdracht.
2. [X] is door cliënt gevolmachtigd om deze derden in te schakelen waaronder bijvoorbeeld een advocaat, notaris of accountant. Iedere aansprakelijkheid voor tekortkomingen van niet tot het kantoor van [X] behorende derden is uitdrukkelijk uitgesloten. [X] is namens cliënt gemachtigd algemene voorwaarden en aansprakelijkheidsbeperkingen van derden namens cliënt te aanvaarden. Deze voorwaarden incorporeren richting cliënt.
C Betaling
1. De opdracht wordt uitgevoerd voor een van de op de website gemaakte categorie en de één van de daarbij behorende opties. Wanneer een no cure, no pay fee van toepassing is wordt op dat moment in rekening gebracht indien er direct dan wel indirect compensatie wordt gegeven door een partij ter zake de vordering. Het resultaat behoeft niet rechtstreeks te zijn herleiden tot de werkzaamheden van [X] om interpretatieproblemen te voorkomen. Eventueel toegekende vergoedingen voor juridische kosten vervallen ten goede van [X] . De no cure, no pay fee, afgezien van eenmalig verschuldigd inschrijfgeld, bedraagt 20% (zegge: twintig procent). Deze no cure, no pay fee is door elke deelnemer ongeacht het moment van aanmelding (periode 2008 tot heden) verschuldigd bij resultaat.
(...)
7. De opdracht is persoonlijk in die zin dat het anderen dan cliënt c.q. zijn / haar bedrijf of rechtspersoon geen recht hebben op de diensten die overeengekomen zijn. Telefonische adviezen worden enkel verstrekt aan degene die de opdracht rechtsgeldig ondertekend heeft, dan wel aan degene die door [X] als vertegenwoordiger van cliënt is geaccepteerd/...)
(...)
9. [X] kan een extra bijdrage vragen in hogere rechtsinstanties voor zover dat in overeenstemming met cliënt wordt bepaald.
(...)
D De dienstverlening en haar gevolgen
1. [X] verleent collectieve juridische diensten voor haar eigen leden alsmede voor leden van derdedienstverleners tot wie [X] in een relatie staat. (...) De door [X] verrichte werkzaamheden en/of producten zijn uitsluitend voor cliënt bestemd en mogen niet worden doorverkocht of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor ze zijn verricht en/of verstrekt.
(...)
5. Bij een eenzijdige opzegging van een opdracht door cliënt blijven de tarieven van [X] van toepassing. Zowel het inschrijfgeld als het no cure, no pay percentage blijft onverminderd verschuldigd.
6. [X] is gerechtigd de overeenkomst dan wel dienaangaande werkzaamheden op te zeggen, stop te zetten of op te schorten wanneer verdere behandeling niet verantwoord is vanwege bijvoorbeeld te kort animo dan wel wanneer een aangebrachte zaak verder kansloos is in behandeling, zulks ter uitsluitende beoordeling van [X] .
(...)
E Tarieven
(...)
2. Indien voor de overeengekomen werkzaamheden of voor een bepaald product een vaste prijs is afgesproken, dan wordt deze prijs direct in rekening gebracht en dient deze ook vooruitbetaald te worden.
(...)
4. Betaling van de declaraties van [X] dient te geschieden binnen veertien (14) dagen na verzending daarvan. (...)
5. Indien om welke reden dan ook betaling van declaraties uitblijft, staat het [X] vrij de werkzaamheden voor cliënt op te schorten totdat volledige betaling van de betreffende declaratie(s) heeft plaatsgehad. (...)
(...)
G Uitvoering en aansprakelijkheid
(...)
4. [X] is gemachtigd cliënt binnen en buiten rechte te vertegenwoordigen ten aanzien van een overeengekomen zaak. [X] is gemachtigd een rechtszaak te voeren bij de rechtbank, gerechtshof en Hoge Raad en vice versa.
(...)
8. Indien het online aanmeldformulier op de knop aanmelden wordt gedrukt, wordt de onderliggende overeenkomst als overeengekomen beschouwd.
(...)”
[D Stichting] en [loterij] hebben op 7 april 2015 een overlegprotocol (hierna: het protocol) gesloten om het resterende geschil na de verklaring voor recht, over te vergoeden schade, in der minne op te lossen (hierna: het vervolgtraject). In het protocol is onder meer het volgende opgenomen:
“4.1 [ [D Stichting] ] zal op de kortst mogelijke termijn na ondertekening van deze Overeenkomst een geactualiseerde lijst aanleveren van de bij haar aangesloten deelnemers.
[loterij] ] zal, noch tijdens het overleg, noch op enig moment daarna (...), deze lijst gebruiken om deelnemers van [de Stichting] te benaderen om aan hen een schikkingsaanbod te doen buiten [ [D Stichting] ] om.
(...)
[loterij] ] zal, nadat zij de geactualiseerde lijst als bedoeld in artikel 4.1 heeft ontvangen, per deelnemer de volgende informatie aan [ [D Stichting] ] verschaffen met betrekking tot de periode van 2000 t/m 2007 en de Koninginnedagtrekking van 2008:
a. het aantal trekkingen waaraan de betreffende deelnemer heeft deelgenomen;
b. het aantal loten waarmee de deelnemer per trekking heeft meegespeeld;
c. de prijs die de deelnemer voor de betreffende loten heeft betaald;
d. (...) het totaal aan prijzengeld dat de betreffende deelnemer heeft gewonnen.
(...)
[D Stichting] ] zal op de kortst mogelijke termijn (...) schriftelijk haar vordering tot schadevergoeding, althans die van haar achterban, onderbouwen. (.. )
(...)
[D Stichting] ] zal gedurende het overleg niet actief aanvullende deelnemers werven (...).”
Het vervolgtraject, althans het overleg tussen [D Stichting] en [loterij] , is zonder resultaat geëindigd. Wel heeft [loterij] , nadat zij met [E Stichting] een vaststellingsovereenkomst had gesloten, degenen die in de periode 2000-2008 aan de door haar georganiseerde loterijen/trekkingen hebben deelgenomen, in de gelegenheid gesteld om zonder betaling deel te nemen aan een extra loterij/trekking. Aan degenen die zich voor een bepaalde datum hadden aangemeld bij [E Stichting] en/of op [website] ( [C BV] of [D Stichting] heeft [loterij] voorts een eenmalige vergoeding aangeboden. Een en ander hield geen verband met het overleg tussen [loterij] en [D Stichting] .
Tot de stukken van het geding behoort een schriftelijke overeenkomst tussen [C BV] en [D Stichting] van 6 april 2016. In die overeenkomst is, onder meer, bepaald dat (i) [C BV] de kosten van procedures gevoerd door [D Stichting] zal blijven betalen, (ii) alle vorderingen en toekomstige vorderingen van [D Stichting] aan [C BV] toekomen, (iii) [C BV] aan [D Stichting] het recht verleent de gegevens van de aanmelders te gebruiken om te procederen tegen [loterij] , (iv) [C BV] mag beslissen wie namens [D Stichting] optreedt in rechte en (v) [C BV] met elke door [D Stichting] met [loterij] te sluiten schikking moet instemmen. In de ondertekening van de overeenkomst is [C BV] vertegenwoordigd door [F Ltd] . [D Stichting] is vertegenwoordigd door [C BV] , die op haar beurt is vertegenwoordigd door [F Ltd] .
[B BV] heeft op 27 maart 2015 haar in het handelsregister vermelde vestigingsadres gewijzigd van een adres in Heerhugowaard naar een adres op Guernsey (VK). [C BV] heeft hetzelfde gedaan per 30 maart 2015. De statutaire zetel van beide vennootschappen is in Nederland gebleven.
[B BV] en [C BV] behoorden in het eerste kwartaal van 2015 tot belanghebbende, een fiscale eenheid in de zin van artikel 7, lid 4, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet).
Op 24 april 2015 heeft de administrateur van belanghebbende een e-mailbericht aan [persoon 1] gestuurd met daarbij een overzicht van de gegevens voor de aangifte omzetbelasting van belanghebbende voor het eerste kwartaal van 2015. In dat overzicht is voor [C BV] een omzet uit goederenleveringen en diensten die naar het tarief van 21% zijn belast vermeld van € 2.362.001 en een over die omzet verschuldigde omzetbelasting van € 496.025.
In de uiteindelijk ingediende aangifte omzetbelasting van belanghebbende over het eerste kwartaal van 2015 zijn bedragen aan omzet van [C BV] en omzetbelasting over die omzet opgegeven van € 472.400 respectievelijk € 99.204.
Zich op het standpunt stellende dat belanghebbende omzetbelasting is verschuldigd uit alle ontvangsten van [C BV] van betalingen door deelnemers die zich hebben aangemeld op de website [website] , heeft de inspecteur met gebruikmaking van het overzicht bij het in 2.12 bedoelde e-mailbericht de litigieuze naheffingsaanslag aan belanghebbende opgelegd. De naheffingsaanslag is als volgt berekend:
verschuldigde omzetbelasting € 496.025
aangegeven € 99.204
nageheven € 396.816
belastingrente € 63.622
totaal € 460.438
Het nageheven bedrag heeft uitsluitend betrekking op de inschrijfgelden die aanmelders hebben betaald aan [C BV] .
3 Geschil in hoger beroep
Evenals in eerste aanleg is in hoger beroep in geschil of de naheffingsaanslag omzetbelasting over het eerste kwartaal 2015 terecht is opgelegd. Dat is het geval als belanghebbende over de door [C BV] van aanmelders ontvangen inschrijfgelden omzetbelasting verschuldigd is.