Gerechtshof Amsterdam, 31-03-2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:832, 200.289.074/01
Gerechtshof Amsterdam, 31-03-2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:832, 200.289.074/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 31 maart 2026
- Datum publicatie
- 3 april 2026
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:832
- Zaaknummer
- 200.289.074/01
Inhoudsindicatie
Bodemprocedure na kort geding. Zijn dwangsommen verbeurd wegens overtreding van in kort geding opgelegde maatregelen? Verwijzing naar HR 16 november 1984, ECLI:NL:HR:1984:AG4901.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht,
team I (handel)
zaaknummer : 200.289.074/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/668382/HA ZA 19-689
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 31 maart 2026
in de zaak van
1 [appellant 1] ,
wonend in [plaats 1] , Polen,
2. [appellant 2],
wonend in [plaats 2] , Verenigd Koninkrijk,
3. [appellant 3] (voorheen [bedrijf 2] ),
gevestigd in [plaats 3] ,
appellanten,
incidenteel geïntimeerden,
advocaat: mr. L.M. Ravestijn te Amsterdam,
tegen
1 [geïntimeerde 1] ,
wonend in [plaats 4] , België,
2. [geïntimeerde 2], (voorheen [geïntimeerde 2] V.O.F.),
kantoorhoudend in [plaats 5] ,
3. [geïntimeerde 3],
wonend in [plaats 6] ,
4. [geïntimeerde 4],
wonend in [plaats 6] ,
geïntimeerden,
incidenteel appellanten,
advocaat: mr. E.C. Menkhorst te Zeist,
waarin op de voet van artikel 118 Rv als partij is opgeroepen
[geïntimeerde 5] ,
gevestigd te [plaats 7] ,
advocaat: mr. B. Niemeijer te Alphen aan den Rijn.
Partijen worden hierna als volgt aangeduid:
- appellanten, incidenteel geïntimeerden als [appellant 1] , [appellant 2] en [appellant 3] ; gezamenlijk als [appellanten]
- geïntimeerden, incidenteel appellanten als [geïntimeerde 1] , de curator respectievelijk [geïntimeerde 2] , [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 4] ; gezamenlijk als [geïntimeerden]
- de op de voet van artikel 118 Rv opgeroepen partij als [naam 1] .
1 De zaak in het kort
[appellanten] en [geïntimeerden] hebben over en weer vorderingen tegen elkaar ingesteld die hun oorsprong vinden in een samenwerking in het verleden op het gebied van producten voor bodembedekking voor knaagdieren. Ter zitting van het hof hebben zij een schikking bereikt over alle punten die hen verdeeld houden met uitzondering van het punt of [geïntimeerden] dwangsommen hebben verbeurd vanwege overtredingen van in kort geding opgelegde maatregelen. Anders dan de rechtbank oordeelt het hof dat dit het geval is.