Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-09-2013, ECLI:NL:GHARL:2013:6629, BK 12/00350 en 12/00359

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-09-2013, ECLI:NL:GHARL:2013:6629, BK 12/00350 en 12/00359

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10 september 2013
Datum publicatie
13 september 2013
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2013:6629
Formele relaties
Zaaknummer
BK 12/00350 en 12/00359

Inhoudsindicatie

In hoger beroep is in geschil of:

1e. de werknemers O1 en P1 in het naheffingstijdvak een voordeel uit de terbeschikkingstelling voor privé-doeleinden van een auto hebben genoten;

2e. de Inspecteur terecht een vergrijpboete van 25% van de van belanghebbende nageheven premies werknemersverzekeringen heeft opgelegd.

Niet in geschil is dat, indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, de bedragen van de over het voordeel uit de terbeschikkingstelling voor privé-doeleinden van een auto nageheven inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en premie Zorgverzekeringwet juist zijn berekend.

Niet langer in geschil is dat werknemer Q1 geen voordeel uit de terbeschikkingstelling voor privé-doeleinden van een auto heeft genoten.

Voorts is niet langer in geschil dat de vergrijpboete dient te vervallen voor zover deze is berekend over de loonbelasting/premie volksverzekeringen en de premie Zorgverzekeringwet die zijn nageheven over het voordeel uit de terbeschikkingstelling voor privé-doeleinden van een auto.

Uitspraak

Afdeling belastingrecht

Locatie Leeuwarden

nummers 12/00350 en 12/00359

uitspraakdatum: 10 september 2013

Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer

op de hoger beroepen van

de inspecteur van de Belastingdienst/Noord, kantoor [Z] (hierna: de Inspecteur)

en

[X] b.v. te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden (hierna: de Rechtbank) van 1 november 2012, nummer AWB/12/837,

in het geding tussen belanghebbende en de Inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1

De Inspecteur heeft aan belanghebbende voor het tijdvak 1 januari 2006 tot en met 31 december 2009 een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen, premie werknemersverzekeringen en premie Zorgverzekeringswet opgelegd ten bedrage van € 44.491(hierna: de naheffingsaanslag). Daarbij heeft de Inspecteur een vergrijpboete van € 10.750 opgelegd (hierna: de boetebeschikking) en € 5.832 heffingsrente in rekening gebracht (hierna: de beschikking heffingsrente).

1.2

Belanghebbende heeft tegen de naheffingsaanslag, de boetebeschikking en de beschikking heffingsrente bezwaar gemaakt. Bij uitspraak van 5 maart 2012 heeft de Inspecteur het bezwaar ongegrond verklaard.

1.3

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 1 november 2012 gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, de naheffingsaanslag verminderd tot een bedrag van € 44.509, verstaan dat de Inspecteur de heffingsrente dienovereenkomstig vermindert, de boete verminderd tot € 8.304, de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende veroordeeld ten bedrage van € 874 veroordeeld en gelast dat de Inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 310 vergoedt.

1.4

De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

1.5

Ook belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.6

Tot de stukken van het geding behoren, naast de hiervoor vermelde stukken, het van de Rechtbank ontvangen dossier dat op deze zaak betrekking heeft alsmede alle stukken die nadien, al dan niet met bijlagen, door partijen in hoger beroep zijn overgelegd.

1.7

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 juli 2013 te Leeuwarden. Daarbij zijn verschenen en gehoord de gemachtigde van belanghebbende, mr. [A], bijgestaan door [B] (directeur van belanghebbende), alsmede [C] en [D] namens de Inspecteur.

1.8

Tegelijkertijd is met instemming van partijen ter zitting het hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de Rechtbank van 1 november 2012, nr. AWB 12/838, behandeld. Deze uitspraak betreft het beroep van [E] b.v. inzake de naheffingsaanslag loonheffing voor het tijdvak 1 januari 2006 tot en met 31 december 2008 alsmede de daarbij gegeven boetebeschikking en beschikking heffingsrente.

1.9

Partijen hebben een pleitnota overgelegd.

1.10

Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 De vaststaande feiten

2.1

Enig aandeelhouder van belanghebbende was in de jaren 2006 tot en met 2009 (hierna: het naheffingstijdvak) [E] b.v. (hierna: [E1] b.v.). De aandelen van [E1] b.v. waren gecertificeerd. Houder van de aandelen van [E1] b.v. was Stichting [F]. [B] (hierna: [B1]) bezat de certificaten van de aandelen [E1] b.v.

2.2

Belanghebbende maakte deel uit van een concern (hierna: het concern). De moedermaatschappij van het concern was [E1] b.v. Tot het concern behoorden, naast [E1] b.v. en belanghebbende, nog 8 100%-deelnemingen van [E1] b.v., waaronder [H] b.v (hierna: [H1] b.v.), [I] b.v. (hierna: [I1] b.v.) en [J] b.v (hierna: [J1] b.v.)

2.3

In het naheffingstijdvak was [B1] enig directeur van het concern. [H1] b.v. exploiteerde het [K] in het centrum van [Z], [I1] b.v. exploiteerde het [L] te [Z] en [J1] b.v. exploiteerde het hotel [M] te [N] op [T].

2.4

Volgens het door belanghebbende overgelegde uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van Noord-Nederland bestonden de activiteiten van belanghebbende uit facilitaire en zakelijke dienstverlening alsmede de werving en selectie van personeel. Belanghebbende stelde werknemers ter beschikking aan onder andere [H1] b.v., [I1] b.v. en [J1] b.v..

2.5

Bij [J1] b.v. waren in het naheffingstijdvak drie werknemers van belanghebbende werkzaam, te weten [O] (hierna: [O1]) en zijn partner [P] (hierna: V) alsmede [Q1] (hierna: B). [O1] en V beschikten over een rijbewijs, B niet.

2.6

[J1] b.v. bezat in het naheffingstijdvak twee auto’s, te weten een (8-persoons) Landrover Defender en een (2-persoons) Smart. [J1] b.v. gebruikte de Landrover Defender voor het vervoer van hotelgasten van de veerpont naar het hotel en omgekeerd alsmede voor het verzorgen van zogeheten Safaritochten, waarbij de hotelgasten met de Landrover over het eiland werden rondgereden. De Smart gebruikte [J1] b.v. voor de verhuur aan hotelgasten en incidenteel voor het vervoer van medewerkers die vergaderingen en dergelijke op het vasteland bezochten.

2.7.

De sleutels van de auto’s werden bewaard in een afsluitbaar kastje dat zich achter de ontvangstbalie van het hotel bevond. De onder 2.5 genoemde werknemers hadden toegang tot het sleutelkastje. Van het meenemen van de sleutels door de werknemers werd geen administratie bijgehouden. Voor de auto’[J1] werd evenmin een afzonderlijke rittenadministratie bijgehouden.

2.8

[O1] en V beschikten in het naheffingstijdvak (samen) over een eigen auto. Zij woonden, evenals B, op loopafstand van het hotel.

2.9

De belastingdienst heeft bij [E1] b.v. een boekenonderzoek ingesteld. Wat betreft de loonheffingen strekte dit onderzoek zich uit tot de aangiften van [E1] b.v. en van belanghebbende voor de jaren 2004 tot en met 2009, waarbij het onderzoek voor het jaar 2009 was beperkt tot de afdracht premies werknemersverzekeringen. In het controlerapport van 1 november 2011 wordt onder het kopje “Auto van de zaak” onder meer het volgende opgemerkt:

“(…)

De werknemers van (…) Hotel [M] staat twee auto’s ter beschikking. Er vindt geen bijtelling plaats. Er is geen verklaring geen privé-gebruik auto afgegeven en er is geen overtuigend bewijs geleverd zoals omschreven is in het handboek.

Het bedrijf heeft achteraf geprobeerd een kilometeradministratie op te maken (…) Als voorbeeld wordt het jaar 2008 hierna weergegeven:

Landrover

Strandritten 130 x 20 km = 2.600 km

Bootritten 520 x 2,5 km = 1.300 km

Voor de jaren 2005 t/m 2007 en 2009 zijn soortgelijke overzichten opgemaakt. Het totaal aan kilometers van deze 5 jaren wordt vergeleken met kilometerstanden van 25 maart 2005 en 30 december 2009.

Smart

Vergaderingen 5 x 150 km = 750 km

BW bijeenk. Amersfoort 2 x 400 km = 800 km

Horecava “Amsterdamjanuari” 1 x 355 km = 355 km

Het totaal aantal kilometers voor de jaren 2004 t/m 2009 welke op deze wijze geschat zijn worden vergeleken met kilometerstanden van 5 februari 2004 en 4 november 2009.

Dit voldoet niet aan de eisen van een sluitende kilometeradministratie: het per rit bijhouden van onder meer de datum, begin- en eindkilometerstand en het adres van vertrek en van aankomst

(…)”

2.10

De aangiften van belanghebbende voor de loonheffingen werden verzorgd door mevrouw [R] (hierna:[R1]) die in dienst was bij belanghebbende. [R1] was daarnaast al geruime tijd in dienst bij [S] Registeraccountants. [R1] heeft een HBO-opleiding gevolgd. Verder heeft zij cursussen over het voeren van een loonadministratie gevolgd. [S] Registeraccountants controleerde de door [R1] gevoerde loonadministratie. De controle beperkte zich tot het twee maal per jaar nemen van een steekproef. Naleving van specifieke wet- en regelgeving behoorden volgens de controle- opdracht tot de verantwoordelijkheden van het bestuur en het toezichthoudend orgaan van het concern.

2.11

In de aangiften voor de loonheffingen voor het naheffingstijdvak is geen voordeel wegens het voor privédoeleinden ter beschikking stellen van een auto verantwoord.

2.12

In het rapport dat is opgemaakt van het onder 2.9 genoemde boekenonderzoek wordt onder het kopje “Afdracht premies werknemersverzekeringen 2006 tot en met 2008” onder meer opgemerkt:

4.5.1. gedifferentieerde premies WAO 2006

De gedifferentieerde premie WAO 2006 werd door inhoudingsplichtige niet afgedragen.

(…)

Het premiepercentage werd vastgesteld op 0,88%.

(…)

4.5.2

gedifferentieerde premies WAO 2007

De gedifferentieerde premie WAO 2007 werd door inhoudignsplichtige niet afgedragen. Daarnaast werd door inhoudingsplichtige zelfs een bedrag geclaimd van 0,01%

(…)

Onjuiste afdracht gedifferentieerde premie WAO 2007: 0,47% [het door de belastingdienst vastgestelde premiepercentage, Hof] + 0,01% = 0,48%.

4.5.3

Uniforme premie WAO 2008

In 2008 geldt voor alle werkgevers een uniforme premie WAO van 0,15%. Deze uniforme premie vervangt de gedifferentieerde premie WAO. De gedifferentieerde premie werd door inhoudingsplichtige niet afgedragen.

4.5.4.

Gedifferentieerde premie WGA 2007

De gedifferentieerde premie WGA werd door inhoudingsplichtige niet afgedragen. Deze is bij beschikking vastgesteld op 0,91 %.

4.5.5

Premie Sectorfonds 2008

(…) In tegenstelling tot andere jaren heeft inhoudingsplichtige in 2008 rekening gehouden met het percentage voor werkgevers die eigenrisicodrager zijn.

Dit is niet juist. (…)

Premie percentage had moeten zijn 1,56%

Afgedragen werd: 1,02 %

Te weinig afgedragen: 0,54%

4.5.6.

Te corrigeren bedragen [X] BV

Gedifferentieerde premies WAO 2006 (…) € 2.729

Gedifferentieerde premies WAO 2007 (…) € 1.519

Uniforme premie WAO 2008 (…) € 512

Gedifferentieerde premie WGA 2007 (…) € 2.880

Premie Sectorfonds 2008 (…) € 1.709

4.6.

Afdracht premies werknemersverzekeringen 2009

(…)

Afdracht uniforme premie WAO had moeten zijn: € 44

Afgedragen werd: € 5

Te weinig: € 39

Afdracht gedifferentieerde premie WGA

had moeten zijn: € 308

Afgedragen werd: € 38

Te weinig: € 270

(…)

Ingaande 2009 worden de meeste nieuwe werknemers aangenomen met een nul-urencontract.

(…) Bij een nul-uren contract dient (…) rekening te worden gehouden met het hoge percentage. (…) Er werd € 1.633 te weinig [sectorpremie, Hof] ingehouden en afgedragen.”

2.13

Op grond van de bevindingen in het boekenonderzoek heeft de Inspecteur een naheffingsaanslag tot een bedrag van € 44.941 opgelegd. Dit bedrag bestaat uit € 11.291 aan premies werknemersverzekeringen, € 31.266 aan loonbelasting/premie volksverzekeringen en € 2.384 aan premies Zorgverzekeringswet.

2.14

In het rapport dat is opgemaakt van het onder 2.9 genoemde boekenonderzoek wordt onder het kopje “Vergrijpboete” onder meer het volgende opgemerkt:

“(…)

Over de volgende correcties zullen vergrijpboeten van 25% worden opgelegd ingevolge artikel 67f van de AWR en § 25 lid 2 en § 28 lid 1 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst. (…)

[X] BV

Afdrachten werknemersverzekeringen

Het bedrijf is erg slordig omgesprongen met een aantal basiselementen van de aangifte loonheffingen. (…)

Voor alle overige jaren van de controle zijn op het gebied van de werknemersverzekeringen fouten geconstateerd. Het betreffen basiselementen van de aangiften loonheffingen waarvan verwacht mag worden dat het bedrijf hier nauwgezet mee omgaat. Inhoudingsplichtige heeft zich door deze handelswijze willens en wetens (bewust) blootgesteld aan de (reële) kans dat deze onbelaste verstrekking bovenmatig is. Er is sprake van ernstige verwijtbaarheid, gelijk te stellen aan grove schuld.”

3 Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1

In hoger beroep is in geschil of:

1e. de werknemers [O1] en V in het naheffingstijdvak een voordeel uit de terbeschikkingstelling voor privé-doeleinden van een auto hebben genoten;

2e. de Inspecteur terecht een vergrijpboete van 25% van de van belanghebbende nageheven premies werknemersverzekeringen heeft opgelegd.

Niet in geschil is dat, indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, de bedragen van de over het voordeel uit de terbeschikkingstelling voor privé-doeleinden van een auto nageheven inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en premie Zorgverzekeringwet juist zijn berekend.

Niet langer in geschil is dat werknemer B geen voordeel uit de terbeschikkingstelling voor privé-doeleinden van een auto heeft genoten.

Voorts is niet langer in geschil dat de vergrijpboete dient te vervallen voor zover deze is berekend over de loonbelasting/premie volksverzekeringen en de premie Zorgverzekeringwet die zijn nageheven over het voordeel uit de terbeschikkingstelling voor privé-doeleinden van een auto.

3.2

De Inspecteur beantwoordt de beide in geschil zijnde vragen bevestigend. Belanghebbende beantwoordt deze vragen daarentegen ontkennend.

3.3

Partijen hebben voor hun standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken. Daaraan hebben zij ter zitting toegevoegd hetgeen is vermeld in het aan deze uitspraak gehechte proces-verbaal van de zitting.

3.4

De Inspecteur concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank voor zover deze de boetebeschikking betreft, tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank voor het overige, tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar voor zover deze de boetebeschikking betreft en tot wijziging van de boetebeschikking waarbij de boete nader wordt vastgesteld op 25% van € 9.349, zijnde het bedrag van de voor de jaren 2006 tot en met 2008 nageheven premies werknemersverzekeringen.

3.5

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, de uitspraak op bezwaar en de boetebeschikking alsmede tot vermindering van de naheffingsaanslag tot € 11.291, zijnde het bedrag van de voor de jaren 2006 tot en met 2009 nageheven premies werknemersverzekeringen.

4 Beoordeling van het geschil

5 Proceskosten

6 Beslissing