Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-10-2013, ECLI:NL:GHARL:2013:7346, 13/00071

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-10-2013, ECLI:NL:GHARL:2013:7346, 13/00071

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
1 oktober 2013
Datum publicatie
9 oktober 2013
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2013:7346
Formele relaties
Zaaknummer
13/00071

Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting.

Onzakelijke lening. Geen afwaardering ten laste van ROW.

Uitspraak

Afdeling belastingrecht

Locatie Arnhem

nummer 13/00071

uitspraakdatum: 1 oktober 2013

Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 4 december 2012, nummer AWB 12/2275, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst[te P][...] (hierna: de Inspecteur)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1

Aan belanghebbende is voor het jaar 2009 een aanslag in de inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 128.644. Daarbij is voorts heffingsrente in rekening gebracht ten bedrage van € 2.906.

1.2

Bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 12 april 2012 heeft de Inspecteur het bezwaar tegen de aanslag en de beschikking heffingsrente ongegrond verklaard.

1.3

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Arnhem (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 4 december 2012 ongegrond verklaard.

1.4

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. Op 16 september 2013 is een pleitnota met bijlagen ontvangen van de gemachtigde van belanghebbende. Een afschrift hiervan is aan de Inspecteur gezonden.

1.5

Tot de stukken van het geding behoort, naast de hiervoor vermelde stukken, het van de Rechtbank ontvangen dossier dat op deze zaak betrekking.

1.6

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 september 2013 te Arnhem. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende en[...], als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [...] namens de Inspecteur.

1.7

Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 De vaststaande feiten

2.1

Belanghebbende is enig aandeelhouder van[X] Beheer B.V. (hierna: Beheer B.V.). Beheer B.V. bezit 72% van de aandelen in [A] Groep B.V. (hierna: Groep B.V.). De overige aandelen in Groep B.V. zijn – middellijk – in handen van beide zonen van belanghebbende.

2.2

Op 12 november 2001 heeft de Rabobank aan Groep B.V. een hypothecaire geldlening verstrekt van € 2.495.571 ter financiering van een nieuw te bouwen bedrijfspand. Groep B.V. is opgericht met als doel het exploiteren van deze onroerende zaak.

2.3

Eind november 2001 hebben belanghebbende en zijn echtgenote een overeenkomst van geldlening gesloten met de Rabobank. Dit betreft een lening van € 408.402 (NLG 900.000) tegen een rente van 5,2% per jaar. Als zekerheid is gesteld een hypotheek op het woonhuis gelegen aan[a-straat 1] te [Z]. De lening is aflossingsvrij en mag volgens de voorwaarden “uitsluitend worden gebruikt voor de financiering van de normale bedrijfsuitoefening van de Groep B.V.”.

2.4

Belanghebbende heeft vervolgens een overeenkomst van geldlening gesloten met Groep B.V. waarbij hij het bedrag van € 408.402 (ƒ 900.000) vanuit privé direct heeft doorgeleend aan Groep B.V. ter financiering van de bouw van het bedrijfspand. In de daartoe opgestelde overeenkomst van geldlening is onder meer het volgende opgenomen:

(…).

Artikel 1. Hoofdsom

Schuldeiser verstrekt hierbij ter leen een bedrag van ƒ 900.000 (zegge: negenhonderdduizend gulden) aan schuldenaar, die dit bedrag hierbij aanneemt.

Artikel 2. Rente

2.1

Over de hoofdsom of het restant daarvan is schuldenaar aan schuldeiser een rente verschuldigd van 5,2% (zegge: vijf punt twee procent) op jaarbasis. (…).

Artikel 3. Aflossing

3.1

De lening is aflossingsvrij en zal na een periode van 25 jaar in een keer in zijn geheel worden afgelost. (…).

Artikel 6. Zekerheid

6.1

Schuldenaar is gehouden op eerste aanvraag van schuldeiser in de door schuldeiser gewenste vorm en omvang zekerheid te stellen of reeds gestelde zekerheid aan te vullen. In verband daarmee verplicht schuldenaar zich hierbij tevens om zonder toestemming van schuldenaar niet ten behoeve van derden enigerlei persoonlijke of zakelijke zekerheid te stellen of reeds zekerheid aan te vullen. (…).”

2.5

Ten tijde van het verstrekken van de lening was het eigen vermogen van Groep B.V. negatief en was sprake van een structurele verliessituatie.

2.6

In zijn aangifte IB/PVV over het jaar 2009 heeft belanghebbende zijn vordering van € 408.402 op Groep B.V. geheel afgewaardeerd ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden. Het aangegeven belastbaar inkomen uit werk en woning bedraagt volgens de ingediende aangifte € 279.758 negatief.

2.7

De Inspecteur heeft bij het vaststellen van de aanslag de volledige afwaardering van de lening gecorrigeerd en het belastbaar inkomen uit werk en woning is vastgesteld op € 128.644.

3 Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1

Tussen partijen is in geschil of de door belanghebbende aan Groep B.V. verstrekte lening moet worden aangemerkt als een onzakelijke lening. Tussen partijen is niet in geschil dat, indien sprake is van een onzakelijke lening, de afwaardering van de met die lening corresponderende vordering door belanghebbende niet ten laste van het resultaat kan worden gebracht.

3.2

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke door hen zijn aangevoerd in de stukken. Voor hetgeen daaraan ter zitting is toegevoegd, wordt verwezen naar het proces-verbaal van de zitting.

3.3

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de bestreden uitspraak van de Rechtbank, de uitspraken van de Inspecteur, tot vermindering van de aanslag IB/PVV 2009 tot een aanslag, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van nihil alsmede tot vaststelling van een verliesvaststellingsbeschikking ter zake van het belastbaar inkomen uit werk en woning van € 277.716.

3.4

De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4 Beoordeling van het geschil

5 Proceskosten

6 Beslissing