Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30-09-2014, ECLI:NL:GHARL:2014:7531, 14/00285

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30-09-2014, ECLI:NL:GHARL:2014:7531, 14/00285

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30 september 2014
Datum publicatie
10 oktober 2014
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2014:7531
Zaaknummer
14/00285

Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting. Uitgaven voor specifieke zorgkosten niet aannemelijk gemaakt door belastingplichtige.

Uitspraak

Afdeling belastingrecht

Locatie Arnhem

nummer 14/00285

uitspraakdatum: 30 september 2014

Uitspraak van de derde enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] , wonende te [Z] (hierna: belanghebbende),

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 11 februari 2014, nummer AWB 13/4647, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Utrecht (hierna: de Inspecteur).

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Aan belanghebbende is voor het jaar 2011 een aanslag in de inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen (hierna: aanslag IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 31.245. Aan heffingsrente is daarbij een bedrag berekend van € 20.

1.2.

De Inspecteur heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de aanslag en de beschikking heffingsrente gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen. De rechtbank Gelderland (hierna: Rechtbank) heeft het beroep bij uitspraak van 11 februari 2014 ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft bij brief van 20 maart 2014, ingekomen bij het Hof op 21 maart 2014, tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.5.

De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.6.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2014 te Arnhem. Belanghebbende is verschenen, bijgestaan door [A], verbonden aan [B] BV te [Z]. Namens de Inspecteur is verschenen [C].

1.7.

Van deze zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende is geboren op 29 maart 1953. Haar echtgenoot is in 2009 overleden.

2.2.

Belanghebbende heeft voor 2011 aangifte IB/PVV gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 29.820. Belanghebbende heeft in haar aangifte een bedrag van € 2.364 als uitgaven voor specifieke zorgkosten in aftrek gebracht.

2.3.

De Inspecteur heeft bij de aanslagregeling specifieke zorgkosten ten bedrage van € 939 in aanmerking genomen. De correctie bedraagt € 2.364 minus € 939, ofwel € 1.425. De aanslag IB/PVV 2011 is opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 29.820 plus € 1.425, ofwel € 31.245. Ter zake van de zorgkosten heeft de Inspecteur de volgende kosten in aftrek toegestaan:

Uitgaven voor zorgkosten Aangifte Aanslag

Kosten medicijnen € 259 0

Uitgaven voor vervoer 46 0

Dieetkosten 950 750

Extra uitgaven voor kleding en beddengoed 750 300

Reiskosten ziekenbezoek 88 0

Subtotaal 2.093 1.050

Verhoging specifieke zorgkosten (40%) 802 420

Totale uitgaven 2.895 1.470

Wettelijke drempel (1,65%) -/- 531 -/- 531

Aftrekbare uitgaven 2.364 939

2.4.

De Rechtbank heeft de Inspecteur in het gelijk gesteld. De Rechtbank acht de door belanghebbende gestelde vervoerskosten van € 46 en de kosten voor batterijen van het hoortoestel van € 385 niet aannemelijk. Verder is voor de Rechtbank niet gebleken dat belanghebbende in verband met ziekte extra uitgaven voor beddengoed heeft gedaan die een bedrag van € 600 te boven gaan, zodat de Inspecteur terecht slechts een (forfaitair) bedrag van € 300 in aanmerking heeft genomen in plaats van € 750.

3 Geschil

In geschil is of belanghebbende de vervoerskosten van € 46, de batterijkosten van € 385 en een extra forfaitair bedrag van € 400 ter zake van kosten voor het beddengoed, als uitgaven voor specifieke zorgkosten in aanmerking kan nemen. Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend, de Inspecteur ontkennend.

4 Beoordeling van het geschil

5 Proceskosten

6 Beslissing Het Hof verklaart het hoger beroep ongegrond.