Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11-02-2014, ECLI:NL:GHARL:2014:926, 13/00237

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11-02-2014, ECLI:NL:GHARL:2014:926, 13/00237

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
11 februari 2014
Datum publicatie
14 februari 2014
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2014:915
Formele relaties
Zaaknummer
13/00237

Inhoudsindicatie

Tussen partijen is in geschil of de voorlopige aanslag terecht is opgelegd. Het geschil spitst zich toe op het antwoord op de vraag of belanghebbende de woning meer dan 90 dagen van het belastingjaar, dat gelijk is aan het kalenderjaar, voor zichzelf of zijn gezin beschikbaar gehouden heeft in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting in de gemeente Ameland 2011 (hierna: de verordening).

Uitspraak

Afdeling belastingrecht

Locatie Leeuwarden

Nummer 13/00237

uitspraakdatum: 11 februari 2014

Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

de heffingsambtenaar van de gemeente Ameland (hierna: de heffingsambtenaar)

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 10 januari 2013, nummer AWB 12/794, in het geding tussen de heffingsambtenaar en

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1

Aan belanghebbende is een voorlopige aanslag forensenbelasting voor het jaar 2011 opgelegd ten bedrage van € 1.155 (hierna: de voorlopige aanslag).

1.2

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de voorlopige aanslag gehandhaafd.

1.3

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 10 januari 2013 gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar en de voorlopige aanslag vernietigd, verstaan dat de heffingsambtenaar de definitieve aanslag forensenbelasting 2011 overeenkomstig aanpast en gelast dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoedt.

1.4

De heffingsambtenaar heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

1.5

Tot de stukken van het geding behoort, naast de hiervoor vermelde stukken, het van de Rechtbank ontvangen dossier dat op deze zaak betrekking heeft alsmede alle stukken die nadien, al dan niet met bijlagen, door partijen in hoger beroep zijn overgelegd.

1.6

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 december te Leeuwarden. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede de heffingsambtenaar [A], bijgestaan door mr. [B] en [C].

1.7

De zaak is ter zitting gezamenlijk behandeld met de zaak van [D], bij het Hof bekend onder het nummer 13/00236.

1.8

Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 De vaststaande feiten

2.1

Belanghebbende is eigenaar van een recreatiewoning gelegen op Ameland aan [a-straat] (thans genoemd: [b-straat] 25) te [L]. Belanghebbende had in het onderhavige jaar niet zijn hoofdverblijf in de gemeente Ameland.

2.2

Belanghebbende verhuurt de woning voor korte periodes. Belanghebbende heeft daartoe op 17 september 2004 een verhuurbemiddelingsovereenkomst gesloten met de besloten vennootschap [E] B.V. (hierna: [E]). Op 21 november 2010 zijn belanghebbende en [E] een aanvulling op de verhuurbemiddelingsovereenkomst overeengekomen (hierna: de aanvulling verhuurbemiddelingsovereenkomst). Belanghebbende maakt zelf ook gebruik van de woning.

2.3

Op 31 maart 2011 heeft de heffingsambtenaar aan belanghebbende de voorlopige aanslag opgelegd. De heffingsambtenaar heeft het daartegen gerichte bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard bij uitspraak op bezwaar van 21 februari 2012. Op dezelfde datum heeft de heffingsambtenaar tevens de definitieve aanslag forensenbelasting 2011 opgelegd ten bedrage van € 1.155. De voorlopige aanslag is met de definitieve aanslag verrekend.

3 Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1

Tussen partijen is in geschil of de voorlopige aanslag terecht is opgelegd. Het geschil spitst zich toe op het antwoord op de vraag of belanghebbende de woning meer dan 90 dagen van het belastingjaar, dat gelijk is aan het kalenderjaar, voor zichzelf of zijn gezin beschikbaar gehouden heeft in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting in de gemeente Ameland 2011 (hierna: de verordening).

3.2

De heffingsambtenaar beantwoordt deze vraag bevestigend en concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en handhaving van de uitspraak op bezwaar.

3.3

Belanghebbende beantwoordt de in geschil zijnde vraag ontkennend en concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

3.4

Partijen hebben voorts aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken en door hen is verklaard ter zitting.

4 Beoordeling van het geschil

5 Kosten

6 Beslissing