Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-09-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:6473, 14/00878, 14/00879 en 14/00880

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-09-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:6473, 14/00878, 14/00879 en 14/00880

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
1 september 2015
Datum publicatie
11 september 2015
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2015:6473
Formele relaties
Zaaknummer
14/00878, 14/00879 en 14/00880

Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting. Niet doen van aangifte. Overmacht? Redelijkheid schatting.

Uitspraak

Afdeling belastingrecht

Locatie Arnhem

nummers 14/00878, 14/00879 en 14/00880

uitspraakdatum: 1 september 2015

Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 17 juli 2014, nummers AWB 13/7081, AWB 13/7082 en AWB 13/7084, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Arnhem (hierna: de Inspecteur)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1

Aan belanghebbende is voor het jaar 2010 een aanslag in de inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 19.000 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 875. Aan heffingsrente is bij beschikking een bedrag van € 205 in rekening gebracht. Bij beschikking is een verzuimboete opgelegd van € 226.

1.2

Aan belanghebbende is voorts voor het jaar 2010 een aanslag in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW) opgelegd naar een bijdrage-inkomen van € 19.000. Aan heffingsrente is bij beschikking een bedrag van € 57 in rekening gebracht.

1.3

Voor het jaar 2011 is aan belanghebbende een aanslag in de IB/PVV opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 19.000. Aan heffingsrente is bij beschikking een bedrag van € 109 in rekening gebracht. Bij beschikking is een verzuimboete opgelegd van € 984.

1.4

Op de bezwaarschriften van belanghebbende heeft de Inspecteur bij uitspraken op bezwaar de aanslagen en de beschikkingen gehandhaafd.

1.5

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft de beroepen bij uitspraak van 17 juli 2014 ongegrond verklaard.

1.6

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. Vervolgens heeft belanghebbende een conclusie van repliek ingediend, waarop de Inspecteur heeft gereageerd met een conclusie van dupliek.

1.7

Tot de stukken van het geding behoren, naast de hiervoor vermelde stukken, de van de Rechtbank ontvangen dossiers die op deze zaken betrekking hebben alsmede alle stukken die nadien, al dan niet met bijlagen, door partijen in hoger beroep zijn overgelegd.

1.8

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juli 2015 te Arnhem. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende alsmede [A] namens de Inspecteur.

1.9

Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 De vaststaande feiten

2.1

Aan belanghebbende is een uitnodiging tot het doen van aangifte in de IB/PVV voor het jaar 2010 en de ZVW voor 2010 verzonden. De uiterste inleverdatum van deze aangifte was, na verleend uitstel, 1 mei 2012.

2.2

De Inspecteur heeft, ook na het versturen van een herinnering en een aanmaning op respectievelijk 30 mei 2012 en 3 juli 2012, binnen de daarin opgenomen uiterste inleverdatum van respectievelijk 13 juni 2012 en 17 juli 2012 geen aangifte in de IB/PVV en de ZVW voor 2010 van belanghebbende ontvangen.

2.3

Hierop heeft de Inspecteur met dagtekening 24 april 2013 ambtshalve de aanslag in de IB/PVV voor 2010 opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 19.000 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 875 en de aanslag in de ZVW voor 2010 opgelegd berekend naar een bijdrage-inkomen van € 19.000.

2.4

Aan belanghebbende is een uitnodiging tot het doen van aangifte in de IB/PVV voor het jaar 2011 verzonden. De uiterste inleverdatum van deze aangifte was, na verleend uitstel, 1 september 2012.

2.5

De Inspecteur heeft, ook na het versturen van een herinnering en een aanmaning op respectievelijk 24 september 2012 en 26 oktober 2012, binnen de daarin opgenomen uiterste inleverdatum van respectievelijk 8 oktober 2012 en 9 november 2012 geen aangifte in de IB/PVV voor 2011 van belanghebbende ontvangen.

2.6

Hierop heeft de Inspecteur met dagtekening 24 mei 2013 ambtshalve de aanslag in de IB/PVV voor 2011 opgelegd berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 19.000.

3 Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1

In geschil is of de aanslagen tot te hoge bedragen zijn vastgesteld, welke vraag door belanghebbende bevestigend en door de Inspecteur ontkennend wordt beantwoord.

3.2

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat hij weliswaar voor de jaren 2010 en 2011 geen aangifte heeft gedaan, maar dat hij daartoe ook niet in staat was omdat aanslagen voor eerdere jaren, waarover is geprocedeerd, nog niet onherroepelijk zijn komen vast te staan. Voorts heeft belanghebbende, van wie de Belastingdienst verlangt dat hij als ondernemer digitaal aangifte doet, problemen met het besturingssysteem van zijn computer en verlopen contacten met de Belastingdienst moeizaam, door verschillende omstandigheden, die aan de Belastingdienst te wijten zijn. Belanghebbende wordt in zijn vrijheid beperkt door regels waarvan anderen menen dat hij zich eraan te houden heeft. Ten slotte voert belanghebbende aan dat de Rechtbank het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden door uitspraak te doen, hoewel de Inspecteur niet ter zitting was verschenen.

3.3

De Inspecteur heeft het standpunt van belanghebbende gemotiveerd betwist.

3.4

Beide partijen hebben voor hun standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken. Daaraan hebben zij ter zitting toegevoegd hetgeen is vermeld in het proces-verbaal van de zitting.

3.5

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, en tot vernietiging van de uitspraken van de Inspecteur en vermindering van de aanslagen tot nihil.

3.6

De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4 Beoordeling van het geschil

5 Proceskosten

6 Beslissing