Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-09-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:6852, 14/00213 t/m 14/00215

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-09-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:6852, 14/00213 t/m 14/00215

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
8 september 2015
Datum publicatie
18 september 2015
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2015:6852
Formele relaties
Zaaknummer
14/00213 t/m 14/00215

Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting. Navordering. Autokostenfictieregeling. Storting gelden op bankrekening. Row? Nieuw feit?

Uitspraak

Afdeling belastingrecht

Locatie Arnhem

nummers 14/00213, 14/00214 en 14/00215

uitspraakdatum: 8 september 2015

Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] te [Z] Zwitserland (hierna: belanghebbende)

en het incidentele hoger beroep van

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Utrecht (hierna: de Inspecteur)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 4 februari 2014, nummers AWB 12/5092, 12/5093 en 12/5094, in het geding tussen belanghebbende en de Inspecteur

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1

Aan belanghebbende is voor het jaar 2005 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 335.613 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 543.091. Daarbij is een bedrag van € 7.311 aan heffingsrente in rekening gebracht.

1.2

Aan belanghebbende is over het jaar 2005 een navorderingsaanslag IB/PVV (hierna: de eerste navorderingsaanslag) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 335.613, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 98.053 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 543.091. Daarbij is een bedrag van € 4.285 aan heffingsrente in rekening gebracht.

1.3

Aan belanghebbende is over het jaar 2005 een nadere navorderingsaanslag IB/PVV (hierna: de tweede navorderingsaanslag) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 7.835.613, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 98.053 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 543.091. Daarbij is een bedrag van € 792.672 aan heffingsrente in rekening gebracht. Bij beschikking is een boete opgelegd van € 1.950.000.

1.4

Op de bezwaarschriften van belanghebbende tegen voornoemde belastingaanslagen en beschikkingen heeft de Inspecteur bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de aanslag, de navorderingsaanslagen, de heffingsrentebeschikkingen en de boete gehandhaafd.

1.5

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 4 februari 2014 gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur voor zover deze zien op de aanslag IB/PVV 2005 en de daarbij vastgestelde heffingsrentebeschikking alsmede de bij de tweede navorderingsaanslag vastgestelde boete vernietigd, het beroep voor het overige ongegrond verklaard, de aanslag IB/PVV 2005 verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 329.825 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 543.091, de heffingsrentebeschikking bij deze aanslag dienovereenkomstig verminderd, de boete verminderd tot € 1.657.500 en beslissingen gegeven omtrent de proceskosten en de vergoeding van het griffierecht.

1.6

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. De Inspecteur heeft in zijn verweerschrift incidenteel hoger beroep ingesteld. Belanghebbende heeft het incidentele hoger beroep van de Inspecteur beantwoord.

1.7

Tot de stukken van het geding behoren, naast de hiervoor vermelde stukken, het van de Rechtbank ontvangen dossier dat op deze zaak betrekking heeft alsmede alle stukken die nadien, al dan niet met bijlagen, door partijen in hoger beroep zijn overgelegd, waaronder de ter zitting van het Hof door partijen voorgedragen pleitnotities.

1.8

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2015 te Arnhem. Daarbij zijn verschenen en gehoord prof. dr. [A] als de gemachtigde van belanghebbende, bijgestaan door mr. drs. [B] , mr. [C] en drs. ir. [D] (hierna: [D] ). Namens de Inspecteur is verschenen drs. [E] , bijgestaan door mr. [F] en [G] .

1.9

Het onderhavige beroepschrift is, met instemming van partijen, ter zitting gelijktijdig behandeld met de door belanghebbende ingediende beroepschriften die bij het Hof bekend zijn onder de nummers 14/00210, 14/00211, 14/00212, 14/00216 en 14/00217. De inhoud van de gewisselde stukken en hetgeen ter zitting is opgemerkt wordt geacht op alle zaken betrekking te hebben tenzij uit de inhoud van die stukken of het zinsverband het tegendeel blijkt.

1.10

Partijen hebben een pleitnota overgelegd. Van het verhandelde ter zitting is één proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 De vaststaande feiten

Algemeen

2.1

Belanghebbende was tot eind oktober 2002 president-directeur (CEO) van het Nederlandse, beursgenoteerde, vastgoedfonds [H] NV. Belanghebbende bezat in privé aandelen in [H] NV.

2.2

In september 2002 is een openbaar bod uitgebracht op de aandelen in [H] NV waarna belanghebbende zijn aandelen op 21 oktober 2002 heeft overgedragen en zijn functie als CEO bij [H] NV heeft neergelegd. Belanghebbende is met de kopers van [H] NV overeengekomen, dat hij zich gedurende drie jaren na zijn ontslag niet op de Nederlandse vastgoedmarkt zou begeven.

2.3

Vervolgens heeft belanghebbende zich toegelegd op de op- en uitbouw van het in Canada gevestigde, beursgenoteerde vastgoedfonds genaamd [I] (hierna: [I] ). Belanghebbende is onbezoldigd CEO van [I] . Het beheer over de vastgoedportefeuille en alle bijkomende werkzaamheden heeft [I] uitbesteed aan vennootschappen waarmee belanghebbende verbonden is (off-balance gemanaged). [I] heeft voor de aan- en verkooptransacties gebruik gemaakt van [J] Inc. Voor elke aan- en verkoop ontving [J] Inc. een provisie tussen 2 en 2,75 percent. De investeringsbeslissingen van [I] werden door een onafhankelijke commissie beoordeeld. Tot 2005 heeft dit fonds belegd in onroerende zaken in Canada.

2.4

De vergoedingen voor de werkzaamheden die belanghebbende verricht voor [I] en andere [K] vennootschappen in Canada worden verrekend via een managementcontract tussen de in Nederland gevestigde [K] nv en [J] Inc. Belanghebbende is bezoldigd bestuurder van [K] nv. In zijn aangifte IB/PVV 2005 heeft hij een loon uit dienstbetrekking bij [K] nv aangegeven van € 264.786.

2.5

[L] nv (hierna: [L] nv) is een in België gevestigde vennootschap die 82 percent van de aandelen in [K] nv bezit. Belanghebbende en [M] zijn bestuurder van [L] nv. De aandelen van [L] nv zijn in handen van een op Barbados gevestigde vennootschap, waarvan de aandelen indirect in handen zijn van [N] en [O] . Belanghebbende is settlor van beide naar het recht van Jersey aangegane trusts. De trustee van beide trusts is op Jersey gevestigd.

2.6

De twee trusts zijn ook middellijk aandeelhouder van [P] nv (hierna: [P] ). [P] is een naar het recht van de Nederlandse Antillen opgerichte nv gevestigd op Curaçao. Enig aandeelhouder is [Q] Ltd, welke vennootschap is gevestigd op Barbados. Alle aandelen in [Q] Ltd zijn in handen van de eveneens op Barbados gevestigde [R] . [N] en [O] houden ieder 48 percent van het aandelenkapitaal (niet-stemgerechtigde aandelen) in [R] . en de op Barbados gevestigde [S] . houdt de resterende 4 percent van het stemgerechtigde aandelenkapitaal (stemgerechtigde aandelen). De aandelen in [S] zijn middellijk in handen van [N] en [O] .

2.7

De bestuurders van [P] zijn [T] nv en [U] nv. Dit zijn naar het recht van de Nederlandse Antillen opgerichte naamloze vennootschappen die zijn gevestigd op Curaçao. De bestuurder van laatstgenoemde vennootschappen is [V] (hierna: [V] ).

2.8

[P] heeft op de Nederlandse-Antillen de status van off-shore vennootschap, waardoor zij onder een voordelig fiscaal regime valt.

De belastingaanslagen

2.9

[W] heeft de aangifte IB/PVV 2005 van belanghebbende in februari 2007 elektronisch ingediend. [W] heeft belanghebbende verzocht na akkoordbevinding op de voorzijde van het geprinte biljet zijn handtekening te plaatsen, zodat het kantoor vervolgens de elektronische aangifte kon indienen.

2.10

De aanslag IB/PVV 2005 heeft als dagtekening 4 december 2009. Bij deze aanslag heeft de Inspecteur onder meer het inkomen uit werk en woning met € 48.234 verhoogd vanwege het privégebruik van een auto.

2.11

De Inspecteur heeft een boekenonderzoek ingesteld naar de aanvaardbaarheid van de aangiften IB/PVV van belanghebbende over de jaren 2002 tot en met 2005. De bevindingen tijdens dit onderzoek zijn vastgelegd in een concept controlerapport dat de Inspecteur op 30 november 2010 aan belanghebbende heeft toegezonden. Uit dit onderzoek zijn verschillende correcties voortgevloeid die aanleiding voor de Inspecteur zijn geweest voor het opleggen van de eerste en de tweede navorderingsaanslag.

2.12

Bij de eerste navorderingsaanslag heeft de Inspecteur het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang verhoogd met € 98.503 vanwege een regulier voordeel dat is behaald uit een aanmerkelijk belang in [Y] bv.

2.13

Bij de tweede navorderingsaanslag heeft de Inspecteur het belastbare inkomen uit werk en woning verhoogd met € 7.500.000 vanwege een hoger resultaat uit overige werkzaamheden voortvloeiende uit de zogenoemde [AA] . Bij de tweede navorderingsaanslag heeft de Inspecteur een vergrijpboete opgelegd aan belanghebbende. Van het opleggen van de vergrijpboete heeft de Inspecteur belanghebbende in kennis gesteld in zijn brief van 22 november 2010.

Privégebruik auto (aanslag IB/PVV 2005)

2.14

Belanghebbende was in 2005 in dienstbetrekking werkzaam voor [BB] BV (hierna: de BV). De BV stelde in dat jaar aan belanghebbende een personenauto van het merk BMW, type 760 Li Sedan AUT ter beschikking, met kenteken [00-YY-YY] (hierna: de auto). De auto heeft een cataloguswaarde van € 192.937. In het door belanghebbende in zijn aangifte IB/PVV vermelde inkomen uit werk en woning is geen bijtelling voor privégebruik begrepen.

2.15

Op basis van het onder 2.11 genoemde boekenonderzoek heeft de Inspecteur correcties op de ingediende aangifte IB/PVV aangebracht en gesteld dat ten onrechte geen bijtelling ter zake van het privégebruik van de auto heeft plaatsgevonden. Hij heeft een correctie op het belastbare inkomen uit werk en woning aangebracht van 25 percent van de cataloguswaarde van € 192.937, derhalve € 48.234.

2.16

De Rechtbank heeft geoordeeld dat de bijtelling voor privégebruik van de auto te hoog is vastgesteld en beslist dat deze 22 percent in plaats van 25 percent van de cataloguswaarde moet bedragen. Voor het overige heeft de Rechtbank het beroep tegen deze correctie verworpen.

Rente [Y] bv (eerste navorderingsaanslag)

2.17

De Inspecteur heeft het standpunt ingenomen dat [Y] BV, een BV waarvan belanghebbende aanmerkelijkbelanghouder is, een winstuitdeling aan belanghebbende heeft gedaan en heeft het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang met € 98.053 verhoogd.

Dutch German Deal (tweede navorderingsaanslag)

2.18

De [AA] (hierna: [AA] ) betreft de aankoop medio 2005 van elf panden door [I] . [I] heeft de panden gekocht van de [CC] -groep, relaties van de [CC] -groep en vennootschappen van [M] . De aankoop heeft [I] deels gefinancierd door de uitreiking van aandelen. [DD] heeft mede zorggedragen voor de verkoop van deze aandelen aan beleggers.

2.19

[CC] Holding bv (hierna: [CC] ) is een in [EE] gevestigde vennootschap die zich bezig houdt met de handel in onroerende zaken door middel van een conglomeraat van vennootschappen (hiervoor en hierna aangeduid als: de [CC] -groep). [FF] en [GG] zijn directeur/aandeelhouder van [CC] (hierna respectievelijk: [FF] en [GG] ).

2.20

[DD] is een in [HH] , Zwitserland, gevestigde vennootschap die vermogensbeheer aanbiedt aan een groot aantal vermogende beleggers. Bij [DD] zijn werkzaam [II] (hierna: [II] ) alsmede [JJ] en zijn zoon [M] (hierna tezamen: de heren [KK] ).

2.21

In een faxbericht van 14 december 2004 heeft [M] aan [GG] en [FF] het volgende geschreven (tussen rechte haakjes zijn de toevoegingen van het Hof geplaatst, al dan niet onder weglating van de originele tekst):

“Wellicht kunnen we volgende week even samen zitten om het fonds van [belanghebbende] te bespreken. Zoals reeds eerder besproken heeft [belanghebbende] een aantal presentaties gegeven bij [DD] . [ [II] ] en [ [JJ] ] zijn zeer enthousiast over het nieuwe fonds van [belanghebbende], [I] . en zij zien goede mogelijkheden stukken van dit fonds te plaatsen bij cliënten van [ [DD] ].

[ [DD] ] heeft echter een sterke voorkeur voor Europees onroerend goed aangezien zij op dit moment geen dollarrisico in de portefeuilles willen. [Belanghebbende] heeft aangegeven een Europese tak te willen opzetten (te beginnen met Nederland en Duitsland). Hij mag vanaf begin 2005 ook weer in Nederland actief zijn op basis van zijn non-concurrentie beding met [LL] . Dit voornemen sluit goed aan bij onze strategie, wij zoeken nog steeds een goed alternatief voor [ [H] NV], veel van onze cliënten zitten momenteel met een onderweging in vastgoed en [belanghebbende] heeft een goede trackrecord bij onze cliënten opgebouwd.

Ik heb in dit kader overwogen het [MM-pand] en het [NN-pand] aan te bieden en wellicht te combineren met een aantal van jullie panden. Wellicht kunnen we samen een transactie voorbereiden op basis van dezelfde beginselen als we destijds bij [ [H] NV] hebben gehanteerd.”

2.22

Op 20 december 2004 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen de heren [KK] , [GG] , [FF] en [OO] , een zakenpartner van voornoemde personen. Op 21 december 2004 heeft [GG] het volgende memo aan [M] gestuurd:

“(…) we hebben op de terugreis de mogelijk transacte met [I] besproken. Zoals eerder aangegeven zijn [ [FF] ] en ik zeer enthousiast om het [ [H] NV] model te laten herleven. Wij kunnen samen van [I] eenzelfde succes maken als destijd van [ [H] NV], daarvan zijn wij overtuigd.

[ [FF] ] heeft [belanghebbende] gesproken en een afspraak gemaakt, we zien elkaar binnenkort. Graag willen wij de krachten bundelen en een compleet pakket aanbieden (inclusief [MM-pand] en [NN-pand] ). Zou jij [X] kunnen vragen een volmacht te maken en een ontwerp maatschapsovereenkomst. Over de precieze taakverdeling en winstverdeling moeten we het in een later stadium nog maar eens hebben.”

2.23

[M] heeft op 3 januari 2005 het volgende bericht aan [GG] en [FF] gestuurd:

“Wij hebben van onze zijde inmiddels weer gesproken met [belanghebbende] en [belanghebbende] is helemaal in voor een transactie zoals wij besproken hebben. Ik heb [belanghebbende] aangegeven dat jullie de transactie uitvoeren en dat hij in het kader van due dilligence enzovoorts contact met jullie op moet nemen. Wij onderzoeken momenteel de plaatsingsmogelijkheden binnen het bestand van [ [DD] ] en [PP] .

Laten we op korte termijn een vervolgafspraak plannen.”

2.24

In het begin van het jaar 2005 hebben [FF] , [GG] en de heren [KK] een poolovereenkomst gesloten, waarin zij hebben afgesproken dat: de [CC] -groep 75 percent van de netto-winst ontvangt en de heren [KK] 25 percent, de [CC] -groep een separate vergoeding voor haar werkzaamheden mag berekenen en de heren [KK] een hoger winstaandeel (maximaal 50 percent) krijgen indien zij veel aandelen kunnen plaatsen middels hun kanalen bij [DD] .

2.25

Op 22 februari 2005 heeft [QQ] bv (hierna: [QQ] ) van [I] de opdracht ontvangen de onroerende zaken te taxeren die onderdeel uitmaakten van de [AA] .

2.26

Met als dagtekening 5 maart 2005 heeft [QQ] aan [I] de taxatierapporten verstrekt.

2.27

Op 20 mei 2015 heeft [I] een persbericht uitgegeven dat onder meer de volgende tekst bevat:

“[ [I] ] announced today that the Corporation has reached agreements with (…) [CC] B.V., (…) arm’s length parties in the Netherlands whereby it will acquire 12 prominent commercial real estate properties located in Germany and the Netherlands (…)

The acquisition of these quality properties in Germany and The Netherlands fits well within the Company’s strategic plan as outlined in the 2004 Annual Report of the Company. In 2004 the purchase of quality properties in Canada became much more difficult as competition in the marketplace was prepared to earn lower and lower cap rates thereby pushing up the value of Canadian properties significantly.”

2.28

Op 1 en 2 juni 2005 koopt [I] elf panden van onder meer de [CC] -groep en vennootschappen van [M] , gedeeltelijk tegen uitreiking van aandelen.

2.29

[L] nv heeft in het jaar 2005 een bankrekening aangehouden bij de [a-bank] te [HH] , Zwitserland (hierna: [a-bank] ).

2.30

Op 12 juli 2005 is van de Liechtensteinse bankrekening van [M] in zijn opdracht een bedrag van € 7.500.000 (hierna: het Bedrag) gestort op de bankrekening van [L] nv bij [a-bank] . [L] nv heeft het Bedrag geboekt met de omschrijving “unknown debtor” met de toevoeging “?? [M] ”.

2.31

[D] was in 2005 bestuurder van [L] nv. Hij heeft telefonisch contact opgenomen met belanghebbende, omdat hem onduidelijk was waarom het Bedrag op de rekening van [L] nv was gestort. Belanghebbende heeft [D] gemeld dat het Bedrag abusievelijk naar de rekening van [L] nv is overgeboekt en dat het Bedrag naar een bankrekening van [P] overgemaakt moet worden.

2.32

Op 6 september 2005 heeft [D] een door hem en belanghebbende ondertekende fax met als briefhoofd “ [H] nv” aan [DD] gestuurd. In de mail heeft [D] verzocht van de rekening van [L] nv bij [a-bank] € 7.500.000 over te boeken naar een rekening van [P] bij de [b-bank] . AG te [HH] , Zwitserland. Beide rekeningen zijn in beheer bij [DD] .

2.33

Op 8 september 2005 heeft [a-bank] van de bankrekening van [H] € 7.500.000 overgeboekt op de rekening van [P] bij de [b-bank] . AG.

2.34

[L] nv heeft deze overboeking geboekt met de omschrijving “?? [P] ”.

2.35

De balans en resultatenrekening van [P] ultimo 2004 en 2005 luiden als volgt:

Balansen 2004 en 2005 (in US-dollars)

2004 2005 2004 2005

CA shareholder 6.000 6.000 │ Issued capital 6.000 6.000

[b-bank] (depot) 22.084 9.435.451 │ Retained earnings 408.767 9.542.824

[c-bank] 1.875 │ Provisions 2.625.000 2.625.000

Receivable [Y] 2.860.410 2.477.370 │ Current Account X 10.199 10.199

[RR] shares 162.638 268.116 │ CA UIHNV 1.165 4.790

3.051.132 12.188.812 3.051.131 12.188.813

Resultatenrekeningen 2004 en 2005 (in US-dollars)

2004 2005 2004 2005

Fee anthoom 1.165 1.750 │ Income 162.638 9.512.022

Bank costs 5.208 2.175 │

Result 156.265 9.517.096 │

2.36

In de toelichting op de resultatenrekening 2005 (in euro’s) is vermeld: “7.500.000,00 fee”.

2.37

[D] heeft ter zitting van het Hof verklaard, dat [P] een gunstige fiscale structuur heeft (off-shore company). Hij heeft daaraan toegevoegd, dat [P] was bedoeld om winsten in te laten neerslaan, ook als [P] daarvoor niets deed.

2.38

[V] heeft in een schriftelijke verklaring het volgende opgemerkt over [P] , [AA] en het Bedrag:

“ [P] (…) heeft van de heer [M] het exclusieve recht bedongen om een 25% belang te mogen verkrijgen in de “Duits-Nederlandse vastgoedportefeuille” van [CC] (…). Namens [P] (…) treedt [belanghebbende] op als gevolmachtigde.

(…)

Vervolgens doet zich in de loop van 2005 de mogelijkheid voor dat [ [I] ] kan optreden als koper. (…)

Alvorens [CC] B.V. kan gaan onderhandelen met [ [I] ] over de eventuele koop door [ [I] ] van de portefeuille, dient het exclusieve kooprecht op 25% van deze portefeuille dat [ [P] ] van de heer [M] heeft gedongen te worden afgewikkeld. (…)

Derhalve hebben de heer [M] en [belanghebbende] onderhandelt over de afkoop van het exclusieve kooprecht (…). Hiervoor is een afkoopvergoeding overeengekomen van EUR 7,5 miljoen.

(…) Er is slechts een exclusief recht tot koop bedongen dat voorafgaand aan de onderhandelingen met [ [I] ] is afgekocht voor EUR 7,5 miljoen.”

2.39

De Inspecteur heeft een onderzoek in laten stellen bij de [CC] -groep. In het controlerapport staat over de [AA] het volgende vermeld:

“1.2 Achtergrond transactie

De heren [KK] en [II] (beiden werkzaam bij de Zwitserse zakenbank [DD] ) informeerden de heren [GG] en [FF] over de omstandigheid dat [belanghebbende] graag een grote transactie wilde plegen in Nederland/West-Europa. Hierdoor zou na een afwezigheid van enkele jaren (wegens de verkoop van [ [H] NV] had [belanghebbende] een anti-concurrentie beding van enkele jaren opgelegd gekregen vanuit de bank [LL] ) zijn naam in één keer weer gevestigd zijn en zouden de aan [belanghebbende] gelieerde vennootschappen, [I] ( [I] ) in dit geval, direct weer toegang kunnen krijgen tot de Nederlandse aandelenbeurs.

De vennootschappen van de heren [GG] en [FF] ( [CC] c.s. in het vervolg) verzorgden deze transactie en fungeerden zowel als intermediair tussen de inkoop en verkoop als verkoper van panden en onroerend goed lichamen. Probleem bij deze transactie was dat [I] een groot gedeelte van de koopsom wilde betalen in nieuw uit te geven aandelen aan toonder [I] . De Canadese autoriteiten wilde 3 à 4 maanden vooraf informatie ontvangen over de namen van de nieuwe aandeelhouders [I] . De heer [TT] , adviseur van het [CC] concern, heeft in verband met de eis van de Canadese autoriteiten drie maanden voor het afsluiten van de transactie inschattingen moeten maken over de uiteindelijke prijzen en bijbehorende financieringen.”

3 Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1

In geschil is of:

-

de Inspecteur terecht een bedrag ter zake van het privégebruik van de auto tot het inkomen uit dienstbetrekking van belanghebbende heeft gerekend;

-

de Inspecteur terecht het Bedrag als resultaat uit overige werkzaamheden heeft aangemerkt,

-

de Inspecteur bevoegd is het Bedrag na te vorderen en

-

de Rechtbank ten onrechte de boete met 15 percent heeft verminderd vanwege de overschrijding van de redelijke termijn.

3.2

Belanghebbende beantwoordt deze vragen ontkennend en de Inspecteur beantwoordt deze bevestigend.

3.3

Ter zitting van het Hof heeft de Inspecteur zijn standpunt dat belanghebbende in 2005 een winstuitdeling van [Y] BV heeft genoten laten vallen, zodat de correctie ter zake van het inkomen uit aanmerkelijk belang van € 98.053 komt te vervallen. Het hoger beroep dat daartegen is gericht is al om die reden gegrond.

3.4

Beide partijen hebben voor hun standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken. Daaraan hebben zij ter zitting toegevoegd hetgeen is vermeld in het aan deze uitspraak gehechte proces-verbaal van de zitting.

3.5

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, de uitspraken van de Inspecteur, de eerste en de tweede navorderingsaanslag en de daarbij vastgestelde beschikkingen alsmede tot een vermindering van de aanslag tot het aangegeven bedrag en dienovereenkomstige vermindering van de beschikking heffingsrente.

3.6

De Inspecteur concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank voor zover deze ziet op de in de eerste navorderingsaanslag begrepen correctie van het inkomen uit aanmerkelijk belang alsmede de boete die met de tweede navorderingsaanslag samenhangt, vernietiging van de uitspraak van de Inspecteur in zoverre, vermindering van de vastgestelde boete met 10 percent, en tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank voor het overige.

4 Beoordeling van het geschil

5 Proceskosten

6 Beslissing