Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22-03-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:2285, 15/00227, 15/00228 en 15/00229

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22-03-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:2285, 15/00227, 15/00228 en 15/00229

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22 maart 2016
Datum publicatie
1 april 2016
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2016:2285
Zaaknummer
15/00227, 15/00228 en 15/00229

Inhoudsindicatie

AWR. Informatiebeschikking. Schending informatieplicht? Mocht inspecteur in redelijkheid vragen stellen? Verzwegen vermogen in buitenland?

Uitspraak

Afdeling belastingrecht

Locatie Arnhem

nummers 15/00227, 15/00228 en 15/00229

nummer /

op het hoger beroep van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 29 januari 2015, nummers AWB 14/2072, AWB 14/2073 en AWB 14/2074, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Almelo (hierna: de Inspecteur)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De Inspecteur heeft op 16 oktober 2013 ten aanzien van belanghebbende een informatiebeschikking vastgesteld wegens het niet voldoen aan de verplichtingen vervat in artikel 47 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) (hierna: de informatiebeschikking). De informatiebeschikking heeft betrekking op de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (hierna: Zvw) voor de jaren 2009 tot en met 2011.

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze beschikking. De Inspecteur heeft het bezwaar ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende is tegen voormelde uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft bij uitspraak van 29 januari 2015 het beroep ongegrond verklaard en belanghebbende een termijn gesteld van zes weken, gerekend vanaf de datum van verzending van de uitspraak, om alsnog de in de beschikking gestelde vragen te beantwoorden en de daarin verzochte informatie te verschaffen.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Tot de stukken van het geding behoren, naast de hiervoor vermelde stukken, het van de Rechtbank ontvangen dossier dat op deze zaak betrekking heeft alsmede alle stukken die nadien, al dan niet met bijlagen, door partijen in hoger beroep zijn overgelegd.

1.6.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 november 2015 te Arnhem. Belanghebbende en diens gemachtigde zijn met kennisgeving aan het Hof niet verschenen. Namens de Inspecteur zijn mr. [A] en [B] verschenen. De zaak is gelijktijdig behandeld met de zaken met rolnummers 14/01093 en 14/01094.

1.7.

Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 De vaststaande feiten

2.1

Belanghebbende heeft de aangifte IB/PVV en Zvw op 28 april 2011 gedaan voor het jaar 2009, op 14 september 2011 voor het jaar 2010 en op 12 september 2012 voor het jaar 2011.

2.2

De Inspecteur heeft naar aanleiding daarvan bij brief van 3 oktober 2012 om informatie verzocht. In de brief is onder meer het volgende vermeld.

“Geachte heer [X] ,

Ik ontving uw aangiften inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverwekeringswet 2009, 2010 en 2011. Om deze aangiften te kunnen beoordelen, heb ik meer informatie nodig. In deze brief leest u om welke informatie het gaat.

Algemeen

De aangifte 2009 is ingediend door uw adviseur [C] . De aangiften 2010 en 2011 zijn ingediend door accountantskantoor [D] .

De gevraagde informatie heeft deels betrekking op uw buitenlands vermogen en deels op overige onderdelen in uw aangiften.

Gelet op uw reactie op mijn verzoek om inlichtingen over de aangifte 2008 over het buitenlands vermogen, richt ik mijn brief rechtstreeks aan u. Ik verzoek u zorg te dragen voor beantwoording van mijn verzoek door uw adviseur(s).

Aangifte 2009 tot en met 2011

(...)

Ik verzoek u daarom mij de volgende gegevens te verstrekken:

- overzicht van de banksaldi per 1 januari 2008 en 31 december 2008 van de bankrekening met nummer [00000] bij [a-bank] (Luxembourg) SA

- overzicht van banksaldi overige spaarrekeningen en/of beleggingsrekeningen bij bovengenoemde bank per 1 januari en 31 december

- overzicht van saldi spaarrekeningen en/of beleggingsrekeningen bij overige banken in het buitenland (uitgezonderd de aangegeven bankrekening aangehouden bij [b-bank] te Spanje) per 1 januari en 31 december

- overige vermogensbestanddelen in het buitenland per 1 januari en 31 december (uitgezonderd uw aangegeven belang van 50% in een woning in Spanje).”

2.3

Bij brief van 23 oktober 2012 reageert de gemachtigde van belanghebbende op deze brief. In deze reactie is onder meer het volgende vermeld.

“(...)

Ik kan omtrent uw verzoek om informatie vrij kort zijn. De heer [X] heeft geen aanleiding om een ander standpunt in te nemen dan in de eerdere aanslagfase, bezwaarfase en beroepsfase is ingenomen. Aan uw verzoek kan ook geen gehoor worden gegeven.”

2.4

Op 16 oktober 2013 heeft verweerder de informatiebeschikking afgegeven die thans onderwerp van geschil is. Hierin is onder meer het volgende vermeld.

“U hebt niet of niet geheel aan deze informatieverzoeken voldaan.

Het gaat om de volgende vragen en verzoeken:

- overzicht van de banksaldi per 1 januari en 31 december van de jaren 2009, 2010 en 2011 van de bankrekening met nummer [00000] bij [a-bank] (Luxembourg) SA

- overzicht van banksaldi overige spaarrekeningen en/of beleggingsrekeningen bij bovengenoemde bank per 1 januari en 31 december van genoemde jaren

- overzicht van saldi spaarrekeningen en/of beleggingsrekeningen bij overige banken in het buitenland (uitgezonderd de aangegeven bankrekening aangehouden bij [b-bank] te Spanje) per 1 januari en 31 december van genoemde jaren

- overige vermogensbestanddelen in het buitenland per 1 januari en 31 december van genoemde jaren (uitgezonderd uw aangegeven belang van 50% in een woning in Spanje)”

2.5

In de uitspraken van de rechtbank Oost-Nederland van 21 februari 2013 met de registratienummers AWB 08/3105 en 12/982 (IB/PVV 1995 en IB/PVV 2002) en met de registratienummers AWB 11/5507 tot en met 11/5521 (IB/PVV 1996 tot en met 2001, IB/PVV 2003 tot en met 2007 en VB 1997 tot en met 2000) heeft de rechtbank onder meer aannemelijk geoordeeld dat belanghebbende de beschikking heeft gehad over een bankrekening met het nummer [00000] bij [a-bank] te Luxemburg. In hoger beroep zijn deze uitspraken door dit Hof op dit punt bevestigd bij uitspraak van 23 december 2014 met nummers 13/00350 t/m 13/00357, 13/00359, 13/00360, 13/00362 t/m 13/00365, 13/00405, 13/00417, 13/00418, 13/00420, 13/00421 en 13/00427.

3 Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1.

Tussen partijen is in geschil of de informatiebeschikking terecht is afgegeven.

3.2.

Belanghebbende beantwoordt bovenstaande vraag ontkennend, de Inspecteur bevestigend.

3.3.

Beide partijen hebben voor hun standpunten aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken. Hetgeen daaraan op de zitting door de Inspecteur is toegevoegd, is vermeld in het proces-verbaal van de zitting.

3.4.

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, de uitspraak op bezwaar en de informatiebeschikking. De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4 Beoordeling van het geschil

5 Kosten

6 Beslissing