Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28-06-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:5226, 15/00969

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28-06-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:5226, 15/00969

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
28 juni 2016
Datum publicatie
29 juli 2016
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2016:5226
Zaaknummer
15/00969

Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting. Zelfstandigenaftrek. Urencriterium. Advocaat. Schending hoor en wederhoor?

Uitspraak

Afdeling belastingrecht

Locatie Arnhem

nummer 15/00969

uitspraakdatum: 28 juni 2016

Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] , wonende te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 16 juni 2015, nummer AWB 14/5521, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Amersfoort (hierna: de inspecteur)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Aan belanghebbende is over het jaar 2010 een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 8.092. Tevens is een bedrag van € 210 aan heffingsrente in rekening gebracht.

1.2.

De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 30 juni 2014 de navorderingsaanslag en de beschikking heffingsrente gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen. De rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank) heeft bij uitspraak van 16 juni 2015 het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft bij faxbericht van 27 juli 2015 tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.5.

De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.6.

Belanghebbende heeft een nader stuk ingebracht.

1.7

Bij faxbericht van 30 mei 2016 heeft de Inspecteur een pleitnota ingediend. De pleitnota wordt geacht ter zitting te zijn voorgedragen.

1.8.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 juni 2016 te Arnhem. Belanghebbende is verschenen, bijgestaan door [A] . Namens de Inspecteur zijn verschenen [B] en [C] .

1.9.

Belanghebbende heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en overgelegd.

1.10.

Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende dreef in 2010 in de vorm van een eenmanszaak een advocatenkantoor.

2.2.

Belanghebbende heeft in zijn aangifte IB/PVV 2010 aanspraak gemaakt op de zelfstandigenaftrek. De Inspecteur heeft de aanslag overeenkomstig de aangifte vastgesteld.

2.3.

De Inspecteur heeft bij belanghebbende een boekenonderzoek ingesteld om onder meer de zelfstandigenaftrek te beoordelen. Van dit onderzoek is een rapport opgemaakt. Daarin is onder meer het volgende vermeld:

5 Winstberekening

5.1

Bedrijfsopbrengsten

De omzet van 2010 bedraagt € 31.703 en sluit aan bij de boekhouding. Deze omzet bestaat uit:

Raad van Rechtsbijstand

17.632

Apotheek [D]

11.764

Eigen bijdrage cliënt

2.307

Totaal

31.703

5.2

Bedrijfskosten

(…)

6 Ondernemersaftrek

6.1

Zelfstandigenaftrek

De heer [X] claimt in 2010 zelfstandigenaftrek. Om voor deze aftrek in aanmerking te komen moeten er minimaal 1225 uren worden besteed aan werkzaamheden voor de onderneming.

Belastingplichtige heeft tijdens een gesprek aangegeven dat zijn echtgenote eind 2009 ziek is geworden en dat hij in 2010 veel ziekenhuizen en verpleeghuizen heeft bezocht. De heer [X] gaf tevens aan dat hij het liefst zijn echtgenote thuis verzorgde (mantelzorg) met hulp van de thuiszorg. Op die manier kon hij ook meer thuiswerken. Dit is uiteindelijk ook zo gegaan.

Belastingplichtige verklaart dat het uurtarief wat hij hanteerde lag tussen de € 150 en de € 200. De website van belastingplichtige geeft overigens aan een uurtarief van € 238 inclusief BTW. Uitgaande van € 150 en een omzet van € 31.704 kom ik op 211 directe aan de onderneming bestede uren. Een urenregistratie is niet bijgehouden. Belastingplichtige is diverse malen in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat aan het urencriterium is voldaan, maar heeft hier niet aan voldaan.

Het is aan belastingplichtige om te bewijzen (aannemelijk te maken) dat hij heeft voldaan aan het urencriterium. De gevraagde gegevens zijn tot dusver niet overgelegd. Ik kan niet beoordelen of belastingplichtige recht heeft op zelfstandigenaftrek. Ik corrigeer de zelfstandigenaftrek.

Van het in de aangifte vermelde bedrag ad € 9.427 is € 9.195 effectief in mindering gebracht op de aangegeven winst uit onderneming. De niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek bedraagt € 232.

Correctie 2010: € 9.195.

Het bedrag van de niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek wordt € 0.

6.2

MKB-winstvrijstelling

Door de correctie moet de MKB-winstvrijstelling worden aangepast. De nieuwe winst uit onderneming bedraagt € 9.195. De MKB-winstvrijstelling (12%) bedraagt € 1.103.

Correctie 2010: € - 1.103.”

2.4.

De Inspecteur heeft bij het vaststellen van de navorderingsaanslag de zelfstandigenaftrek gecorrigeerd, omdat belanghebbende niet heeft voldaan aan het urencriterium.

2.5.

Belanghebbende heeft tegen de navorderingsaanslag bezwaar en beroep ingesteld. Bij het onderzoek ter zitting van de Rechtbank is belanghebbende te laat verschenen. Blijkens de uitnodiging zou het beroep van belanghebbende op dinsdag 28 april 2015 om 13:55 uur worden behandeld. Omdat belanghebbende op dat tijdstip niet aanwezig was, heeft de Rechtbank nog tien minuten gewacht. Om 14:05 uur is het onderzoek ter zitting aangevangen buiten aanwezigheid van belanghebbende. Om 14:10 uur is het onderzoek ter zitting gesloten. Belanghebbende heeft zich om 14:12 uur bij de bodebalie gemeld met de mededeling dat hij te laat was. De Rechtbank heeft geen aanleiding gezien het onderzoek ter zitting te heropenen.

2.6.

Met betrekking tot de zelfstandigenaftrek heeft de Rechtbank niet aannemelijk geacht dat belanghebbende in het onderhavige jaar ten minste 1225 uren aan zijn onderneming heeft besteed. De Rechtbank heeft het ingestelde beroep dan ook ongegrond verklaard.

3 Geschil

4 Overwegingen

5 Proceskosten

6 Beslissing