Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-12-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:10906, 16/00325, 16/00326, 16/00333 t/m 16/00336

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-12-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:10906, 16/00325, 16/00326, 16/00333 t/m 16/00336

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12 december 2017
Datum publicatie
22 december 2017
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2017:10906
Formele relaties
Zaaknummer
16/00325, 16/00326, 16/00333 t/m 16/00336

Inhoudsindicatie

OB. Luchtvaartinstructeur. Aftrek voorbelasting. Vrijstelling onderwijsdiensten.

IB/PVV. Navordering. Nieuw feit? Aftrekbaarheid vliegkosten.

Uitspraak

locatie Arnhem

nummers 16/00325, 16/00326 en 16/00333 tot en met 16/00336

uitspraakdatum: 12 december 2017

Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

en het incidentele hoger beroep van

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Arnhem (hierna: de Inspecteur)

tegen de uitspraken van de rechtbank Gelderland van 25 februari 2016, nummers AWB 14/4614 en 14/4615, en nummers AWB 14/2937 tot en met 14/2939 en 14/2941, in het geding tussen belanghebbende en de Inspecteur

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 2008 tot en met 31 december 2011 een naheffingsaanslag omzetbelasting van € 10.167 opgelegd. Bij beschikkingen is € 941 heffingsrente berekend en is een boete van € 1.016 opgelegd.

1.2.

Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 een naheffingsaanslag omzetbelasting van € 512 opgelegd. Bij beschikkingen is € 15 belastingrente berekend en is een boete van € 51 opgelegd.

1.3.

Aan belanghebbende is over het jaar 2008 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: ib/pvv) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 70.175. Bij beschikkingen is € 1.652 heffingsrente berekend en is een boete van € 2.498 opgelegd.

1.4.

Aan belanghebbende is over het jaar 2009 een navorderingsaanslag ib/pvv opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 80.481. Bij beschikkingen is € 1.592 heffingsrente berekend en is een boete van € 3.344 opgelegd.

1.5.

Aan belanghebbende is over het jaar 2010 een aanslag ib/pvv opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 65.627. Bij beschikking is € 1.034 heffingsrente berekend.

1.6.

Aan belanghebbende is over het jaar 2011 een aanslag ib/pvv opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 61.565. Bij beschikking is € 509 heffingsrente berekend.

1.7.

De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar de bezwaren ongegrond verklaard en de belastingaanslagen en de beschikkingen gehandhaafd.

1.8.

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep tegen de belastingaanslagen en de beschikkingen heffingsrente en belastingrente ongegrond verklaard, het beroep tegen de boetes gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur inzake de boetes vernietigd en de boetes horende bij de naheffingsaanslagen omzetbelasting verminderd en de boetes horende bij de navorderingsaanslagen ib/pvv vernietigd. Voorts heeft de Rechtbank een vergoeding wegens immateriële schade toegekend van € 500, proceskostenvergoedingen toegekend en de Inspecteur gelast de betaalde griffierechten te vergoeden.

1.9.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraken van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft incidenteel hoger beroep ingesteld in de zaken met de nummers 16/00333 en 16/00334.

1.10.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 november 2017. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende is geboren [in] 1958.

2.2.

Belanghebbende is in loondienst werkzaam als inspecteur/groepschef bij de [A] en is tevens hulpofficier van justitie. Daarnaast is belanghebbende werkzaam als docent bij de [B] (met ingang van 1 januari 2009 freelance; daarvoor vormde het werk als docent overwerk bij de politie) en verricht hij met ingang van het vierde kwartaal van 2011 als freelance docent werkzaamheden voor [C] , [D] en [E] , bestaande uit het geven van instructie, het ontwikkelen van toetsvragen en het afnemen van examens.

2.3.

Belanghebbende is in 2007 begonnen met de opleiding Private Pilot Licence (PPL), die hij in 2008 heeft afgerond. Met een PPL-brevet mag een piloot op zicht eenmotorige propellervliegtuigen tot 2.000 kg besturen. Belanghebbende is in 2010 begonnen met de opleiding Commercial Pilot Licence (CPL). De CPL-opleiding leidt op tot commercieel piloot. Alleen met een CPL-brevet mag tegen vergoeding op zicht een (kleiner) vliegtuig worden bestuurd. Om de CPL-opleiding te kunnen volgen, dient men over een PPL-brevet te beschikken.

2.4.

Belanghebbende heeft per 1 januari 2009 een eenmanszaak in het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven met de handelsnaam “ [F] ”.

2.5.

In zijn aangiften ib/pvv heeft belanghebbende de hieruit voortvloeiende resultaten als winst uit onderneming aangemerkt en daarbij onder andere de volgende kosten in aftrek gebracht (hierna: de vliegkosten):

Jaar

Vliegkosten

Cursuskosten

Contributies / abonnementen

Overig

2008

PPL/vlieguren

18.514

0

1.043

353

2009

Vlieguren

14.404

1.375

508

0

2010

CPL

15.289

4.341

701

0

2011

CPL

11.123

80

733

0

In de bijlage bij de aangifte ib/pvv 2008 is in de rubriek “spec andere kosten” het volgende opgenomen:

“vliegkosten 18.514

kantoorkosten 114

abonnementen 1.043

kleine aanschaffingen 239”

In de bijlage bij de aangifte ib/pvv 2009 is in de rubriek “spec andere kosten” het volgende opgenomen:

“vliegkosten

kantoorkosten 145

abonnementen

kleine aanschaffingen

overige kosten 2.589”

In de rubriek “kosten grond- en hulpstoffen” in dezelfde bijlage is een bedrag van € 14.404 opgenomen.

In het Rapport jaarrekening 2009 dat is opgesteld door Administratiekantoor [G] vof (hierna: [G] ) is onder andere het volgende opgenomen:

Kosten van grond- en hulpstoffen, inkoopprijs van de verkopen

Kosten vliegen € 14.404

Andere kosten

vliegkosten € 0

kantoorkosten € 145

abonnementen € 0

kleine aanschaffingen € 0

Overige kosten € 2.589

(Onbenoemde kosten) € 2.394”

2.6.

Belanghebbende heeft in zijn aangiften omzetbelasting alle aan hem in rekening gebrachte voorbelasting in aftrek gebracht, met uitzondering van de voorbelasting op de PPL-opleiding.

2.7.

De Inspecteur heeft bij belanghebbende een boekenonderzoek ingesteld naar de aanvaardbaarheid van de aangiften ib/pvv over de jaren 2008 tot en met 2011 en de aangiften omzetbelasting voor de tijdvakken tussen 1 januari 2008 en 1 januari 2012. Naar aanleiding van het boekenonderzoek heeft de Inspecteur de aftrek van voorbelasting integraal geweigerd, hetzij omdat de voorbelasting drukt op kosten die aan de vrijgestelde prestaties van belanghebbende zijn toe te rekenen, dan wel omdat de vliegkosten niet in het kader van de economische activiteiten van belanghebbende zijn gemaakt. De Inspecteur heeft alle door belanghebbende in aftrek gebrachte voorbelasting nageheven. Voor de ib/pvv heeft de Inspecteur onder andere de aftrek van de vliegkosten gecorrigeerd.

2.8.

Tot de gedingstukken behoren kopieën van de volgende correspondentie:

-

Brief van 17 april 2013 van [H] B.V. aan belanghebbende over de mogelijke plaatsing van belanghebbende op de lijst met freelance vliegers na het behalen van zijn CPL-brevet;

-

Brief van 19 april 2013 van [I] , waarin belanghebbende wordt genoemd als een potentiële piloot na het behalen van zijn CPL-brevet;

-

Brief van 21 september 2014 van [J] B.V. aan belanghebbende met het voornemen belanghebbende na het behalen van zijn CPL-brevet in te zetten als Commercial Pilot;

-

Brief van 28 november 2014 van [K] aan belanghebbende met het verzoek om informatie over vliegreizen naar bepaalde buitenlandse bestemmingen vanaf april 2015;

-

E-mail van 18 februari 2015 van [L] namens twee tour operators aan belanghebbende met het verzoek informatie te verstrekken over mogelijke vliegdiensten;

-

Diverse e-mails aan belanghebbende uit 2015 en 2016 met korte vragen over mogelijke vluchten die door belanghebbende kunnen worden uitgevoerd.

2.9.

Belanghebbende heeft in 2013 een website ( [M] .nl) laten bouwen en flyers laten maken. Belanghebbende heeft in 2015 zelf een bedrijfsplan opgesteld.

2.10.

Bij de Rechtbank hebben partijen overeenstemming bereikt over een aantal kleine correcties voor de omzetbelasting. De naheffingsaanslagen zijn in totaal tot een bedrag van € 1.156 terecht opgelegd. De rest is in geschil. De verzuimboete voor de omzetbelasting dient te worden verminderd tot een totaalbedrag van € 115. De Rechtbank heeft de verzuimboete voor de omzetbelasting dienovereenkomstig verminderd.

3 Geschil

3.1.

Voor de omzetbelasting is primair in geschil of belanghebbende recht heeft op aftrek van voorbelasting. Indien het gelijk ten aanzien van het primaire geschilpunt (deels) aan belanghebbende is, is subsidiair in geschil of de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel o, Wet op de omzetbelasting 1968 met ingang van 1 juli 2010 van toepassing is op de onderwijsdiensten die belanghebbende heeft verleend aan [D] en [E] . De door de Rechtbank verminderde boetes zijn niet in geschil.

3.2.

Voor de ib/pvv is in geschil:

-

Of een nieuw feit aanwezig is (navorderingsaanslagen 2008 en 2009);

-

Of de vliegkosten kwalificeren als ondernemingskosten;

-

Of de vliegkosten kwalificeren als scholingsuitgaven;

-

Of de Rechtbank de boetes voor de jaren 2008 en 2009 terecht heeft vernietigd.

3.3.

Tussen partijen is niet langer in geschil dat de proceskosten dienen te worden vastgesteld conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Voorts zijn de door de Rechtbank toegekende vergoeding wegens immateriële schade en de proceskostenvergoedingen niet in geschil.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing