Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-12-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:10437, 17/00933 t/m 17/00935

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-12-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:10437, 17/00933 t/m 17/00935

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
4 december 2018
Datum publicatie
14 december 2018
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2018:10437
Formele relaties
Zaaknummer
17/00933 t/m 17/00935

Inhoudsindicatie

IB/PVV. Specifieke zorgkosten. Kosten traplift en behandeling door natuurgenezer.

Uitspraak

Locatie Arnhem

nummers 17/00933, 17/00934 en 17/00935

uitspraakdatum: 4 december 2018

Uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 19 september 2017, nummers AWB 16/3423, 16/3424 en 17/1083, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Arnhem (hierna: de Inspecteur)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1

Aan belanghebbende is voor het jaar 2013 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 22.695. Bij beschikking is € 237 belastingrente in rekening gebracht.

1.2

Aan belanghebbende is voor het jaar 2014 een aanslag in de IB/PVV opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 23.053.

1.3

Aan belanghebbende is voor het jaar 2015 een aanslag in de IB/PVV opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 21.587. Bij beschikking is € 10 belastingrente in rekening gebracht.

1.4

Op de bezwaarschriften van belanghebbende heeft de Inspecteur bij uitspraken op bezwaar de aanslagen IB/PVV 2013 en 2014 en de beschikking belastingrente verminderd. Het bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2015 en de beschikking belastingrente is afgewezen.

1.5

Belanghebbende is tegen die uitspraken op bezwaar in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft bij uitspraak van 19 september 2017 de beroepen over 2013 en 2015 ongegrond verklaard en het beroep over 2014 gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar over 2014 vernietigd en het belastbaar inkomen uit werk en woning over 2014 verminderd tot € 20.887.

1.6

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.7

Tot de stukken van het geding behoren, naast de hiervoor vermelde stukken, de van de Rechtbank ontvangen dossiers die op deze zaken betrekking hebben alsmede alle stukken die nadien, al dan niet met bijlagen, door partijen in hoger beroep zijn overgelegd.

1.8

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 september 2018 te Arnhem.

2 De vaststaande feiten

2.1

Belanghebbende is geboren [in] 1957 en woont samen met [A] (hierna: de partner), die geboren is [in] 1950.

2.2

Belanghebbende is sinds 1997 onder behandeling bij [B] , heilpraktiker (natuurgenezer) te Duitsland (hierna: [B] ). De partner komt sinds 2005 ook regelmatig bij [B] voor een behandeling. [B] staat niet in het BIG-register.

2.3

[B] heeft schriftelijk verklaard:

‘Een Heipraktiker is GEEN Medisches Hilfsberuf zoals de Physiotherapeut. Wij zijn geneeskundigen. Er is in Duitsland een Heilpraktikergesetz waar we ons aan moeten houden: Dit is o.a. een examen (…). We zijn, naast de Arts de enige die een Diagnose mogen stellen. (…). Er zijn ons bepaalde ziektes en medikamenten verboden. Als we patienten met bepaald … ziektes hebben moeten we dit melden en de behandeling aan de artsen verder geven: Dan mogen we wel “meebehandelen”. Als de BIG zoals ik begrijp een registratie is voor Paramedici dann gaan we ons dus NIET aanmelden als Heilpraktiker omdat we dan onze staus extrem naar beneden gaan zetten. Ik zou er absolut op aandringen dat de Heilpraktiker een erkende, van de staat gexamineerde geneeskundige is. Weliswaar zonder een universitär examen … maar volledig in het medische systeem geintegreerd. Ze worden deels van de verzekeringen betaald en verder betalen de patienten zelf.’

2.4

[C] heeft in een brief van 2 augustus 2006 aan [B] geschreven dat hij in hun systeem staat geregistreerd als genezer en dat de verzekerde eerst de nota aan hem dient te betalen, waarna de nota door [C] zal worden afgehandeld conform de voor de betreffende verzekerde van toepassing zijnde voorwaarden.

2.5

De Inspecteur heeft, naast de onderhavige jaren, alleen over het jaar 2003 de aftrek van de kosten van [B] als specifieke zorgkosten niet geaccepteerd. Over de andere jaren is de aftrek van deze kosten wel door de Inspecteur geaccepteerd.

2.6

Belanghebbende heeft op 12 juli 2013 een bedrag van € 10.089,50 betaald voor (de aanleg van) een traplift in zijn eigen woning.

2.7

Belanghebbende komt in 2013, gelet op zijn inkomen en vermogen, niet in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming, voortvloeiende uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (hierna: Wmo).

2.8

Belanghebbende heeft in zijn aangifte IB/PVV 2013 een bedrag van € 16.116 aan uitgaven voor specifieke zorgkosten vermeld. De Inspecteur heeft een aantal uitgaven niet geaccepteerd en wel als volgt (na de bezwaarfase):

Aangifte

Correctie

Na bezwaar

Kosten medicijnen

143

60

83

Uitgaven voor hulpmiddelen

10.664

10.014

650

Uitgaven voor vervoer i.v.m. ziekte of invaliditeit

2.204

1.096

1.108

Dieetkosten

1.750

50

1.700

Extra uitgaven voor kleding en beddengoed

155

155

0

Genees- en heelkundige hulp

1.200

1.200

0

Uitgaven specifieke zorgkosten

16.116

12.575

3.541

Drempel

982

-

982

-

Aftrek specifieke zorgkosten

15.134

2.559

2.9

Belanghebbende heeft in de aangifte IB/PVV 2014 een bedrag aan specifieke zorgkosten vermeld van € 6.106. De Inspecteur heeft een aantal uitgaven niet geaccepteerd en wel als volgt (na de bezwaarfase):

Aangifte

Correctie

Na bezwaar

Kosten medicijnen

220

76

144

Uitgaven voor hulpmiddelen (podozolen)

340

340

0

Uitgaven voor vervoer i.v.m. ziekte of invaliditeit

2.206

1.241

965

Dieetkosten

1.800

100

1.700

Extra uitgaven voor kleding en beddengoed

310

310

0

Genees- en heelkundige hulp

1.230

1.230

0

Uitgaven specifieke zorgkosten

6.106

3.297

2.809

Drempel

994

-

994

-

Aftrek specifieke zorgkosten

5.112

1.815

2.10

Belanghebbende heeft in de aangifte IB/PVV 2015 een bedrag aan specifieke zorgkosten vermeld van € 6.020. De Inspecteur heeft een aantal uitgaven niet geaccepteerd en wel als volgt (na de bezwaarfase):

Aangifte

Correctie

Na bezwaar

Kosten medicijnen

144

144

Uitgaven voor hulpmiddelen

420

420

Uitgaven voor vervoer i.v.m. ziekte of invaliditeit

1.426

738

688

Dieetkosten

2.000

2.000

Genees- en heelkundige hulp

2.030

2.030

0

Uitgaven specifieke zorgkosten

6.020

2.768

3.252

Drempel

1.114

-

1.114

-

Aftrek specifieke zorgkosten

4.906

2.138

2.11

De Rechtbank heeft de beroepen over 2013 en 2015 ongegrond verklaard en het beroep over 2014 gegrond verklaard. De Rechtbank heeft voor dat jaar de aftrekbare uitgaven voor hulpmiddelen vastgesteld op € 340 en de aftrekbare uitgaven voor vervoer in verband met ziekte op € 1.091.

3 Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1

In geschil is de hoogte van de (aftrekbare) uitgaven voor specifieke zorgkosten.

3.2

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, van de uitspraken op bezwaar, en tot vermindering van de aanslagen conform de ingediende aangiften IB/PVV.

3.3

De Inspecteur concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, van de uitspraken op bezwaar, en tot vermindering van de aanslagen.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing