Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-03-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:2532, 16/01514

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-03-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:2532, 16/01514

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
20 maart 2018
Datum publicatie
30 maart 2018
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2018:2532
Zaaknummer
16/01514

Inhoudsindicatie

Wfsv. Verzekeringsplicht voor werknemersverzekeringen? Privaatrechtelijke dienstbetrekking? Fictieve dienstbetrekking? Begeleiding van slagers.

Uitspraak

locatie Arnhem

nummer 16/01514

uitspraakdatum: 20 maart 2018

Uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 7 november 2016, nummer AWB 16/2983, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Utrecht (hierna: de Inspecteur)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Bij voor bezwaar vatbare beschikking (artikel 59, derde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen (hierna: Wfsv)) van 10 november 2014 heeft de Inspecteur beslist dat [A] (hierna: [A] ) in 2014 in dienstbetrekking staat tot belanghebbende en uit dien hoofde verzekerd is op grond van de werknemersverzekeringen.

1.2.

De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar het bezwaar ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 december 2017. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 De vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende heette tot 5 oktober 2016 [B] B.V. Enig aandeelhouder was [B] . Belanghebbende exploiteerde een franchiseorganisatie in het slagerijbedrijf. Bij haar waren ruim 20 franchisenemers aangesloten. De aangesloten franchisenemers betalen aan belanghebbende een fee.

2.2.

[A] was sinds 1 december 2009 franchisenemer van belanghebbende. Hij exploiteerde een slagerij, aanvankelijk in [D] , nadien in [E] . Tot 2013 in de vorm van een eenmanszaak, nadien in de vorm van de V.O.F. [A-1] , met zijn vrouw als medevennoot. Inmiddels exploiteert hij drie slagerijen in de regio [E] .

2.3.

[A] verrichtte werkzaamheden voor belanghebbende, bestaande uit het onderhouden van contacten met franchisenemers van belanghebbende en het opleiden en adviseren van de franchisenemers, met name betreffende de presentatie van de toonbank en vaktechnische vaardigheden. Hij maakte daarbij gebruik van zijn eigen gereedschap en zijn eigen auto. V.O.F. [A-1] factureerde de vergoeding die belanghebbende is verschuldigd voor de werkzaamheden van [A] .

2.4.

Belanghebbende en [A] hebben op 26 maart 2012 hun daarop betrekking hebbende overeenkomst schriftelijk vastgelegd. De achtergrond van de vastlegging was dat [A] ter financiering van een woonhuis een geldlening wilde aangaan bij een bank en deze bank de vastlegging van de arbeidsverhouding verlangde. Deze schriftelijke vastlegging luidt onder meer als volgt:

“Artikel 1

1. [A] is benoemd tot bedrijfsadviseur van B.V., zulks voor onbepaalde tijd.

2. [A] zal zorgdragen voor de bedrijfsbegeleiding van de franchisenemers van B.V. en in het algemeen voor de uitvoering van alle werkzaamheden noodzakelijk voor het bovenstaande, al welke activiteiten, ook naar omvang, verder voldoende aan partijen bekend zijn en waarvan zij derhalve geen nadere omschrijving behoeven.

(…)

Artikel 3

1. [A] is verplicht, zowel tijdens de duur van de overeenkomst als nadat deze tot een einde is gekomen, geheimhouding te betrachten jegens een ieder met betrekking tot alle, op welke wijze dan ook ter kennis van [A] gekomen bijzonderheden omtrent bedrijfsaangelegenheden, in de ruimste zin des woords, van B.V., waarvan redelijkerwijs begrepen kan worden dat openbaarmaking B.V. kan schaden in zijn belangen.

2. Alle bedrijfsgegevens, correspondentie, aantekeningen, instructies, handleidingen of andere bescheiden, die [A] in verband met de voor B.V. te verrichten diensten in haar bezit heeft, zullen door [A] bij het einde van deze overeenkomst - ongevraagd - dadelijk aan B.V. ter hand worden gesteld.

Artikel 4

1. Voor de bereidheid en beschikbaarheid en – met name – voor het verrichten van alle zich voordoende activiteiten en diensten als vermeld in artikel 1, is [A] met ingang van 1 januari 2012 gerechtigd aan B.V. een nota uit te reiken van, op jaarbasis, minimaal € 40.000, excl. BTW.

2. B.V. zal voorts per maand de door [A] in het belang van de vennootschap gemaakte kosten vergoeden op basis van de door [A] ingediende gespecificeerde declaraties en bescheiden.

3. [A] zal over de te factureren vergoedingen BTW in rekening brengen.

Artikel 5

1. [A] garandeert dat hij zich gedurende 230 werkdagen per jaar (…) beschikbaar zal houden teneinde de uit deze overeenkomst voortvloeiende activiteiten te verrichten.

(…)

Artikel 8

[A] staat er voor in dat hij alle verplichtingen welke krachtens de belasting en sociale verzekeringswetten op hem rusten steeds stipt en volledig zal nakomen en vrijwaart B.V. ten aanzien van eventuele aanspraken dienaangaande.”

2.5.

V.O.F. [A-1] heeft over de periode januari 2014 tot en met oktober 2015 maandelijks aan belanghebbende facturen gezonden voor bedragen van € 4.833,33 tot € 6.883,33 exclusief omzetbelasting. Over 2014 heeft V.O.F. [A-1] 831 uren aan belanghebbende gefactureerd. Over de periode januari tot en met oktober 2015 heeft V.O.F. [A-1] 768 uren aan belanghebbende gefactureerd.

2.6.

Franchisenemers kunnen zonder bijbetaling gebruik maken van de diensten van [A] . Zij maken daarover rechtstreeks met [A] afspraken, zonder tussenkomst van belanghebbende. Als zij meer uren dienstverlening van [A] willen, regelen zij dat rechtstreeks met hem en betalen die uren ook rechtstreeks aan hem.

2.7.

Met dagtekening 3 september 2014 heeft de Inspecteur ten name van [A] een verklaring arbeidsrelatie (artikel 3.156 van de Wet IB 2001, zoals dit destijds luidde) genomen waarin de werkzaamheden zijn aangemerkt als winst uit onderneming (hierna: de VAR-wuo). Deze VAR-wuo is met dagtekening 18 juni 2015 herzien in een VAR-loon met betrekking tot de periode 3 september 2014 tot en met 31 december 2014. Tegen deze herziening is bezwaar gemaakt.

2.8.

Bij brief van 11 augustus 2014 heeft (de gemachtigde van) belanghebbende de Inspecteur verzocht om een voor bezwaar vatbare beschikking inzake de verzekeringsplicht van [A] . Deze brief luidt onder meer als volgt:

‘De heer [A] is geen Zzp-er, maar verleent diensten vanuit zijn eigen VOF. En is hiervoor een overeenkomst van opdrachten overeengekomen met de B.V. Hij bepaalt zelf wanneer hij naar een vestiging gaat en kan ook weigeren om dit te doen. Hij deelt zijn eigen planning in. Hij handelt dus in het kader van een onderneming en de werkzaamheden worden in het kader van een bedrijf verricht.’

2.9.

Bij de in geding zijnde beschikking van 10 november 2014 heeft de Inspecteur de arbeidsverhouding tussen belanghebbende en [A] aangemerkt als dienstbetrekking.

2.10.

Bij brief van 21 oktober 2015 schrijft (de gemachtigde van) belanghebbende aan de Inspecteur:

‘Hij [ [A] ] wordt sec gehuurd voor het begeleiden en adviseren inzake de presentaties van de toonbank alsmede het geven van vaktechnische vaardigheden.’

2.11.

Belanghebbende heeft haar activiteiten per 1 oktober 2015 overgedragen aan [F] B.V. Die vennootschap heeft met dagtekening 4 april 2016 een nieuwe overeenkomst van opdracht gesloten met V.O.F. [A-1] , die onder meer als volgt luidt:

‘In aanmerking nemende:

- dat partijen met deze overeenkomst geen arbeidsovereenkomst beogen af te sluiten, maar een overeenkomst van opdracht (…)

dat opdrachtgever te allen tijde aan de opdrachtnemer een opdracht kan geven tot het verrichten van werkzaamheden, maar dat opdrachtgever nooit gehouden is aan opdrachtnemer een opdracht te verstrekken;

dat opdrachtnemer te allen tijde een opdracht van opdrachtgever kan accepteren, maar daartoe nooit gehouden is;

(…)

1. Aard van de overeenkomst

1.1.

De rechten en plichten uit deze overeenkomst gelden telkens voor de duur van de tussen partijen overeengekomen werkzaamheden.

1.2.

De overeengekomen werkzaamheden bestaan (…) uit: begeleiden en het geven van vaktechnische adviezen aan franchisenemers van opdrachtgever.

2. Algemene bepalingen

2.1.

Opdrachtnemer is bij het uitvoeren van de overeengekomen werkzaamheden geheel zelfstandig. De werkzaamheden worden verricht naar eigen inzicht en zonder toezicht van de opdrachtgever. De opdrachtnemer is dan ook vrij om binnen hetgeen is overeengekomen het afgesproken resultaat te realiseren/verwezenlijken.

2.2.

Opdrachtnemer kan de overeengekomen werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door een ander (door medevennoot en/of haar personeel) laten verrichten mits hij dit van tevoren aan de opdrachtgever heeft medegedeeld en de opdrachtgever haar toestemming heeft verleend. Opdrachtgever kan slechts zijn toestemming weigeren, indien de andere persoon niet aan een aantal van tevoren tussen partijen overeengekomen objectieve criteria voldoet.

2.3.

Onverminderd het in het vorige lid bepaalde, blijft opdrachtnemer jegens opdrachtgever altijd aansprakelijk voor het overeengekomen resultaat alsof zij de desbetreffende werkzaamheden zelf verricht heeft.

2.4.

Opdrachtnemer kan zelfstandig de werktijden en tijdstippen vaststellen met dien verstande dat de werkzaamheden uiterlijk op de door de franchisenemers van opdrachtgever aangegeven dag/maand zijn afgerond.

2.5.

De werkzaamheden zullen doorgaans plaatsvinden op locatie bij de franchisenemers van opdrachtgever en het staat opdrachtnemer echter vrij om de werkzaamheden elders te verrichten.

2.6.

Tijdens het werken aan de opdracht, moet de opdrachtnemer de opdrachtgever op de hoogte houden van zijn werkzaamheden en moet hij de opdrachtgever op de hoogte stellen(dus hierover verantwoording af leggen) zodra hij klaar is met zijn opdracht (tenzij de opdrachtgever daar al van op de hoogte is ). Hij geeft dan ook aan hoe hij de opdracht heeft uitgevoerd.’

2.12.

Bij brief van 30 maart 2016 heeft de Inspecteur meegedeeld dat werken volgens de hiervoor aangehaalde overeenkomst van 4 april 2016 niet leidt tot een (fictieve) dienstbetrekking.

2.13.

Op de website vleesmagazine.nl staat een bericht over de opening van een slagerij van een franchisenemer van belanghebbende. In dat bericht wordt [A] aangeduid als commercieel manager van belanghebbende.

2.14.

Op de website van belanghebbende staat onder meer:

‘ [A] is de rechterhand van franchisegever [C] . “ [C] regelt alles achter de schermen en ik voor de schermen.”’

2.15.

Op de website [G] .nl staat een bericht onder de kop ‘ [A] commercieel manager [H] ’. In dat bericht staat onder meer:

‘ [A] (…) is commercieel manager bij [H] , een franchiseformule in vlees. (…) Door de gestage groei van het bedrijf, is besloten een commercieel manager aan te trekken. [A] heeft ervaring op het gebied van leidinggeven in het retail kanaal en beheert ook de pilotstore van de [H-groep] in [D] .

Zijn werkzaamheden bestaan voornamelijk uit het onderhouden van de contacten met de franchisedeelnemers, het opleiden van nieuwe franchisenemers en het beheren van alle commerciële activiteiten van de franchise-formule.’

2.16.

Tot de stukken behoort een verklaring van [A] van 27 mei 2016, die onder meer als volgt luidt:

‘Ik ben niet in loondienst bij [C] . Ik heb dit in het verleden wel gevraagd, maar dit was niet zijn bedoeling. (…) Ik herken mij niet eens in de functie van commercieel manager, want mijn taak is in principe alleen winkeladvies, ze hoeven mij dus ook niet op te volgen, het is een advies. (…) In die zin zie ik hem als mijn opdrachtgever, niet als mijn baas en denk ik ook aan mijn eigen bedrijven. Deze krijgen prioriteit. (…) Eigenlijk werk ik in mijn dode uren voor hem.’

2.17.

Tot de stukken behoort een verklaring van [I] , werknemer van V.O.F. [A-1] , van 12 oktober 2016, die onder meer als volgt luidt:

‘Ik word regelmatig door mijn werkgever, de heer [A] op pad gestuurd, als vervanger van hem, bij zijn collega's franchisenemer verspreid over het hele land .

Ik doe alle werkzaamheden bij zijn collega's franchisenemers, welke mijn baas ook doet.

Als de jongens advies op het gebied van hun bedrijfsvoering nodig hebben, dan nemen ze rechtstreeks contact op met zowel mij werkgever als met mij zelf ( of zijn vrouw [J] ).

Ik ga ook heel vaak samen met [J] naar die jongens en zij doet ook alle voorkomende werkzaamheden welke wij ook doen.

Ik hoeft nooit verantwoording of toestemming te vragen aan [C] . Ik moet alleen bij mijn baas verantwoording afleggen over de verrichte werk.’

2.18.

Tot de stukken behoort een verklaring van [K] , franchisenemer van belanghebbende, van 13 oktober 2016, die onder meer als volgt luidt:

‘Hierbij verklaar ik, [K] , franchisenemer van [L] te [D] dat als ik advies op het gebied van onze bedrijfsvoering nodig heb, rechtstreeks contact opneem met onze adviseur [A] .

Ook is er regelmatig contact over vaktechnische vraagstukken met zijn vrouw [J] .

Daar dhr. [A] zelfstandig werkt vinden de contacten rechtstreeks plaats en hoeft [A] ook geen verantwoording af te leggen aan dhr. [C] .

Contacten vinden altijd plaats na wederzijds overleg, dus tussen franchisenemer en adviseur.

Dhr. [C] staat hier verder buiten.’

2.19.

Tot de stukken behoort een verklaring van [M] , franchisenemer van belanghebbende, van 13 oktober 2016, die onder meer als volgt luidt:

‘* Als wij als franchisenemer van de [H-groep] advies en/of hulp op commercieel gebied nodig hebben, nemen wij direct contact op met [A] . Het is niet nodig om [C] hiervan op de hoogte stellen stellen.

* Voor de werkzaamheden van [A] en/of zijn vervanger hoeft laatstgenoemde als ZZP-er geen verantwoording af te leggen aan [C] . Er vindt dan ook geen eindcontrole plaats door [C] .

* Als [A] om wat voor reden dan ook zijn afspraken niet kan nakomen, blijft hij als ZZP-er in gebreke, niet [C] . Hij wordt dus niet van hogerhand verplicht om afspraken na te komen.

* Naast een collega franchise-ondernemer beschouw ik persoonlijk [A] als een ( zelfstandig) commercieel manager binnen de groep.’

2.20.

Tot de stukken behoort een verklaring van [N] , franchisenemer van belanghebbende, van 13 oktober 2016, die onder meer als volgt luidt:

‘Hierbij verklaar ik dat ik [A] bel wanneer ik denk dat ik hem nodig heb, dit doe ik zonder tussenkomst van de heer [C] .

Dat [A] en ik dan zelf de beslissingen nemen die er volgens ons genomen moeten worden.

Ik zie hem als een collega .

Hoe verder de verhoudingen zijn met de heer [C] weet ik verder niet’

2.21.

Tot de stukken behoort een verklaring van [O] , franchisenemer van belanghebbende, van 13 oktober 2016, die onder meer als volgt luidt:

‘Hierbij verklaar ik het volgende

-

Ik als franchisenemer heb contact met [A] omtrent alle zaken adviserend naar mijn bedrijf hierbij liggen de lijnen kort en is er alleen met [A] rechtstreeks contact hierover

-

[A] bezoekt mijn bedrijf regelmatig en uit vrije wil zonder medeweten van dhr [C] . Wanneer hij niet in staat is stuurt hij of zijn vrouw of een van zijn chefs.

-

Alle zaken besproken blijven tussen mij en [A] , hierin is [A] anderen geen verantwoording schuldig.’

3 Het geschil

3.1.

In geschil is of [A] in 2014 voor zijn werkzaamheden ten behoeve van belanghebbende is verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Het geschil spitst zich toe op de vraag of [A] tot belanghebbende in privaatrechtelijke, dan wel fictieve dienstbetrekking stond.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing