Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30-04-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:3852, 17/01313 en 17/01314

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30-04-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:3852, 17/01313 en 17/01314

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30 april 2019
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2019:3852
Zaaknummer
17/01313 en 17/01314

Inhoudsindicatie

IB/PVV. Schending hoorplicht? Omkering en verzwaring van de bewijslast. Redelijke schatting? Verzuimboete.

Uitspraak

locatie Arnhem

nummers 17/01313 en 17/01314

uitspraakdatum: 30 april 2019

Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 19 oktober 2017, nummers AWB 17/934 en AWB 17/935, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Arnhem (hierna: de Inspecteur)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Aan belanghebbende is voor het jaar 2014 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd. Bij beschikkingen is belastingrente berekend en is een verzuimboete opgelegd.

1.2.

Voorts is aan hem voor het jaar 2014 een aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (hierna: ZVW) opgelegd. Bij beschikking is belastingrente berekend.

1.3.

De Inspecteur heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de bezwaren tegen voormelde aanslagen en beschikkingen ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.5.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.6.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 januari 2019. Belanghebbende is met bericht aan het Hof, niet ter zitting verschenen. Van de zitting is een proces‑verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 Vaststaande feiten

2.1.

In 2014 heeft belanghebbende een bedrag van in totaal € 46.800 genoten aan inkomsten uit een persoonsgebonden budget (hierna: PGB) in verband met zorgverlening aan zijn kinderen.

2.2.

Bij brief van 28 februari 2015 is belanghebbende uitgenodigd tot het doen van aangifte IB/PVV en inkomensafhankelijke bijdrage ZVW voor het jaar 2014. Bij brief van 2 oktober 2015 is belanghebbende een herinnering voor het doen van aangifte gestuurd en bij brief van 4 november 2015 is hij aangemaand tot het doen van aangifte.

2.3.

Met dagtekening 24 juni 2016 is de aanslag IB/PVV voor het jaar 2014 opgelegd, waarbij het belastbaar inkomen uit werk en woning is geschat op € 30.850. Wegens het niet doen van aangifte is een verzuimboete opgelegd van € 369. Verder is € 344 aan belastingrente in rekening gebracht.

2.4.

Met dezelfde dagtekening is de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage ZVW voor het jaar 2014 opgelegd, waarbij het bijdrage-inkomen is geschat op eveneens € 30.850. Aan belastingrente is € 73 in rekening gebracht.

2.5.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslagen IB/PVV en inkomensafhankelijke bijdrage ZVW, alsmede de daarmee samenhangende beschikkingen inzake de verzuimboete en de belastingrente.

2.6.

Bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar heeft de Inspecteur de bezwaren tegen de aanslagen en de beschikkingen inzake de verzuimboete en de belastingrente afgewezen.

2.7.

Belanghebbende is hiertegen in beroep gekomen bij de Rechtbank. Volgens de Rechtbank moet de bewijslast worden omgekeerd en verzwaard, omdat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Naar het oordeel van de Rechtbank berusten de aanslagen op een redelijke schatting en is belanghebbende er niet in geslaagd om overtuigend aan te tonen dat deze onjuist is. De verzuimboete is volgens de Rechtbank terecht opgelegd en ook passend en geboden. Van een schending van de hoorplicht is voorts geen sprake. De beroepen zijn hierop ongegrond verklaard, ook wat betreft de beschikkingen inzake de belastingrente.

3 Geschil

Het hoger beroep ziet in de kern op de vraag of de aanslagen IB/PVV en inkomensafhankelijke bijdrage ZVW voor het jaar 2014 te hoog zijn vastgesteld. Voorts is in geschil of de verzuimboete terecht is opgelegd en of de hoorplicht is geschonden.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing