Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 09-03-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:2193, 19/01720

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 09-03-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:2193, 19/01720

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
9 maart 2021
Datum publicatie
19 maart 2021
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:2193
Zaaknummer
19/01720

Inhoudsindicatie

Wet Woz. Waardevaststelling woning.

Uitspraak

locatie Arnhem

nummer 19/01720

uitspraakdatum: 9 maart 2021

Uitspraak van de achttiende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

de heffingsambtenaar van de gemeente Ede (hierna: de heffingsambtenaar)

en het incidenteel hoger beroep van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 19 november 2019, nummer AWB 18/6902, in het geding tussen de heffingsambtenaar en belanghebbende.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [a-straat] 17 te [Z] (hierna: de woning), per waardepeildatum 1 januari 2017 en naar de toestand op die datum, voor het jaar 2018 vastgesteld op € 721.000. Tegelijk met deze beschikking is de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) 2017 voor zover het betreft het eigenaarsgedeelte vastgesteld op € 786,61.

1.2.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de beschikking en de aanslag gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraken van de heffingsambtenaar vernietigd, de beschikking verminderd tot € 650.000, de aanslag OZB 2017 dienovereenkomstig verminderd, de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en gelast dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoedt.

1.4.

De heffingsambtenaar heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.5.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak incidenteel hoger beroep ingesteld.

1.6.

Het onderzoek ter zitting heeft via beeldbellen plaatsgevonden op 27 januari 2021. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende is eigenaar van de woning. Het betreft een vrijstaande woning met een inpandige garage. De woning heeft een inhoud van 738 m3 en is gelegen op een perceel van 653 m2. Het bouwjaar is 2016.

2.2.

Het door belanghebbende betreffende de woning ingevulde inlichtingenformulier nieuwbouwwoningen WOZ vermeldt € 358.750 als koopsom van de bij de woning behorende grond en € 331.540 als aanneemsom van de woning. Als datum van de koopovereenkomst van de bouwgrond is ingevuld 17 maart 2016.

2.3.

De bouwgrond voor de woning is op 17 maart 2016 door de gemeente Ede aan kopers overgedragen voor een bedrag van € 359.500 inclusief BTW.

2.4.

Het bouwperceel waar later het buurpand [a-straat] 15 op is gebouwd, met een oppervlakte van 550 m2, is op 13 november 2015 door de gemeente Ede aan kopers overgedragen voor een bedrag van € 319.500 inclusief BTW.

2.5.

Het bouwperceel waar later het pand [a-straat] 13 op is gebouwd, met een oppervlakte van 508 m2, is door de gemeente Ede op 31 maart 2015 aan kopers overgedragen voor een bedrag van € 289.500 inclusief BTW.

3 Geschil

3.1.

In (incidenteel) hoger beroep is in geschil de waarde van de woning op de waardepeildatum 1 januari 2017. In geschil is enkel nog de waarde van de bij de woning behorende kavel.

3.2.

De heffingsambtenaar bepleit dat de waarde van de woning van € 650.000 te laag is vastgesteld en concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en bevestiging van de uitspraken op bezwaar.

3.3.

Belanghebbende bepleit in incidenteel hoger beroep een waarde van € 620.000 en concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en tot vermindering van de bij beschikking vastgestelde waarde en de aanslag OZB 2017.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing