Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-05-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3651, 20/00886

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-05-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3651, 20/00886

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10 mei 2022
Datum publicatie
20 mei 2022
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:3651
Formele relaties
Zaaknummer
20/00886

Inhoudsindicatie

Wet Woz. Waardevaststelling gaswinnings- en gasbehandelingslocatie.

Uitspraak

locatie Leeuwarden

nummer 20/00886

uitspraakdatum: 10 mei 2022

Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

de heffingsambtenaar van de gemeente Oldambt (hierna: de heffingsambtenaar)

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 10 augustus 2020, nummer LEE 17/3928, in het geding tussen belanghebbende en

[belanghebbende] B.V. te [vestigingsplaats] (hierna: belanghebbende).

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [belanghebbende] -locatie “ [naam1] ” te [plaats1] (hierna: de onroerende zaak), per waardepeildatum 1 januari 2015, voor het jaar 2016 vastgesteld op € 44.893.000.

1.2

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de eerder vastgestelde waarde verminderd tot € 33.825.000.

1.3

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 10 augustus 2020 gegrond verklaard, de uitspraak van de heffingsambtenaar vernietigd, de waardebeschikking verminderd tot € 15.639.000 en gelast dat de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende vergoedt.

1.4

De heffingsambtenaar heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

1.5

Tot de stukken van het geding behoren, naast de hiervoor vermelde stukken, het van de Rechtbank ontvangen dossier dat op deze zaak betrekking heeft alsmede alle stukken die nadien, al dan niet met bijlagen, door partijen in hoger beroep zijn overgelegd.

1.6

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari 2022 te Leeuwarden. Daarbij zijn verschenen en gehoord, drs. O.M. Menger, als gemachtigde van belanghebbende, bijgestaan door [naam2] , [naam3] , [naam4] , [naam5] , [naam6] en [naam7] , alsmede [naam8] en [naam9] namens de heffingsambtenaar, bijgestaan door [naam10] , [naam11] , [naam12] , [naam13] en [naam14] . De onderhavige zaak is gelijktijdig en gezamenlijk behandeld met de zaak van de heffingsambtenaar van de gemeente Midden-Groningen met zaaknummer 20/00885.

1.7

Partijen hebben een pleitnota voorgedragen en overgelegd.

1.8

Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 De vaststaande feiten

2.1

De onroerende zaak is een zogenoemde [belanghebbende] -locatie. Belanghebbende (hierna ook: [belanghebbende] ) houdt zich op [belanghebbende] -locaties onder meer bezig met het winnen van aardgas uit het zogenoemde Groningen gasveld (hierna: het Groningenveld) door middel van ondergrondse boorputten. Dit aardgas bevindt zich veelal in een zandsteenlaag op een diepte van ongeveer 3.000 meter. Na de ontdekking van het Groningenveld in 1959 is op diverse [belanghebbende] -locaties geboord naar de gashoudende laag in de bodem, die ongeveer 100 tot 200 meter dik is. Meestal komt het gas door de natuurlijke druk omhoog. Daar waar dat niet het geval is, wordt de druk verhoogd met compressoren. Het aan de oppervlakte gekomen gas wordt op [belanghebbende] -locaties behandeld door er water en condensaat uit te filteren, waarna het uitgefilterde gas op de gewenste afleveringsspecificatie wordt gebracht en vervolgens wordt gevoed in een ringpijpleiding, die is verbonden met het gastransportnetwerk van de Gasunie (Gasunie Transport Services).

2.2

De onroerende zaak is een gaswinnings- en gasbehandelingslocatie zoals hiervoor - onder 2.1 - is omschreven. De onroerende zaak bestaat uit 21 boorputten (waarvan er in 2016 nog 20 operationeel waren), installaties, compressoren, pompen, turbines, meet- en regelapparatuur, pijpleidingen, koelers en afsluiters en beslaat ongeveer 17 hectare.

2.3

Belanghebbende heeft het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht en is de gebruiker van de onroerende zaak.

3 Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1

In geschil is de waarde van de onroerende zaak per waardepeildatum 1 januari 2015.

3.2

De heffingsambtenaar bepleit een waarde van € 33.825.000 en concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank.

3.3

Belanghebbende bepleit een waarde van € 15.639.000 en concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

3.4

Beide partijen hebben voor hun standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken. Daaraan hebben zij ter zitting toegevoegd hetgeen is vermeld in het aan deze uitspraak gehechte proces-verbaal van de zitting.

4 Beoordeling van het geschil

5 Proceskosten

6 Beslissing