Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19-07-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:6283, 21/00457

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19-07-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:6283, 21/00457

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19 juli 2022
Datum publicatie
29 juli 2022
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:6283
Formele relaties
Zaaknummer
21/00457

Inhoudsindicatie

Wet Woz. Waardevaststelling woning.

Uitspraak

locatie Arnhem

nummer 21/00457

uitspraakdatum: 19 juli 2022

Uitspraak van de negentiende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank), van 18 februari 2021, nummer UTR 20/188, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 13 te [woonplaats] (hierna: de onroerende zaak) voor het jaar 2019 vastgesteld op € 758.000. Tegelijk met deze beschikking is de aanslag onroerendezaakbelasting 2019 (OZB) ten bedrage van € 651,12 aan belanghebbende opgelegd.

1.2.

Het tegen die beschikkingen gemaakte bezwaar is door de heffingsambtenaar bij uitspraken op bezwaar ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.5.

Het onderzoek ter zitting in hoger beroep heeft plaatsgevonden op 30 juni 2022. Daarbij zijn verschenen en gehoord namens belanghebbende A. van den Dool als zijn gemachtigde en namens de heffingsambtenaar [naam1] , bijgestaan door taxateur [de taxateur] via een beeldverbinding.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak. De onroerende zaak is een twee-onder-een-kap-woning uit het bouwjaar 1899, met een inhoud van 591 m³, een perceel van 423 m², een dakkapel en een berging.

2.2.

De heffingsambtenaar heeft de voor de onroerende zaak vastgestelde waarde onderbouwd met een in de beroepsfase overgelegde waardematrix, opgemaakt door de taxateur [de taxateur] , waarin de waarde per 1 januari 2018 (hierna: de waardepeildatum) is bepaald op € 758.000. De vastgestelde waarde van de onroerende zaak is bepaald door vergelijking met verkoopgegevens van zes twee-onder-een-kapwoningen uit [woonplaats] . Ter onderbouwing van de getaxeerde waarde van de onroerende zaak zijn in het rapport onder meer de volgende gegevens vermeld:

Object

Bouw-jaar woning

Inhoud woning m3

Waarde woning per m3

Gemiddelde waarde per m³ na corr

Opper-vlakte grond m2

Bijgebouwen

Datum koopovereen

komst

Getaxeerde waarde/ verkoopprijs

Onroerende zaak

1899

591

€ 738

423

Dakkapel € 5.000

Berging € 5.000

-

€ 758.000

[adres2] 69

1897

889

€ 828

€ 828

650

Berging € 5.000

Guesthouse € 60.000

24-05-2017

€ 1.195.000

[adres2] 63

1894

826

€ 976

€ 904

600

Carport € 2.500

17-06-2017

€ 1.185.000

[adres3] 3

1901

647

€ 946

€ 876

350

Juni 2017

€ 850.000

[adres4] 27

1911

483

€ 881

€ 881

140

Dakkapel € 5.000

Juni 2017

€ 525.000

[adres5] 3

1929

808

€ 440

€ 440

277

Kelder € 2.000

16-06-2017

€ 540.000

[adres6] 46

1930

570

€ 613

€ 716

324

Dakkapel € 5.000

Berging € 5.000

Tuinhuis € 500

Juni 2018

€ 625.000

2.3.

De kwaliteit, het onderhoud, de uitstraling, doelmatigheid, voorzieningen en ligging (hierna: de KOUDV-factoren) zijn voor de onroerende zaak en de referentieobjecten steeds aangemerkt als gemiddeld (3), behalve de voorzieningen van [adres2] 63 en [adres3] 3 die als bovengemiddeld (4) zijn gewaardeerd en het onderhoud en de voorzieningen van [adres6] 46, die op matig (2) zijn gewaardeerd.

2.4.

Als toelichting op de gehanteerde grondprijzen heeft de heffingsambtenaar een grondstaffel opgenomen. Deze is als volgt:

Oppervlakte in m²

Prijs per m²

0-250

€ 786

251-500

€ 665

501-750

€ 484

751-1350

€ 302

1.351 en meer

€ 6

2.5.

De Rechtbank heeft geoordeeld dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Verder heeft de Rechtbank geoordeeld dat de heffingsambtenaar tijdens de bezwaarfase de door belanghebbende gevraagde stukken eerder had moeten verstrekken, maar heeft het gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) gepasseerd. Het beroep is ongegrond verklaard.

3 Geschil

3.1.

In geschil is de WOZ-waarde. Belanghebbende stelt dat de WOZ-waarde op € 738.000 moet worden vastgesteld. Verder stelt belanghebbende dat de heffingsambtenaar in de beroepsfase andere gegevens heeft verstrekt, zodat hij werd gedwongen in beroep te gaan. Om die reden moet een proceskostenvergoeding voor het beroep worden toegekend.

3.2.

De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing