Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19-07-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:6284, 21/00473

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19-07-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:6284, 21/00473

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19 juli 2022
Datum publicatie
29 juli 2022
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:6284
Formele relaties
Zaaknummer
21/00473

Inhoudsindicatie

IB/PVV. Verrekening voorlopige aanslag met aanslag. Belastingrente.

Uitspraak

locatie Leeuwarden

nummer BK-ARN 21/00473

uitspraakdatum: 19 juli 2022

Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 26 februari 2021, nummer LEE 20/679 in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Amsterdam (hierna: de Inspecteur)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Aan belanghebbende is voor het jaar 2018 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd. Bij beschikking is belastingrente berekend.

1.2.

De Inspecteur heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar het bezwaar ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank).

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft op digitale wijze plaatsgevonden op 26 april 2022. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede [naam1] namens de Inspecteur, bijgestaan door [naam2] . De voorzitter heeft ter zitting de onderhavige zaak aangehouden, omdat belanghebbende heeft verklaard het verweerschrift (met bijlagen) van de Inspecteur niet te hebben ontvangen. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat in afschrift naar partijen is gezonden. Na de zitting heeft het Hof een afschrift van het verweerschrift naar belanghebbende gestuurd, dat door belanghebbende is ontvangen.

1.6.

Het onderzoek ter nadere zitting is op digitale wijze, in gewijzigde samenstelling van de zetel, voortgezet op 21 juni 2022. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede [naam1] namens de Inspecteur, bijgestaan door [naam2] . Van deze zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 Vaststaande feiten

2.1.

De Inspecteur heeft met dagtekening 15 januari 2018 voor het jaar 2018 ten name van belanghebbende een negatieve voorlopige aanslag IB/PVV opgelegd ten bedrage van € 2.260 (hierna: de voorlopige teruggaaf).

2.2.

Belanghebbende heeft op 30 augustus 2019 aangifte IB/PVV voor het jaar 2018 gedaan naar een verzamelinkomen van € 19.813.

2.3.

De Inspecteur heeft met dagtekening 10 oktober 2019 overeenkomstig de ingediende aangifte de onderhavige aanslag in de IB/PVV voor het jaar 2018 opgelegd naar een verzamelinkomen van € 19.813. Het bedrag van de aanslag is daarbij als volgt bepaald:

Inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen

€ 4.029

Eerder verleende voorlopige teruggave(n)

€ 2.260

In rekening gebrachte belastingrente

€ 98

Te betalen

€ 6.387

2.4.

Tot de stukken van het geding behoort een brief van de ontvanger van de Belastingdienst (hierna: de Ontvanger) van 14 november 2019 aan belanghebbende waarin onder meer het volgende (verrekenings)overzicht is opgenomen:

“Inkomstenbelasting 2018, aanslagnummer: H8001 [Hof: betreft de voorlopige teruggaaf] AANSLAGBEDRAG: € 2260

Datum

Soort

Betaling

(…)

Toelichting

12-03-2018

Verrekening

€ 189

Naar T660133

11-04-2018

Verrekening

€ 17

Naar T660133”

3 Geschil

3.1.

In geschil is of de Inspecteur de voorlopige teruggaaf terecht (ook) voor – de onder 2.4 genoemde – bedragen van € 189 en € 17 heeft verrekend met de aanslag in de IB/PVV voor het jaar 2018. Tevens is in geschil of terecht belastingrente is berekend.

3.2.

Belanghebbende beantwoordt deze vragen ontkennend en concludeert, naar het Hof begrijpt, tot vernietiging van de uitspraken van de Rechtbank en van de Inspecteur en van de beschikking belastingrente, en tot vermindering van de onderhavige aanslag. Belanghebbende heeft ter zitting van het Hof zijn gronden met betrekking tot (het opleggen van) de toeslagbeschikkingen laten varen.

3.3.

De Inspecteur beantwoordt deze vragen bevestigend en concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing