Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-02-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:706, 20/00913

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-02-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:706, 20/00913

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
1 februari 2022
Datum publicatie
11 februari 2022
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:706
Zaaknummer
20/00913

Inhoudsindicatie

IB/PVV. Bron van inkomen. Objectieve voordeelsverwachting?

Uitspraak

locatie Arnhem

nummer 20/00913

uitspraakdatum: 1 februari 2022

Uitspraak van de derde enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 8 september 2020, nummer AWB 19/6951, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Doetinchem (hierna: de Inspecteur)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Aan belanghebbende is voor het jaar 2017 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 70.704 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 4.127. Bij beschikking is belastingrente berekend van € 160.

1.2.

De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 12 november 2019 de aanslag gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak op bezwaar in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank).

1.4.

De Rechtbank heeft bij uitspraak van 8 september 2020 het beroep ongegrond verklaard.

1.5.

Belanghebbende heeft op 9 oktober 2020 tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.6.

De Inspecteur heeft op 25 februari 2021 een verweerschrift ingediend.

1.7.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 januari 2022. Belanghebbende is verschenen. Namens de Inspecteur is verschenen mr. [naam1] .

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende, geboren in 1954, was van 2007 tot en met 2019 bij de Kamer van Koophandel ingeschreven onder de handelsnaam [de handelsnaam] . De activiteiten bestonden onder meer uit ‘consultancy services in business development/government relations, investeringen en financieringsadviezen’ (hierna: de activiteiten).

2.2.

Belanghebbende heeft tot en met 2013 omzet en winst behaald met de activiteiten. Vanaf 2014 heeft belanghebbende uitsluitend verliezen geleden. In 2015 en 2016 heeft belanghebbende een belastbare winst uit onderneming aangegeven van -/- € 5.771 respectievelijk -/- € 9.702. In het onderhavige jaar 2017 heeft belanghebbende in zijn aangifte inkomstenbelasting een omzet aangegeven van € 3.000 en een verlies van € 7.475.

2.3.

Blijkens de systemen van de Belastingdienst heeft belanghebbende van 2014 tot en met 2019 nimmer een bedrag aan omzet aangegeven voor de omzetbelasting.

2.4.

Belanghebbende heeft in 2017 een pensioen genoten van in totaal € 70.704. De totale waarde van zijn bezittingen bedraagt € 142.935, waaronder een woning in Frankrijk.

2.5.

Belanghebbende heeft aangifte gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 64.275. De Inspecteur heeft bij het vaststellen van de aanslag IB/PVV 2017 het verlies van € 7.475 gecorrigeerd. Als gevolg van de toepassing van de MKB-winstvrijstelling bedraagt de correctie per saldo € 6.429. De Inspecteur heeft de aanslag vastgesteld naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 70.704.

2.6.

De Rechtbank heeft de Inspecteur in het gelijk gesteld. Daartoe heeft de Rechtbank overwogen dat de activiteiten in 2017 geen bron van inkomen vormen omdat een objectieve voordeelverwachting ontbreekt.

3 Geschil

3.1.

Tussen partijen is in geschil of de activiteiten in 2017 een bron van inkomen vormen. Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend, de Inspecteur ontkennend.

3.2.

Belanghebbende betoogt in dat verband dat hij in 2017 met het Belgische bedrijf [naam2] NV is overeengekomen dat hij in Vietnam waterprojecten zou gaan ontwikkelen, en dat dit meebrengt dat in de toekomst wel degelijk een voordeel is te verwachten.

3.3.

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en de Inspecteur, en tot vermindering van de aanslag IB/PVV 2017. De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing