Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-11-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7600, 24/2054

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-11-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7600, 24/2054

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25 november 2025
Datum publicatie
5 december 2025
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:7600
Zaaknummer
24/2054
Relevante informatie
Art. 225 Gemw, Art. 234 Gemw, Art. 20 AWR

Inhoudsindicatie

Parkeerbelasting. Maximale aanmeldduur.

Uitspraak

locatie Leeuwarden

nummer BK-ARN 24/2054

uitspraakdatum: 25 november 2025

Uitspraak van de zesde enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 5 november 2024, nummer LEE 23/3246, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft op 12 april 2023 een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd van € 4,10, waarbij tevens kosten van € 72,90 in rekening zijn gebracht.

1.2.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de naheffingsaanslag gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2025. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. F.P.B. Waals, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede mr. [naam1] namens de heffingsambtenaar. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat bij deze uitspraak is gevoegd.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Op 12 april 2023 heeft de heffingsambtenaar belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat haar auto met kenteken [kentekennummer] op dinsdag 4 april 2023 om 21:17 uur aan het [adres1] in [plaats1] geparkeerd stond terwijl daarvoor geen parkeerbelasting was betaald.

2.2.

Uit het bewijs van betaling volgt dat de auto van belanghebbende op dinsdag 4 april 2023 vanaf 19:16 tot in ieder geval 21:17 uur geparkeerd heeft gestaan. Uit het bewijs van betaling volgt verder dat voor de periode vanaf 19:16 uur tot 20:16 uur € 4,10 is voldaan. De betaling heeft aan de automaat – niet met behulp van een parkeerapp – plaatsgevonden.

2.3.

Door de heffingsambtenaar is in hoger beroep een foto ingebracht van de informatie die in geheel 2023 op de parkeerautomaat stond weergegeven. Deze informatie luidt onder andere als volgt:

INFORMATIE

Betaald parkeren

ma. t/m wo.

do. t/m za.

09.00 – 22.00 uur

09.00 – 24.00 uur

Zon-en

12.00 – 17.00 uur

Uurtarief

€ 4,10 per uur

Max. 60 minuten

Gebied

[gebied]

3 Geschil

3.1.

In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.

3.2.

Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend, de heffingsambtenaar bevestigend.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing