Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-12-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:8408, 24/319 t/m 24/323
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-12-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:8408, 24/319 t/m 24/323
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 16 december 2025
- Datum publicatie
- 13 januari 2026
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2023:5050, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- 24/319 t/m 24/323
Inhoudsindicatie
OB. Dienstsverlening hospice.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Zwolle
nummers BK-ARN 24/319 t/m 24/323
uitspraakdatum: 16 december 2025
Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] te [vestigingsplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 7 december 2023, nummers LEE 22/2940 t/m 22/2944, ECLI:NL:RBNNE:2023:5050, in het geding tussen belanghebbende en
de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Groningen (hierna: de Inspecteur)
1 Ontstaan en loop van het geding
De Inspecteur heeft aan belanghebbende aangiften omzetbelasting uitgereikt voor de periode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019 (hierna: 2019) en het eerste, tweede, derde en vierde kwartaal 2020.
Belanghebbende heeft de uitgereikte aangiften ingediend en verzocht om teruggaven omzetbelasting. De Inspecteur heeft de verzochte teruggaaf 2019 geweigerd en naheffingsaanslagen opgelegd voor 2019 en voor het eerste, tweede, derde en vierde kwartaal 2020.
De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar de tegen de naheffingsaanslagen over de kwartalen 2020 gerichte bezwaarschriften ongegrond verklaard. Het bezwaar tegen de beschikking geen teruggaaf 2019 heeft de Inspecteur deels gegrond verklaard in verband met de exploitatie van zonnepanelen. De Inspecteur heeft daarom alsnog een teruggaaf van € 3.641 omzetbelasting, vermeerderd met € 283 belastingrente, verleend over dat tijdvak, en aan belanghebbende een proceskostenvergoeding toegekend van € 403,50.
Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaart, de Inspecteur veroordeeld tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 1.000, bepaald dat de Inspecteur het griffierecht van € 365 aan belanghebbende moet vergoeden en de Inspecteur veroordeeld tot betaling van € 209,25 aan proceskosten aan belanghebbende.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2025. Daarbij zijn verschenen en gehoord [naam1] en [naam2] namens belanghebbende en mr. A.F.P. Dekker, als de gemachtigde van belanghebbende, bijgestaan door mr. [naam3] , alsmede [naam4] namens de Inspecteur, bijgestaan door mr. [naam5] , mr. [naam6] , mr. [naam7] en [naam8] . De zaak is tegelijkertijd behandeld met de zaken met zaaknummers 24/1464 en 24/18. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat bij deze uitspraak is gevoegd.
Het Hof heeft het onderzoek op grond van artikel 8:68 van de Algemene wet bestuursrecht heropend. De heropening was enkel gericht op de cijfermatige gevolgen die verbonden zijn aan het scenario dat het Hof van oordeel zou zijn dat sprake is van één prestatie die moet worden gerangschikt onder het algemeen tarief.
Belanghebbende heeft op dit verzoek gereageerd en cijfers aangeleverd.
De Inspecteur heeft hierop gereageerd.
Partijen hebben het Hof schriftelijk toestemming verleend zonder nadere zitting uitspraak te doen. Naar aanleiding hiervan heeft het Hof bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.
2 Vaststaande feiten
Belanghebbende is een stichting die volgens haar statuten tot doel heeft:
“a. het oprichten van een hospice;
b. het verwerven van de daarvoor benodigde voorzieningen, waaronder huisvesting;
c. het verlenen van hulp in een hospicehuis door middel van ondersteuning en palliatieve zorg aan mensen in de laatste fase van hun leven en hun verwanten binnen de [regionaam] ;
d. het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn;
e. onder “hospicezorg” wordt in deze statuten verstaan kortdurende opvang buitenshuis met geïntegreerde medische- verpleegkundige-, verzorgende-, psychosociale- en of pastorale ondersteuning, verleend door professionele hulpverleners en vrijwilligers aan de terminale patiënt en diens naasten in daartoe specifiek ingerichte ruimtes.”
De statuten van belanghebbende vermelden dat zij haar doelen onder meer probeert te verwezenlijken door:
“- het geven van aanvullende zorg en begeleiding van terminale patiënten;
- -
-
het verkrijgen van voorzieningen voor verzorging en begeleiding van terminale patiënten;
- -
-
het geven en/of doen geven van begeleiding aan verwanten van terminale patiënten;
- -
-
het werven, selecteren en inzetten van vrijwilligers ten behoeve van de hierboven genoemde taken;
- -
-
het aansluiten op – en samenwerken met – instanties en groeperingen die op hetzelfde of aanverwante terreinen werkzaam zijn;
- -
-
alle verdere activiteiten die tot het doel bevorderlijk (kunnen) zijn.”
Belanghebbende exploiteert sinds 2008 een hospice. Het betreft een zogenaamd bijna-thuis-huis. Belanghebbende is eigenaar van het pand waarin het hospice is gevestigd en heeft dit in 2018/2019 verbouwd.
Belanghebbende verhuurt sinds de ingebruikname van het verbouwde pand (begin 2019) vijf gastenkamers. Gasten verblijven gemiddeld twee tot drie maanden in het hospice. In een enkel geval duurt het verblijf zes tot zeven maanden. Er verblijven ook gasten waarvan de mantelzorgers even op adem moeten komen. Belanghebbende heeft geen medewerkers in dienst. Naasten van gasten kunnen – tegen vergoeding – overnachten bij belanghebbende.
De medische zorg aan de gasten wordt geleverd door de (eigen) huisarts en door [stichting1] (hierna: [stichting1] ). [stichting1] sluit daarvoor een zorgverleningsovereenkomst met de gasten. ’s Nachts is er altijd een medewerker van [stichting1] in het hospice aanwezig. Belanghebbende heeft met [stichting1] een samenwerkingsovereenkomst gesloten. Daarin staat – voor zover van belang – het volgende:
“(…)
2. Dienstverlening
[stichting1] levert aan [belanghebbende] gedurende de looptijd van de overeenkomst het in bijlage 1 omschreven dienstenpakket.
3 Kwaliteit en leveringscondities
[stichting1] zal zorg leveren van een kwalitatief verantwoord niveau, conform de algemeen aanvaarde standaard. Hieronder wordt verstaan: zorg die doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend.
[stichting1] verleent de zorg overeenkomstig de indicatie en het zorgplan van de betreffende cliënt.
[stichting1] onderhoudt de contacten met het zorgkantoor, het CIZ, het CAK en het NZa aangaande de in het kader van deze overeenkomst te leveren thuiszorg, tenzij de cliënt zorg verkrijgt middels een PGB.