Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-12-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:8439, 24/1060 en 24/1061
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-12-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:8439, 24/1060 en 24/1061
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 16 december 2025
- Datum publicatie
- 16 januari 2026
- Zaaknummer
- 24/1060 en 24/1061
- Relevante informatie
- Art. 3.76 Wet IB 2001
Inhoudsindicatie
IB/PVV. Verrekende niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek.
Uitspraak
locatie Leeuwarden
nummers BK-ARN 24/1060 en 24/1061
uitspraakdatum: 16 december 2025
Uitspraak van de zesde enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van [belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 21 maart 2024, nummers LEE 23/2038 en 23/2039, in het geding tussen belanghebbende en
de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Groningen (hierna: de Inspecteur)
1 Ontstaan en loop van het geding
Aan belanghebbende is voor het jaar 2019 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd, alsmede een aanslag inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet (hierna: ZVW). Bij beschikkingen is belastingrente berekend.
De Inspecteur heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de bezwaren ongegrond verklaard.
Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2025. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. J.M. Jonker als de gemachtigde van belanghebbende (hierna: gemachtigde), bijgestaan door [naam1] , alsmede mr. [naam2] namens de Inspecteur, bijgestaan door mr. [naam3] .
2 Vaststaande feiten
Belanghebbende stond vanaf 10 maart 2011 ingeschreven in het handelsregister als eigenaar van een in de vorm van een eenmanszaak gedreven taxibedrijf. Deze onderneming heeft belanghebbende per 31 december 2019 gestaakt.
Belanghebbende heeft op 13 juli 2017 een aangifte IB/PVV 2019 ingediend naar een belastbare winst, tevens verzamelinkomen, van € 10.151. De aangegeven winst voor ondernemersaftrek bedraagt € 38.226. De ondernemers aftrek bedraagt € 26.538, waarvan in aanmerking te nemen zelfstandigenaftrek voorgaande jaren € 15.628.
Bij het vaststellen van de aanslag IB/PVV 2019 is de Inspecteur afgeweken van de ingediende aangifte IB/PVV 2019. De Inspecteur heeft de ‘niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek gecorrigeerd met een bedrag van € 9.484, de MKB-vrijstelling dienovereenkomstig verhoogd tot een bedrag van € 1.328 en de belastbare winst, tevens verzamelinkomen vastgesteld op een bedrag van € 18.207.
Bij brief van 16 mei 2022 – ontvangen door de Inspecteur op 19 mei 2022 – heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de aanslagen IB/PVV 2019 en ZVW 2019.
Belanghebbende heeft op 1 juni 2012 een aangifte IB/PVV 2011 ingediend naar een belastbare winst van negatief € 6.851. In de aangifte is geen zelfstandigenaftrek, startersaftrek en ‘in aanmerking te nemen zelfstandigenaftrek voorgaande jaren’ geclaimd.
De aanslag ZVW 2011 is op 29 april 2014 vastgesteld overeenkomstig de ingediende aangifte. De winst uit onderneming is vastgesteld op een bedrag van negatief € 6.851 en het bijdrage-inkomen op nihil.
De aanslag IB/PVV 2011 is op 13 mei 2014 overeenkomstig de ingediende aangifte vastgesteld. Het ondernemersverlies is bij voor bezwaarvatbare beslissing vastgesteld op een bedrag € 6.851.
Belanghebbende heeft tegen de aanslagen IB/PVV 2011 en ZVW 2011 geen bezwaar gemaakt.
In het verweerschrift heeft de Inspecteur een overzicht opgenomen van vaststellingsbeschikkingen niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek 2012 tot en met 2015 en verrekeningsbeschikkingen niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek 2016 tot en met 2018. Uit het overzicht volgt dat een bedrag van € 6.144 nog verrekenbaar is met het jaar IB/PVV 2019.
Het overzicht luidt als volgt:
|
Jaar |
Toevoeging/afname |
Resteert |
|
€ |
€ |
|
|
2012 |
7.280 |
7.280 |
|
2013 |
7.280 |
14.560 |
|
2014 |
3.832 |
18.392 |
|
2015 |
1.690 |
20.082 |
|
2016 |
-/- 7.190 |
12.892 |
|
2017 |
-/- 1.995 |
10.897 |
|
2018 |
-/- 4.753 |
6.144 |
|
2019 |
-/- 6.144 |
0 |
3 Geschil
In hoger beroep is uitsluitend in geschil of belanghebbende voor 2019 recht heeft op verrekening van in 2011 niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek tot een bedrag van € 9.484. Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend, de Inspecteur ontkennend.