Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-03-2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1330, 23/1158

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-03-2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1330, 23/1158

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
3 maart 2026
Datum publicatie
9 maart 2026
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:1330
Formele relaties
Zaaknummer
23/1158
Relevante informatie
Art. 8:36c Awb, Art. 1 EP EVRM, Art. 14 EVRM

Inhoudsindicatie

IB/PVV. Inkomen uit sparen en beleggen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

nummer BK-ARN 23/1158

uitspraakdatum: 3 maart 2026

Uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Eindhoven (hierna: de Inspecteur)

en

de Staat der Nederlanden (Minister van Veiligheid en Justitie, hierna: de Staat)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 24 februari 2023, nummer AWB 21/2717, ECLI:NL:RBGEL:2023:953, in het geding tussen de Inspecteur en

de erven [erflater] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Aan [erflater] (hierna: erflater) is voor het jaar 2018 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd. De aanslag is berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning (box 1) van € 42.297 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3) van € 39.596.

1.2.

De Inspecteur heeft het bezwaar tegen de aanslag gesplitst in twee delen: het ene deel is betrokken in een massaal bezwaarprocedure en het andere (individuele) deel is bij uitspraak op bezwaar van 20 april 2021 ongegrond verklaard.

1.3.

Erflater is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd, de aanslag verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 42.297 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 16.087 en gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende het griffierecht vergoedt.

1.4.

De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Erflater heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 december 2025. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. [naam1] en mr. [naam2] namens de Inspecteur. De gemachtigde van belanghebbende is zonder kennisgeving niet ter zitting verschenen. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat bij deze uitspraak is gevoegd.

1.6.

De griffier heeft op 14 oktober 2025 een bericht in het digitale dossier van belanghebbende geplaatst waarbij de gemachtigde is uitgenodigd voor de zitting. Van de plaatsing van het hiervoor vermelde bericht in dit digitale dossier is, volgens de – bij deze uitspraak gevoegde – loggegevens op 14 oktober 2025, om 14:50 uur, een kennisgeving verzonden naar het door de gemachtigde voor dit doel opgegeven e-mailadres. Op grond hiervan neemt het Hof aan dat de gemachtigde dit bericht heeft ontvangen, en wel, gelet op artikel 8:36c, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, op 14 oktober 2025.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Erflater woonde in 2018 samen met [(fiscaal) partner] (hierna: de partner). Zij waren in 2018 fiscaal partner van elkaar.

2.2.

Tot de bezittingen van erflater en de partner behoren banktegoeden tot bedragen van € 503.323 (in Nederland) en € 5.855 (in het buitenland), beleggingen tot een bedrag van € 1.324.016 en onroerend goed in het buitenland tot een bedrag van € 145.367.

2.3.

Het bezwaar van erflater tegen de aan hem opgelegde aanslag IB/PVV 2018 is door de Inspecteur op 29 december 2020 ontvangen. Het individuele bezwaar heeft de Inspecteur op 20 april 2021 ongegrond verklaard.

2.4.

Bij beschikking van 16 november 2022 is het inkomen uit sparen en beleggen in de aanslag IB/PVV 2018 ambtshalve verminderd tot € 38.318 (hierna: de beschikking rechtsherstel). Hierbij is uitgegaan van een grondslag sparen en beleggen van € 1.918.561 en een aandeel grondslag dat aan erflater wordt toegekend van € 953.194. Nadien is bij beschikking van 8 december 2022 de aanslag IB/PVV 2018 verder verminderd in verband met een wijziging van de aftrek elders belast met € 300.

2.5.

Op 7 maart 2024 heeft het Hof partijen laten weten behandeling van de zaak aan te houden totdat de Hoge Raad heeft beslist in de zaken waarin A-G Wattel (1 september 2023, ECLI:NL:PHR:2023:655) en A-G Pauwels (9 februari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1) conclusies hebben genomen. Op 6 juni 2024 zijn in deze zaken arresten gewezen.1 Het Hof heeft erflater verzocht deze arresten in een reactie mee te nemen.

2.6.

Op 14 augustus 2024 heeft erflater het verweerschrift aangevuld.

2.7.

Op 29 november 2024 heeft de Inspecteur de gronden van het hoger beroep aangevuld.

2.8.

Bij brief van 12 december 2024 is erflater door het Hof in de gelegenheid gesteld te reageren op de volgende passage uit het schrijven van de Inspecteur van 29 november 2024:

“Ervan uitgaande dat hetgeen belanghebbende stelt over deze beleggingsrekeningen juist is, zou sprake zijn van een ongerealiseerd koersverlies dat het directe rendement overtreft. Indien belanghebbende dit met bescheiden van deze beleggingsrekeningen kan onderbouwen, kan een zitting in deze procedure wellicht worden voorkomen. Het is namelijk mogelijk dat bij nader inzien blijkt dat het werkelijke rendement in dat geval negatief is, wat betekent dat het conform de recente overwegingen van de Hoge Raad op nihil vastgesteld dient te worden.”

2.9.

Erflater heeft op 30 december 2024 gereageerd op bovenstaand verzoek (zie 4.3.).

2.10.

Partijen zijn op 4 februari 2025 uitgenodigd voor een zitting op 26 maart 2025.

2.11.

Het Hof heeft op 6 maart 2025 van mr. [naam3] (de gemachtigde) een verzoek om uitstel van de behandeling ter zitting ontvangen, omdat erflater is opgenomen in het ziekenhuis. Hierop heeft het Hof de zaak aangehouden.

2.12.

Erflater is op 8 maart 2025 overleden.

2.13.

Op 19 mei 2025 heeft het Hof aan de gemachtigde het volgende bericht gestuurd:

“Wij hebben uw aanmelding in bovenvermelde zaak ontvangen. Uw aanmelding is verwerkt en u kunt vanaf nu digitaal procederen in deze zaak. Alle tot nu toe in het digitale dossier opgenomen stukken worden gelijktijdig met dit bericht aan u verzonden en in uw dossier zichtbaar. Zo is uw digitale dossier compleet.”

2.14.

Bij schrijven van 19 mei 2025 verzoekt de gemachtigde uitstel van de behandeling, omdat bij de partner longkanker is geconstateerd en zij daarvoor in behandeling is.

2.15.

Op 22 mei 2025 is door het Hof aan de gemachtigde bevestigd dat het plannen van de zitting met 3 maanden is uitgesteld.

2.16.

Op 14 oktober 2025 is belanghebbende uitgenodigd voor de zitting van 11 december 2025.

3 Geschil

In geschil is of belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat het werkelijk rendement op het vermogen lager is dan € 38.318.

4 Beoordeling van het geschil

5 Proceskosten

6 Beslissing