Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-01-2026, ECLI:NL:GHARL:2026:264, 24/1246 en 24/1584
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-01-2026, ECLI:NL:GHARL:2026:264, 24/1246 en 24/1584
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 20 januari 2026
- Datum publicatie
- 21 januari 2026
- Zaaknummer
- 24/1246 en 24/1584
- Relevante informatie
- Art. 8:29 Awb, Art. 6 EVRM
Inhoudsindicatie
Soevereinen, verzoek anoniem procederen inspecteur, 8:29 Awb
Uitspraak
locatie Arnhem
nummers BK-ARN 24/1246 en 24/1584
uitspraakdatum: 20 januari 2026
Tussenuitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer (geheimhoudingskamer)
in het hoger beroep van
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank) van 30 april 2024, nummer ARN 23/5436, in het geding tussen belanghebbende en
de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Den Haag (hierna: de Inspecteur)
1 Ontstaan en loop van het geding
Aan belanghebbende is over het jaar 2019 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 26.470. Bij beschikkingen is belastingrente berekend van € 380 en is een verzuimboete van € 385 opgelegd.
De Inspecteur heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar het bezwaar gegrond verklaard, de aanslag verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 23.220 en de beschikking belastingrente overeenkomstig verminderd tot € 253. De verzuimboete is niet verminderd.
Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de Rechtbank. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
Voorafgaand aan de zitting heeft de Inspecteur te kennen gegeven dat hij anoniem wenste te blijven. De Rechtbank heeft dit verzoek opgevat als een beroep op geheimhouding als bedoeld in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). De geheimhoudingskamer van de Rechtbank heeft bij mondelinge beslissing van 16 april 2024 het verzoek van de Inspecteur om anoniem te mogen procederen ter zitting bij de Rechtbank toegewezen.
De Rechtbank heeft het beroep op 16 april 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben twee vertegenwoordigers van de Inspecteur deelgenomen. Belanghebbende is niet verschenen.
De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 30 april 2024 ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 11 maart 2025 heeft de Inspecteur verzocht ‘de namen van de medewerkers geheim te houden en dus anoniem te procederen’. Het Hof begrijpt dat de Inspecteur verzoekt te bepalen dat slechts het Hof zal mogen kennisnemen van de na(a)m(en) van de medewerkers van de Inspecteur die hem ter zitting zullen vertegenwoordigen. Het Hof zal dit verzoek behandelen met zoveel mogelijk overeenkomstige toepassing van artikel 8:29 van de Awb.1
Belanghebbende heeft bij brief van 11 juni 2025 op dit verzoek gereageerd.
2 Vaststaande feiten
Het rapport ‘Met de rug naar de samenleving. Een analyse van de soevereinenbeweging in Nederland’ (hierna: de fenomeenanalyse) van april 2024, uitgegeven door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) vermeldt – voor zover hier van belang – het volgende:2
“(…)
In deze analyse wordt ingegaan op de vraag hoe de Nederlandse soevereinenbeweging zich verhoudt tot deze democratische rechtsorde: is er vanuit deze beweging sprake van een ondermijning hiervan en zo ja, hoe uit dit zich?
(…)
3 Drie categorieën
Er zijn dus verschillen in gedachtegoed en narratieven en ook in de verschillende soorten gedragingen en mate waarin personen een dreiging kunnen vormen voor de democratische rechtsorde. Het geweld dat voortkomt uit de beweging is nog beperkt. De hierboven besproken narratieven zelf zetten in principe ook niet aan tot gewelddadig handelen, ondanks het vijandbeeld van een kwaadaardige elite die het volk wil onderdrukken, knechten of vermoorden. Iedereen kan er een eigen invulling aan geven.
Hierbij worden er grofweg drie verschillende categorieën onderscheiden, namelijk:
• Autonomen of soevereinen die verandering voorstaan binnen het huidige systeem.
• Soevereinen die de legitimiteit en geldigheid van het huidige systeem ontkennen en zich daaraan onttrekken.
• Actief verzet tegen het huidige systeem, al dan niet met geweld.
De laatste stroming maakt per definitie deel uit van de tweede stroming; men moet eerst het systeem ontkennen om zich er actief tegen te zullen verzetten, desnoods met geweld. Andersom is dit niet het geval. Mensen kunnen het systeem ontkennen, zonder zich hier met geweld tegen te verzetten. Deze categorieën zijn niet altijd zo zwart-wit als ze lijken. Personen wisselen van categorie of maken deel uit van meerdere tegelijkertijd. Dit onderscheid betekent ook dat niet ieder persoon die zichzelf soeverein noemt per definitie wordt beschouwd als dreiging tegen de democratische rechtsorde. Behalve gedachtegoed zijn gedragingen dus evenzeer van belang. De drie categorieën zijn hieronder nader uitgewerkt
(…)
Gewelddadig verzet tegen het systeem
De laatste categorie soevereinen bestaat uit mensen die geloven dat een toekomstige gewelddadige strijd met de overheid en democratische instituties onvermijdelijk is. Dit is de kleinste groep van enkele tientallen tot honderd mensen en betreft een subcategorie van de tweede categorie.
Door de verspreiding van een angstaanjagend vijandbeeld van een kwaadaardige elite die uit is op onderdrukking, slavernij en moord, kunnen sommige soevereinen de conclusie trekken dat gewelddadig verzet noodzakelijk is. Dergelijke vijandbeelden demoniseren en dehumaniseren tegenstanders; het gebruik van termen als ‘onderdrukking’, ‘tribunalen’, ‘genocide’, ‘heilige oorlog’ en ‘existentiële strijd’ kan bijdragen aan de veronderstelde geweldsnood. De vermeende vertegenwoordigers van de elite ontvangen regelmatig bedreigingen. Hierbij wordt over het algemeen gedreigd met burgerarresten of tribunalen. Hoe deze tribunalen eruit moeten komen te zien, wordt niet duidelijk. Bij een deel van deze groep blijft het mogelijk bij grootspraak, maar zulke boodschappen kunnen voor enkelen gewelddadig handelen legitimeren tegen deze veronderstelde vertegenwoordigers. Deze dreiging wordt vergroot door doxing. In online groepen van soevereinen worden regelmatig adressen en persoonsgegevens verspreid van bijvoorbeeld deurwaarders, politiepersoneel en (gemeente)ambtenaren.
Vanuit de overtuiging dat ieder individu eigen rechten heeft waaraan niemand mag tornen, circuleren er bovendien handleidingen voor zogenaamde ‘sheriffs’ en soevereine ‘rechtbanken’. De sheriffs zijn zelf soeverein en zouden het natuur- en gewoonterecht verdedigen. Door de inzet van deze sheriffs moet bovendien de overgang naar een nieuwe samenleving worden bewerkstelligd. Zij zouden zijn gekwalificeerd en getraind in (vuur)wapengebruik en zelfverdedigingstechnieken. De gearresteerde personen moeten vervolgens op grond van het gewoonterecht worden berecht. Ook wordt gesproken over het vormen van ‘burgermilities’ die onder leiding van zulke sheriffs het gewoonterecht moeten handhaven. Als men vanwege die eigenrichting tegenover de politie komt te staan of tegenover personen die weigeren om mee te werken, kan dat in potentie tot geweld leiden.
Daarnaast wordt in sociale mediakanalen een zogenaamde ‘Resolutie van het soevereine Nederlandse volk’ gedeeld. Hierin staan verwijzingen naar de ‘kwaadaardige elite’ en de termen ‘oorlog’ en ‘genocide’. Deze resolutie kan worden beschouwd als een oproep tot geweld. Zo wordt er in deze resolutie gesteld: “(…) Doen wij, het vrije Nederlandse volk, de onherroepelijke aanzegging die ons het recht geeft om de plegers van de misdaden tegen de menselijkheid te arresteren, te berechten en hen zo nodig in het kader daarvan te doden (…)”. In de resolutie wordt verder opgeroepen tot eigen bewapening en de arrestatie van vijanden.
Een nog kleinere groep soevereinen gaat zo ver dat zij zichzelf online en fysiek organiseert en voorbereidt om zich te kunnen verdedigen in de, door deze groep verwachte, gewelddadige strijd met de overheid en instituties, of spreekt zelfs van een offensieve aanpak. Eenzelfde ontwikkeling vond eerder plaats onder Amerikaanse sovereign citizens en de Duitse Reichsbürger. Ook in Nederland worden lessen in vechtsporten gevolgd of wordt gesproken over het gebruik van geweld en het verzamelen van (veelal ook legale) wapens. Dit verlaagt mogelijk de drempel om geweld te gebruiken. Zulke voorbereidingen zijn vaak defensief van aard, hoewel er ook aanhoudingen zijn verricht wegens bedreiging met geweld tegen ambtenaren, het bezetten van- of een aanslag plegen op een gemeentehuis en het arresteren van een rechter. Bij meerdere soevereinen werden (vuur)wapens en munitie aangetroffen. In september werd een soeverein veroordeeld tot acht maanden celstraf, omdat hij had geprobeerd om semi-automatische wapens en munitie te kopen voor een groep gelijkgestemden.
(…)