Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-01-2026, ECLI:NL:GHARL:2026:559, 24/139

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-01-2026, ECLI:NL:GHARL:2026:559, 24/139

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27 januari 2026
Datum publicatie
2 februari 2026
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:559
Zaaknummer
24/139
Relevante informatie
Art. 16 AWR

Inhoudsindicatie

Leges. Aanvraag omgevingsvergunning. Navordering.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

nummer BK-ARN 24/139

uitspraakdatum: 27 januari 2026

Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [vestigingsplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 24 november 2023, nummer ARN 22/2874, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente West Betuwe (hierna: de heffingsambtenaar)

alsmede de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid; hierna: de Staat)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 15 oktober 2021 aan belanghebbende een navorderingsaanslag leges opgelegd van per saldo € 257.421.

1.2.

Het bezwaarschrift van belanghebbende is door de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar van 9 maart 2022 ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juni 2025. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. C. Presilli, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede drs. [naam1] , [naam2] en [naam3] namens de heffingsambtenaar. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat bij deze uitspraak is gevoegd.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende heeft op 3 november 2017 in verband met de bouw van een productiehal een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag is beoordeeld door de Omgevingsdienst Rivierenland (hierna: ODR). De vergunning is op 19 december 2017 verleend en op 4 januari 2018 gepubliceerd in het gemeenteblad.

2.2.

Op 11 maart 2021 is door een medewerker van ODR een zogenaamde ‘legesbrief’ aan de heffingsambtenaar gestuurd, waarin wordt vermeld tot welke bedragen door belanghebbende leges zijn verschuldigd in verband met het in behandeling nemen van de hiervoor bedoelde aanvraag. ODR verstuurde ook in 2018 legesbrieven om de heffingsambtenaar op de hoogte te stellen van het feit dat en tot welke bedragen leges zijn verschuldigd. Op 15 oktober 2021 is de navorderingsaanslag opgelegd.

3 Geschil

In geschil is het antwoord op de vraag of op grond van artikel 16 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) navordering mogelijk is. Als het antwoord bevestigend luidt, is de hoogte van de navorderingsaanslag niet in geschil. Verder is niet in geschil dat belanghebbende niet te kwader trouw is.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing