Home

Gerechtshof Den Haag, 09-06-2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1609, BK-14-01606 en BK-14-01607

Gerechtshof Den Haag, 09-06-2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1609, BK-14-01606 en BK-14-01607

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
9 juni 2015
Datum publicatie
17 juni 2015
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2015:1609
Formele relaties
Zaaknummer
BK-14-01606 en BK-14-01607

Inhoudsindicatie

In hoger beroep is in geschil het antwoord op de vraag of de Inspecteur bij de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen terecht heeft aangeknoopt bij de WOZ-waarde van de woning in de onderhavige jaren.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummers BK-14/01606 en BK-14/01607

Uitspraak van 9 juni 2015

in het geding tussen:

[X] te [Z], belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Rotterdam, de Inspecteur,

op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 16 oktober 2014, nummers SGR 14/3714 en SGR 14/3716, betreffende na te vermelden aanslagen.

Aanslagen, beschikkingen, bezwaren en geding in eerste aanleg

BK-14/01606

1.1.

Aan belanghebbende is voor het jaar 2011 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 21.764 (hierna: de aanslag IB/PVV 2011). Tegelijkertijd is bij separate beschikking € 126 aan heffingsrente in rekening gebracht.

BK-14/01607

1.2.

Aan belanghebbende is voor het jaar 2012 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 19.870 (hierna: de aanslag IB/PVV 2012). Tegelijkertijd zijn bij separate beschikkingen een verzuimboete van € 226 aan belanghebbende opgelegd en € 72 aan heffingsrente in rekening gebracht.

Beide zaken

1.3.

Bij uitspraken op bezwaar heeft de Inspecteur belanghebbendes bezwaren tegen de hiervoor in 1.1 en 1.2 vermelde aanslagen afgewezen.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep bij de rechtbank ingesteld. De Inspecteur heeft in de beroepsfase de hiervoor in 1.2 vermelde verzuimboete verminderd tot € 49. De rechtbank heeft het beroep tegen de aanslag IB/PVV 2011 gegrond en het beroep tegen de aanslag IB/PVV 2012 ongegrond verklaard, de uitspraak op het bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2011 vernietigd, de aanslag IB/PVV 2011 verminderd tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 21.604 en de Inspecteur opgedragen het betaalde griffierecht van € 45 aan belanghebbende te vergoeden.

Loop van het geding in hoger beroep

2.1.

Belanghebbende is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van eenmaal € 122. De Inspecteur heeft verweerschriften ingediend.

2.2.

De mondelinge behandeling van de zaken heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 28 april 2015, gehouden te Den Haag. Partijen zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is door de griffier een proces-verbaal opgemaakt.

Vaststaande feiten

Omschrijving geschil in hoger beroep en standpunten van partijen

Conclusies van partijen

Oordeel van de rechtbank

Beoordeling van het hoger beroep

Proceskosten

Beslissing