Home

Gerechtshof Den Haag, 07-11-2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3776, BK-17/00916 en BK-17/00917

Gerechtshof Den Haag, 07-11-2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3776, BK-17/00916 en BK-17/00917

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
7 november 2018
Datum publicatie
25 januari 2019
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2018:3776
Zaaknummer
BK-17/00916 en BK-17/00917

Inhoudsindicatie

Vennootschapsbelasting. Belanghebbende maakte tot 1 november 2013 deel uit van een fiscale eenheid voor de Vpb. Zij heeft in het onderhavige jaar (2013) een regresvordering - voortvloeiend uit een door de bank verstrekte groepskredietfaciliteit - verkregen op een of meerdere tot de fiscale eenheid behorende groepsmaatschappijen, waaronder in elk geval A BV. A BV is op 5 juli 2013 failliet verklaard. De Inspecteur heeft bij beschikking ex artikel 15af, lid 3, Wet Vpb het aan belanghebbende toe te rekenen verlies van de per 1 november 2013 verbroken fiscale eenheid tussen belanghebbende en haar toenmalige moedermaatschappij vastgesteld op nihil.

Het Hof is van oordeel (i) dat het verlies op de intercompany vordering zich geheel heeft voorgedaan vóór het ontvoegingstijdstip en (ii) dat dit niet kan leiden tot de vaststelling van een aan belanghebbende toerekenbaar verrekenbaar verlies als bedoeld in artikel 15af Wet Vpb. De zelfstandige winstberekening van artikel 15ah Vpb is een hulpmiddel om het resultaat van de fiscale eenheid als geheel toe te rekenen, maar is niet van invloed op dat resultaat zelf. Bovendien stuit belanghebbendes beroep af op het bepaalde in artikel 15ah, lid 3, Vpb. Anders dan belanghebbende voorstaat, dient te worden bezien of in hetzelfde boekjaar tegenover het afwaarderingsverlies bij belanghebbende, bij de debiteur binnen de fiscale eenheid een even grote vrijvalwinst staat. Aan dit vereiste is niet voldaan. Een situatie als bedoeld in HR 10 september 2010, 08/03498, ECLI:NL:HR:2010:BJ9665 heeft zich vóór de ontvoeging van belanghebbende niet voorgedaan. Evenmin is sprake van strijd met doel en strekking van artikel 15af Vpb.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummers BK-17/00916 en 17/00917

Uitspraak van 7 november 2018

in het geding tussen:

[X] B.V. te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: S.J.M. Olierook)

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Rotterdam, de Inspecteur,

(vertegenwoordigers: F.J.M. Sturm-Van Sprundel, A.E. Jonis en E.H. Allaoui)

op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 24 oktober 2017, nummers SGR 17/218 en 17/219, betreffende de onder 1.1 vermelde aanslag en beschikkingen.

Aanslag, beschikkingen, bezwaren en geding in eerste aanleg

Loop van het geding in hoger beroep

Vaststaande feiten

Oordeel van de Rechtbank

Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen

Beoordeling van het hoger beroep

Proceskosten

Beslissing