Home

Gerechtshof Den Haag, 18-06-2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1528, BK-18/_00860

Gerechtshof Den Haag, 18-06-2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1528, BK-18/_00860

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
18 juni 2019
Datum publicatie
21 juni 2019
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2019:1528
Formele relaties
Zaaknummer
BK-18/_00860

Inhoudsindicatie

Informatiebeschikking inzake Zwitserse bankrekening. Het Hof oordeelt dat belanghebbende gehouden is de door de Inspecteur gevraagde informatie over de opening en het verloop van tegoeden op een Zwitserse bankrekening te verschaffen. Belanghebbende is - de UBS-bank heeft dat na het renseignement met aanvullende gegevens bevestigd - houder van een en/of rekening. Gelet op haar handtekeningen op openingsformulier en machtigingsformulier mag er van uit worden gegaan dat genoemde formulieren door belanghebbende zijn ondertekend en dat zij zich bewust is van de documenten die zij tekent. Als belanghebbende een kopie van haar paspoort afgeeft, dan is het aannemelijk dat belanghebbende daar ook vanaf weet. De Inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat belanghebbende en de mede-rekeninghouder zakelijk en persoonlijk verbonden zijn. Belanghebbende heeft geen feiten en/of omstandigheden gesteld en aannemelijk gemaakt op grond waarvan zij hem niet om nadere gegevens over het verloop van de rekening zou kunnen vragen. Zij is immers net zo goed tot de rekening gerechtigd.

Uitspraak

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummer BK-18/00860

in het geding tussen:

(gemachtigde: [A] )

en

(vertegenwoordigers: [B] , [C] en [D] )

inzake het hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 5 juli 2018, nummer SGR 17/8720.

Procesverloop

1.1.

De Inspecteur heeft op 4 mei 2017 op de voet van artikel 52a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) met betrekking tot de voor de jaren 2004 tot en met 2015 aan belanghebbende op te leggen belastingaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen een informatiebeschikking gegeven (de beschikking).

1.2.

Belanghebbende heeft tegen de beschikking bezwaar gemaakt. Bij uitspraak op bezwaar van 10 november 2017 heeft de Inspecteur de beschikking gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep bij de Rechtbank ingesteld. De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, de beschikking vernietigd en de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.251 en van € 46 griffierecht.

1.4.

De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

De Inspecteur heeft op 24 april 2019 nadere stukken overgelegd waarvan een afschrift is gezonden aan de gemachtigde van belanghebbende.

1.6.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van 7 mei 2019. Aldaar zijn partijen verschenen. Van het verhandelde ter zitting is door de griffier een proces-verbaal opgemaakt.

Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende, geboren [in] 1972, heeft de voornaam [… 1] en woont op het adres [Y] , [Z] .

2.2.

Belanghebbende drijft sinds 1 februari 2015 een eenmanszaak, Kringloopwinkel [E] . De (ex-)partner [F] (de (ex-) partner) is sinds mei 2015 in loondienst bij de eenmanszaak. Op het adres van de Kringloopwinkel is ook de houdstermaatschappij van de ex-partner [F] B.V. (de Holding), gevestigd. Van 13 augustus 2014 tot en met 31 maart 2015 heeft de (ex-) partner een kringloopwinkel gedreven in [Z] De facturen voor de abonnementen op telefoon en internet van deze kringloopwinkel werden gezonden naar het woonadres van belanghebbende.

2.3.

Belanghebbende heeft voor de jaren 2004 tot en met 2014 geen aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen gedaan. Voor 2015 heeft zij aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen gedaan en daarin geen vermogensbestanddelen vermeld die betrekking hebben op een buitenlandse bankrekening.

2.4.

Door de Zwitserse belastingdienst is begin 2016 aan de Nederlandse belastingdienst informatie verstrekt over (bank)rekeningnummer [… 1] bij de UBS bank te Zwitserland.

“AccountNumber [… 1]

(…)

AccountBalanceOn2013-02-01 CFH 366029.00

AccountBalanceOn2014-01-01 CFH 359415.00

AccountBalanceOn2014-12-31 n/a

Person_1

FirstName [… 1]

LastName [F]

DateOfBirth 1970- [… 1]

DomicileAddressLine1 [F]

(…)

DomicileAddressLine4 [G]

DomicileAddressLine5

DomicileAddressLine6 Unbekanntl

Person_2

FirstName [… 1]

LastName [X]

DateOfBirth 1972- [… 1]

DomicileAddressLine1 [X]

(…)

DomicileAddressLine4 [Y]

DomicileAddressLine5

DomicileAddressLine6 Unbekannt”

De Inspecteur heeft belanghebbende als rekeninghouder van de rekening geïdentificeerd. De andere in het renseignement vermelde rekeninghouder is de (ex-)partner.

2.5.

Bij brief van 11 februari 2016 heeft de Inspecteur belanghebbende verzocht om aan de hand van het formulier ‘Verklaring vermogen in het buitenland’ (het formulier) nadere gegevens over de hiervoor genoemde UBS-rekening te verstrekken, waaronder de saldigegevens op 1 januari voor de jaren 2003 tot en met 2014 alsmede gegevens over de herkomst van het vermogen en gegevens over de besteding van dat vermogen.

2.6.

Belanghebbende heeft het formulier op 8 maart 2016 aan de Inspecteur teruggezonden. Belanghebbende heeft op het formulier onder punt 6 verklaard geen buitenlandse vermogensbestanddelen te bezitten.

2.7.

Bij brief van 6 september 2016 heeft de Inspecteur belanghebbende wederom erop gewezen over informatie te beschikken dat belanghebbende een bankrekening in het buitenland aanhoudt dan wel heeft aangehouden en heeft hij belanghebbende nogmaals verzocht het formulier ingevuld en onder toevoeging van (bank)stukken te retourneren. Belanghebbende heeft hierop niet gereageerd.

2.8.

Bij brief van 7 november 2016 heeft de Inspecteur belanghebbende wederom in de gelegenheid gesteld de gevraagde informatie te verschaffen. De Inspecteur heeft daarbij aangegeven dat hij, indien hij de verzochte gegevens niet vóór 23 november 2016 heeft ontvangen, zal overwegen belanghebbende een informatiebeschikking toe te sturen.

2.9.

Op 22 november 2016 heeft de toenmalige gemachtigde van belanghebbende aan de Inspecteur bericht dat de verzochte gegevens bij UBS werden opgevraagd. Belanghebbende heeft in dat verband een Nederlandstalige brief van 16 februari 2017 en een Duitstalige brief van 22 maart 2017, beide gericht aan UBS, aan de Inspecteur overgelegd. De Inspecteur heeft in verband hiermee belanghebbende uitstel verleend voor het beantwoorden van zijn vragen tot 24 april 2017.

2.10.

Omdat toezending van de gevraagde informatie uitbleef, heeft de Inspecteur met dagtekening 4 mei 2017 de beschikking gegeven voor de belastingjaren 2004 tot en met 2015 ten behoeve van op te leggen (navorderings)aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de genoemde jaren.

2.11.

In bezwaar heeft belanghebbende gesteld dat de rekening haar onbekend is, dat UBS, ofschoon herhaaldelijk daartoe verzocht, haar geen gegevens over de bankrekening heeft verstrekt en dat zij dus niet beschikt over de door de Inspecteur van haar gevraagde gegevens. In een e-mail van 18 september 2017 heeft de gemachtigde van belanghebbende aan de Inspecteur laten weten dat belanghebbende er achter is gekomen dat haar ex-partner buiten haar medeweten de rekening heeft geopend. De Inspecteur heeft daarop belanghebbende tot 2 november 2017 de gelegenheid gegeven om het formulier ingevuld en voorzien van bijlagen te retourneren. Belanghebbende heeft het formulier niet ingezonden, waarop de Inspecteur het bezwaar bij uitspraak op bezwaar van 10 november 2017 heeft afgewezen.

2.12.

In de beroepsfase heeft belanghebbende bij brief van 31 januari 2018 van UBS ontvangen gegevens toegezonden. Deze gegevens betreffen het formulier van de opening van de rekening op 26 augustus 1999 en overzichten van het vermogen tussen 31 december 2004 tot en met 4 augustus 2014. Bij de brief van 31 januari 2018 heeft de gemachtigde van belanghebbende, die tevens de fiscale belangen van de ex-partner behartigt, meegedeeld dat de ex-partner hem heeft verklaard dat hij de rekening heeft geopend en belanghebbende als tweede rekeninghouder heeft opgegeven, dat belanghebbende zelf niet aanwezig was bij de opening van de rekening en dat zij ook geen kennis had van het bestaan van deze rekening.

2.13.

Bij brief van 28 februari 2018 heeft de Inspecteur de gemachtigde van belanghebbende laten weten dat de op 31 januari 2018 ingezonden gegevens onvoldoende zijn.

De Inspecteur heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld nadere informatie te verstrekken. Belanghebbende heeft bij brief van 3 april 2018 aan de Inspecteur een ingevuld formulier toegezonden. Op het formulier is onder punt 4a het onder 2.2 genoemde bankrekeningnummer vermeld en onder punt 4b het totaal van het rekeningentegoed op 1 januari van de jaren 2005 tot en met 2014.

2.14.

De Nederlandse Belastingdienst heeft bij brief van 22 mei 2018 van de Zwitserse belastingautoriteiten nadere informatie verkregen over het in het renseignement genoemde klantnummer en de daarbij horende bankrekeningen, een conto-rekening en een depotrekening (hierna tezamen: de rekeningen). De Zwitserse belastingdienst heeft in de brief bevestigd dat de rekeningen zakelijk en persoonlijk verbonden op naam van belanghebbende en/of haar (ex-)partner bij de Zwitserse UBS-bank werden aangehouden. Bij de brief zijn afschriften van de openingsformulieren, machtigingen, rekeningafschriften en sluitingsopdracht betreffende de rekeningen gevoegd, alsmede afschriften van de bij de opening van de rekeningen overgelegde paspoorten op naam van belanghebbende en haar (ex-)partner.

2.15.

Op het openingsformulier van de rekeningen staat de handtekening van belanghebbende. Verder staat haar handtekening op het afschrift van de volmacht voor de vader en moeder van de ex-partner en zijn er twee kopieën van het paspoort van belanghebbende bijgevoegd.

Omschrijving geschil in hoger beroep, standpunten en conclusies van partijen

3.1.

Tussen partijen is in hoger beroep in geschil of de Rechtbank terecht heeft geoordeeld dat belanghebbende niet over de gevraagde informatie kon beschikken en dat daarom de beschikking niet in stand kan blijven. Verder is in geschil of de Inspecteur terecht tot vergoeding van de proceskosten is veroordeeld. Belanghebbende beantwoordt de vragen bevestigend en de Inspecteur ontkennend.

3.2.

Voor een uiteenzetting van de standpunten van partijen wordt verwezen naar de gedingstukken.

3.3.

Het hoger beroep van de Inspecteur strekt primair tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en tot ongegrondverklaring van het beroep en subsidiair tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank voor wat betreft de veroordeling van de Inspecteur in de proceskosten.

3.4.

Belanghebbende heeft geconcludeerd tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank en tot veroordeling van de Inspecteur in de kosten van het geding.

Oordeel van de rechtbank

Beoordeling van het hoger beroep

Proceskosten en griffierecht

Beslissing