Home

Gerechtshof Den Haag, 19-01-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:53, BK-20/00318, BK-20/00319 en BK-20/00432

Gerechtshof Den Haag, 19-01-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:53, BK-20/00318, BK-20/00319 en BK-20/00432

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
19 januari 2021
Datum publicatie
9 februari 2021
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2021:53
Formele relaties
Zaaknummer
BK-20/00318, BK-20/00319 en BK-20/00432

Inhoudsindicatie

Belanghebbende heeft in zijn aangiften IB/PVV 2012 tot en met 2014 giften aan een stichting opgevoerd als aftrekpost. De Inspecteur heeft de giften na de door belanghebbende verstrekte bankafschriften en giftkwitanties voor 2012 en 2013 in aftrek toegestaan en voor 2014 niet. Over de jaren 2012 en 2013 heeft de Inspecteur de aftrek teruggenomen met de opgelegde navorderingsaanslagen. Het Hof oordeelt dat de Inspecteur beschikt over een nieuw feit, omdat hij pas naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek bekend is geworden met een handelwijze waarbij op grote schaal valse giftkwitanties werden verhandeld voor een percentage van veelal 10%-12% van de op de kwitanties vermelde bedragen. Daarom kunnen de kwitanties van de stichting niet zonder meer dienen als bewijs. Aan de door belanghebbende overgelegde bankafschriften komt onvoldoende bewijskracht toe omdat niet aannemelijk is dat de opgenomen geldbedragen zijn aangewend voor de giften. Ten aanzien van de vergrijpboetes oordeelt het Hof dat de Inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende ten tijde van het doen van de aangiften zich er van bewust is geweest dat de aangiften voor wat betreft de giftenaftrek onjuist waren. De boetes van 50% en 75% zijn passend en geboden. Tot slot heeft het Hof geoordeeld dat belanghebbende in het incidenteel hoger beroep kan opkomen tegen de beslissing betreffende het jaar 2014, ook al ziet het principaal hoger beroep van de Inspecteur alleen op de jaren 2012 en 2013.

Uitspraak

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummers BK-20/00318, BK-20/00319 en BK-20/00432

in het geding tussen:

(gemachtigde: […] )

en

(vertegenwoordigers: […] , […] en […] )

op het hoger beroep van de Inspecteur en het incidenteel hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 3 januari 2020, nummers SGR 19/2759, SGR 19/2760 en SGR 19/2761.

Procesverloop

2012 - 20/00318

1.1.1.

Aan belanghebbende is over het jaar 2012 een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 81.717 (de navorderingsaanslag 2012). Bij gelijktijdig gegeven beschikkingen is € 732 aan belastingrente in rekening gebracht en is een vergrijpboete opgelegd van € 2.464.

1.1.2.

Bij uitspraak op bezwaar heeft de Inspecteur belanghebbendes bezwaren tegen de navorderingsaanslag en de beschikkingen afgewezen.

2013 - 20/00319

1.2.1.

Aan belanghebbende is over het jaar 2013 een navorderingsaanslag IB/PVV opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 41.941 (de navorderingsaanslag 2013). Bij gelijktijdig gegeven beschikkingen is € 252 aan belastingrente in rekening gebracht en is een vergrijpboete opgelegd van € 1.523.

1.2.2.

Bij uitspraak op bezwaar heeft de Inspecteur belanghebbendes bezwaren tegen de navorderingsaanslag en de beschikkingen afgewezen.

2014 - 20/00432

1.3.1.

Aan belanghebbende is voor het jaar 2014 een aanslag IB/PVV (de aanslag 2014) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 37.842.

1.3.2.

Bij uitspraak op bezwaar heeft de Inspecteur belanghebbendes bezwaar tegen de aanslag afgewezen.

Alle jaren

1.5.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar in één geschrift beroep bij de Rechtbank ingesteld. Ter zake van deze beroepen is éénmaal een griffierecht geheven van € 47. De Rechtbank heeft de beroepen gegrond verklaard voor zover deze zien op de boetebeschikkingen voor 2012 en 2013, de beroepen voor het overige ongegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar voor zover deze zien op de boetebeschikkingen voor 2012 en 2013 vernietigd, de boetebeschikkingen voor 2012 en 2013 vernietigd en de Inspecteur opgedragen het betaalde griffierecht van € 47 aan belanghebbende te vergoeden.

1.6.

De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend en tevens incidenteel hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft gereageerd op het incidenteel hoger beroep.

1.7.

De mondelinge behandeling van de zaken heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 30 september 2020. Partijen zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Vaststaande feiten

2012

2.1.1.

Belanghebbende heeft in zijn (herziene) aangifte IB/PVV 2012 de volgende giften opgevoerd:

Omschrijving

bedrag

Overige andere giften

[stichting]

€ 8.500

[A]

€ 50

[B]

€ 50

[C]

€ 300

Totaal

€ 8.900

Af: drempel andere giften

€ 813

Aftrek andere giften

€ 8.087

2.1.2.

De Inspecteur heeft belanghebbende bij brief van 13 oktober 2014 onder meer verzocht de bankafschriften toe te zenden waaruit de opname voor de giften blijkt. Belanghebbende heeft bij brief van 20 oktober 2014 een bankafschrift gevoegd waaruit blijkt dat op 25 mei 2012 een pinopname van € 1.000 heeft plaatsgevonden en op 31 mei 2012 een kasopname van € 25.000. Bij brief van 30 oktober 2014 heeft de Inspecteur ter zake van de giften meegedeeld dat belanghebbende met de verstrekte informatie onvoldoende heeft aangetoond dat hij deze heeft betaald, zodat de Inspecteur op dit punt van de aangifte zal afwijken. De Inspecteur heeft de aanslag IB/PVV 2012 met dagtekening 27 februari 2015 vastgesteld en het in de aangifte opgevoerde bedrag van € 8.087 niet in aftrek toegelaten.

2.1.3.

Belanghebbende heeft op 27 februari 2015 bezwaar gemaakt tegen de aanslag IB/PVV 2012 en daarbij twee kopieën van donatieformulieren/kwitanties van de [stichting] ( [stichting] ) verstrekt. De kwitanties met nummers 001278 en 001414 vermelden een donatie van respectievelijk € 6.700 met dagtekening 2 juni 2012 en € 800 met dagtekening 29 juni 2012. Bij uitspraak op bezwaar van 12 mei 2015 heeft de Inspecteur het bezwaar met betrekking tot de aftrek van giften vervolgens toegewezen en het belastbaar inkomen uit werk en woning vastgesteld op € 73.630.

2013

2.2.1.

Belanghebbende heeft in zijn aangifte IB/PVV 2013 een gift van € 4.675 opgevoerd met de omschrijving “ [stichting] ”. Na aftrek van de drempel van € 431 resteerde een aftrekbare gift van € 4.244.

2.2.2.

De Inspecteur heeft belanghebbende bij brief van 30 augustus 2014 verzocht informatie te verstrekken over bepaalde in de aangifte van belanghebbende in aftrek gebrachte kosten. Het daartoe in te vullen Formulier aftrekbare kosten aangifte inkomstenbelasting 2013 vermeldt onder meer:

“Giften

U heeft in de aangifte onder de rubriek ‘giften’ een bedrag van € 4.244 afgetrokken. Daarom wil ik van u ontvangen:

- een specificatie van de giften

- de schriftelijke bewijsstukken zoals bank- of giro-afschriften waaruit blijkt aan wie de giften zijn gedaan en voor welke bedragen.”

2.2.3.

Bij brief van 3 september 2014 heeft belanghebbende een kopie van een kwitantie van de [stichting] verstrekt. De kwitantie met nummer 00769 vermeldt een donatie van € 4.750 met dagtekening 20 april 2013. Bij brief van 20 oktober 2014 heeft belanghebbende een bankafschrift verstrekt, waaruit blijkt dat op 22 maart 2013 een pinopname van € 4.000 en van € 1.000 heeft plaatsgevonden. De Inspecteur heeft de aanslag IB/PVV 2013 met dagtekening 18 maart 2015 vastgesteld conform de aangifte naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 37.697.

2014

2.3.1.

Belanghebbende heeft in zijn aangifte IB/PVV 2014 de volgende giften opgevoerd:

Omschrijving

bedrag

Overige andere giften

[D]

€ 1.170

[stichting]

€ 2.000

[E]

€ 1.000

Totaal

€ 4.170

Af: drempel andere giften

€ 415

Aftrek andere giften

€ 3.755

2.3.2.

De Inspecteur heeft belanghebbende bij brief van 30 juni 2015 verzocht informatie te verstrekken over bepaalde in de aangifte van belanghebbende in aftrek gebrachte kosten. Het daartoe in te vullen Formulier aftrekbare kosten aangifte inkomstenbelasting 2014 vermeldt onder meer:

“Giften

U heeft in de aangifte onder de rubriek ‘giften’ een bedrag van € 3.755 afgetrokken. Stuur mij daarom:

- een specificatie van deze giften

- de originele schriftelijke bewijsstukken en betalingsbewijzen, zoals bankafschriften, waaruit blijkt aan wie de giften zijn gedaan en voor welke bedragen.

2.3.3.

Bij brief van 8 juli 2015 heeft belanghebbende een kopie van een kwitantie van de [stichting] verstrekt. De kwitantie met nummer 000071 vermeldt een donatie van € 2.000 met dagtekening 2 januari 2014.

2.3.4.

De Inspecteur heeft de aanslag 2014 met dagtekening 14 december 2017 vastgesteld en de gift aan de [stichting] van € 2.000 niet in aftrek toegelaten.

Alle zaken

2.4.1.

De Belastingdienst is in 2013 een onderzoek gestart naar de houdbaarheid van de ANBI-status van de [stichting] . Daaruit bleek ten aanzien van het jaar 2012 dat belastingplichtigen gezamenlijk voor ten minste een bedrag van € 3.000.000 aan giften aan de [stichting] in aftrek hadden gebracht terwijl in de jaarstukken van de [stichting] voor dat jaar een bedrag van € 591.210 aan ontvangen giften was verantwoord. Voorts bleek dat de [stichting] in het jaar 2012 meer kwitanties (in totaal 2.500) had uitgeschreven dan in haar administratie was verantwoord (531) en dat de [stichting] in de jaarstukken voor 2013 een bedrag van € 88.564 aan ontvangen donaties had verwerkt terwijl in aangiften IB/PVV van diverse belastingplichtigen in totaal € 3.445.808 aan giften aan de [stichting] was aangegeven. Van dit onderzoek is een rapport opgemaakt dat is gedagtekend 17 mei 2016.

2.4.2.

Omdat de administratie van de [stichting] ernstige gebreken vertoonde is de ANBI-status van de [stichting] op 6 januari 2014 ingetrokken met terugwerkende kracht tot 1 januari 2008.

2.4.3.

In januari 2015 is de FIOD gestart met strafrechtelijke onderzoeken naar het gebruik van valse giftkwitanties bij drie andere ANBI-instellingen dan de [stichting] ( [FIOD-onderzoek 1] en [FIOD-onderzoek 2] ). Uit die onderzoeken bleek dat diverse belastingplichtigen die giften aan voormelde instanties in de aangiften hadden opgenomen ook giften aan de [stichting] hadden opgenomen in hun aangiften.

2.5.1.

Voormelde bevindingen (2.4.1 en 2.4.3) zijn aanleiding geweest voor de FIOD om op 17 september 2015 een strafrechtelijk onderzoek te starten naar de [stichting] en haar bestuurders in verband met het opmaken van valse giftkwitanties en/of donatieverklaringen van de [stichting] en het gebruik hiervan bij het doen van aangiften IB/PVV ( [FIOD-onderzoek 3] ).

2.5.2.

De bevindingen uit het strafrechtelijk onderzoek [FIOD-onderzoek 3] zijn door de FIOD opgenomen in een proces-verbaal, met dossiernummer 57425. De Officier van Justitie heeft op 16 maart 2017 toestemming verleend de bevindingen uit het FIOD-onderzoek te gebruiken voor fiscale doeleinden. De resultaten van het onderzoek zijn op 23 april 2018 ter beschikking gesteld aan de Belastingdienst/kantoor Den Haag. Het (geanonimiseerde) proces-verbaal met bijlagen is door de Inspecteur verstrekt op een CD-rom (het FIOD-rapport).

2.5.3.

Belanghebbende is in voormeld onderzoek niet als verdachte aangemerkt noch is hij als getuige gehoord.

2.6.

In het FIOD-rapport zijn proces-verbalen van verhoor van verdachten opgenomen uit de strafrechtelijke onderzoeken [FIOD-onderzoek 1] en [FIOD-onderzoek 2] . De verdachten hebben onder andere verklaringen afgelegd over de handel in giftkwitanties bij de [stichting] .

2.6.1.

Het FIOD-rapport bevat een "proces-verbaal van verhoor verdachte" uit het onderzoek [FIOD-onderzoek 1] (blz. 2040 e.v.) De verdachte heeft, onder meer verklaard:

"[…] is belastingadviseur en hij werkt samen met de [stichting] met betrekking tot het kopen van kwitanties. Hij koopt de kwitanties in voor 10% en verkoopt ze voor 12 tot 15% aan zijn klanten zodat zij dit kunnen aftrekken van de belasting."

2.6.2.

Het FIOD-rapport bevat een "proces-verbaal van verhoor verdachte" uit het onderzoek [FIOD-onderzoek 2] (blz. 2140 e.v.). De verdachte heeft, onder meer verklaard:

"Ik ga u alles vertellen in 2011, 2012 en 2013 heb ik kwitanties gekocht bij [stichting] . Dit was niet voor 10% maar voor 15% of zelfs 20% procent weet ik niet meer zeker. Het zijn allemaal oplichters van die stichtingen. Ze stoppen alles in de eigen zak en melden niets aan de Belastingdienst. In 2011 heb ik geld betaald aan [de bestuurder/directeur] van de [stichting] . In 2012 en 2013 heb ik geld betaald aan [de penningmeester] van de [stichting] . De door mij overgelegde kwitanties over het jaar 2013 van de [stichting] heb ik van die [penningmeester] gekregen. Dit geld heb ik op de [adres] in [woonplaats] betaald. De kwitanties heeft [de penningmeester] mij op het adres aan de [adres] waar de [stichting] is gevestigd gegeven."

2.6.3.

Het FIOD-rapport bevat een "proces-verbaal van verhoor verdachte" uit het onderzoek [FIOD-onderzoek 3] (blz. 1900 e.v.). Het proces-verbaal vermeldt, voor zover van belang:

"Opmerking verbalisanten: Uit onderzoek is naar voren gekomen dat uw aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2010 tot en met 2013 zijn ingediend vanaf het IP-adres van de [stichting] .

Vraag verbalisanten: Wie heeft uw aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2010 tot en met 2013 ingevuld en ingediend bij de Belastingdienst?

Antwoord gehoorde:

"Omdat ik slecht Nederlands spreek, ben ik door diverse mensen geadviseerd om naar de [stichting] te gaan. Ik ging naar de [stichting] om mijn aangiften in te laten vullen.

(…)

Vraag verbalisanten: Wie heeft de aangifte Inkomstenbelasting 2011 op uw naam bij de Belastingdienst ingevuld en ingediend?

Antwoord gehoorde:

"Ik ben eerlijk, maar toen ik daar kwam waren het elke keer andere mensen. Er waren allemaal kleine hokjes en daar werd het ingevuld. Ik ben daar gewoon naartoe gegaan, maar ik ken daar helemaal niemand. Ik kan dus niet zeggen wie dat voor mij ingevuld heeft. Op de dag dat ik mijn aangifte liet invullen, kreeg ik de twee kwitanties die ik u zojuist heb overhandigd. De data op de kwitanties hebben zij van de [stichting] erop gezet. Ik heb in ieder geval niet op die data betaald. Ik heb in één keer € 300 of zo betaald. Ik weet niet meer precies hoeveel ik heb betaald maar ik dacht iets van 12 of 15% van € 2.500. Ik heb mijn DigiD code en wachtwoord aan de medewerker van de [stichting] gegeven en die heeft vervolgens mijn aangifte ingediend. Dat ging elk jaar zo."

(…)

Vraag verbalisanten: In uw aangifte inkomstenbelasting 2012 staat in het onderdeel 'giften' een bedrag van € 2.500. Wat kunt u hierover verklaren?

Antwoord gehoorde:

"Daarvoor geldt hetzelfde als het jaar 2011. Ik denk dat ik daar ook ongeveer € 300 voor betaald heb."

(…)

Opmerking verbalisanten: Op de kwitanties over 2012 staan de data 10-03-2012 en 15‑11‑2012. Uw aangifte inkomstenbelasting 2012 is gedaan op 9 maart 2013.

Vraag verbalisanten: Heeft u de kwitanties op dezelfde dag dat uw aangifte is gedaan, ontvangen?

Antwoord gehoorde:

"Ja."

(…)

Vraag verbalisanten: In uw aangifte inkomstenbelasting 2013 staat in het onderdeel ‘giften’ een bedrag van € 2.500. Wat kunt u hierover verklaren?

Antwoord gehoorde:

“Ook hier heb ik maar € 300 of € 350 voor betaald."

Opmerking verbalisanten: Op de kwitanties over 2013 staan de data 23-02-2013 en 24‑05‑2013. Uw aangifte inkomstenbelasting 2013 is gedaan op 26 februari 2014.

Vraag verbalisanten: Heeft u de kwitanties op dezelfde dag dat uw aangifte is gedaan, ontvangen?

Antwoord gehoorde:

"Ja."

2.7.

Het FIOD-rapport bevat een proces-verbaal van een opsporingsambtenaar van de FIOD betreffende "aangetroffen belastingaangiften en correspondentie op de PC van de [stichting] " (blz. 930 e.v.). Het proces-verbaal vermeldt onder meer:

"Resumé

Op grond van de volgende feiten en omstandigheden, te weten dat:

(…)

 […] zijn aangifte inkomstenbelasting 2013 voor € 50 in heeft laten vullen door/bij de [stichting] ;

 In de aangifte inkomstenbelasting 2013 op naam van […] een gift is opgenomen van € 3.000;

 […] € 300, ofwel 10%, heeft betaald voor de giftkwitantie, wat overeenkomt met de verklaring van [de penningmeester];

 De aangifte inkomstenbelasting 2013 op naam van […] vermoedelijk opzettelijk onjuist is ingediend;

 De aangifte inkomstenbelasting 2014 op naam van […] die bij de Belastingdienst is ingediend, is verzonden vanaf één van de computers van de [stichting] ;

 In de aangifte inkomstenbelasting 2014 op naam van […] een gift is opgenomen van €1.000;

 […] € 100, ofwel 10%, heeft betaald voor de giftkwitantie, wat overeenkomt met de verklaring van [de penningmeester];

 De kwitantie op naam van […] met nummer [xxx] gelet op de verklaring van [de penningmeester] vermoedelijk valselijk is opgemaakt;

 De aangifte inkomstenbelasting 2014 op naam van […] vermoedelijk opzettelijk onjuist is gedaan;

(…)"

2.8.

Het FIOD-rapport bevat een proces-verbaal van een opsporingsambtenaar van de FIOD betreffende "onderzoek in administratie [stichting] " (blz. 747 e.v.). Het proces-verbaal vermeldt onder meer:

"In verband met dit onderzoek heeft op 13 december 2016 een doorzoeking plaatsgevonden op het adres van de [stichting] , waarbij diverse administratie in beslag is genomen. Ik heb verhuisdoos 1 met boekingsnummer C.22.02.01 van object C van totaal 21 dozen nader onderzocht.

(…)

Resumé

Vergelijking donaties 2014 met voorliggende Jaren

Oordeel van de Rechtbank

Omschrijving geschil in hoger beroep en conclusies van partijen

Beoordeling van het (incidenteel) hoger beroep

Proceskosten

Beslissing