Gerechtshof Den Haag, 26-10-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2227, BK-22/00928
Gerechtshof Den Haag, 26-10-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2227, BK-22/00928
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 26 oktober 2023
- Datum publicatie
- 2 januari 2024
- Zaaknummer
- BK-22/00928
- Relevante informatie
- Art. 110 VWEU, Art. 10 BPM
Inhoudsindicatie
Art. 110 VWEU; Art. 10, lid 2, Wet Bpm
De auto is rechtstreeks afkomstig uit een derde-land, zodat artikel 110 VWEU toepassing mist. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat het door haar opgevoerde referentievoertuig vergelijkbaar is noch dat de door haar gestelde schade aanwezig is. Het Hof sluit aan bij de waardebepaling door DRZ. Hoger beroep Inspecteur gegrond.
Uitspraak
Team Belastingrecht
meervoudige kamer
nummer BK-22/00928
in het geding tussen:
(gemachtigde: S.M. Bothof)
en
(vertegenwoordiger: […] )
op het hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 11 augustus 2022, nummer SGR 20/6133.
Procesverloop
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm) opgelegd van € 12.508 (de naheffingsaanslag). Bij gelijktijdig gegeven beschikking is € 528 aan belastingrente in rekening gebracht (de beschikking belastingrente).
Belanghebbende heeft tegen de naheffingsaanslag en de beschikking belastingrente bezwaar gemaakt. Bij uitspraak op bezwaar heeft de Inspecteur belanghebbendes bezwaar afgewezen.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. Ter zake van het beroep is een griffierecht geheven van € 354. De beslissing van de Rechtbank luidt, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiseres en de Inspecteur als verweerder:
“De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot een bedrag van € 258 en vermindert de rentebeschikking dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- veroordeelt de Minister tot vergoeding van immateriële schade aan eiseres tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.056;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 354 aan eiseres te vergoeden.
De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 14 september 2023. Partijen zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.
Feiten
Belanghebbende heeft op 4 oktober 2017 voor $ 24.500 een gebruikte personenauto van het merk Chrysler, type Pacifica Touring L, MPV (de auto) gekocht van een in de Verenigde Staten gevestigde autohandelaar. Een afschrift van de inkoopfactuur behoort tot de stukken van het geding.
In een tot de stukken van het geding behorend document “Raadplegen RDW Voertuigbeeld” van de keuring van het voertuig door de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) op 29 januari 2018 staat met betrekking tot de auto onder meer het volgende vermeld:
|
Eerste toelatingsdatum |
21 juni 2016 |
|
Kenteken |
|
|
Buitenlands kenteken |
[kenteken] |
|
Land van herkomst |
Bondsrepubliek Duitsland |
|
Tellerstand |
40237 |
Belanghebbende heeft op 31 januari 2018 aangifte Bpm gedaan voor de auto. In het “Formulier t.b.v. BPM-aangifte” zijn het onder 2.2 vermelde buitenlandse kenteken en het land van herkomst vermeld. De aangifte resulteert in een te betalen bedrag van € 15.502 aan Bpm. Dit bedrag heeft belanghebbende voldaan.
Belanghebbende heeft de in de onder 2.3 bedoelde aangifte vermelde handelsinkoopwaarde gebaseerd op een taxatierapport van “ [naam taxateur] van 30 januari 2018. Als “afgelezen tellerstand” is in het rapport vermeld 40.181. In het taxatierapport is de auto getaxeerd op een waarde van € 22.170 (het taxatierapport). Hierbij is rekening gehouden met een handelsinkoopwaarde vóór schade van € 31.829, gebaseerd op koerslijstinformatie van “AutotelexPro”, verminderd met diverse (in het taxatierapport benoemde) waardeverminderende factoren (5%: € 1.591) en met een schadecalculatie van € 8.068 (100%). Omdat de auto niet voorkomt op een in de handel gebruikelijke koerslijst, heeft [naam taxateur] de handelsinkoopwaarde berekend aan de hand van de koerslijstwaarde van een Lancia Voyager. De historische nieuwprijs van de auto is in het taxatierapport bepaald op € 72.780.
De dienst Domeinen Roerende zaken van het ministerie van Financiën (DRZ) heeft een onderzoek waardebepaling ten aanzien van de auto uitgevoerd (onderzoek waardebepaling). De bevindingen van dit onderzoek zijn vastgelegd in een verslag (het verslag), dat tot de stukken van het geding behoort. Naar aanleiding van een fysieke schouw op 8 februari 2018 heeft de beoordelaar van DRZ geconstateerd dat de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat van de auto dient te worden vastgesteld op € 53.750. In het onderzoek waardebepaling is de onder 2.2 genoemde tellerstand vermeld. De beoordelaar heeft geen schade anders dan normale gebruikersschade, behorende bij leeftijd en kilometerstand, aan de auto geconstateerd.
De beoordelaar heeft in het verslag onder meer de volgende opmerking weergegeven:
“De nieuwprijsberekening in de aangifte is op basis van een vergelijkbaar model [Lancia Voyager, Hof] gedaan, deze is echter vergelijkbaar met een crysler town & country maar niet met een Pacifica zoals het aangegeven voertuig betreft.”
De beoordelaar heeft, omdat de auto niet voorkomt op een in de handel gebruikte koerslijst, zich ter bepaling van de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat gebaseerd op de vraagprijzen van drie te koop aangeboden auto’s van het merk Chrysler, type Pacifica (€ 69.895 met een tellerstand van 29.704, € 79.999 met een tellerstand van 9.800 en € 79.950 met een tellerstand van 11.849).
De handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat is in het verslag als volgt berekend:
Verwachte advertentie vraagprijs aangifte € 65.000
Marge tussen vraagprijs en verkoopprijs -5% € 3.750
Handelsmarge vergelijkbaar model, ander merk € 6.000
Extra marge expertise DRZ € 1.500
Handelsinkoopwaarde € 53.750
De beoordelaar is verder in het verslag uitgegaan van een historische nieuwprijs van € 97.642.
Een medewerker van Team BPM van DRZ heeft op 15 april 2020 een emailbericht van de Inspecteur, betreffende het al dan niet vergelijkbaar zijn van de auto met een Lancia Voyager, als volgt beantwoord:
“(…)
De Chrysler Town & Country is eigenlijk hetzelfde voertuig als de Lancia Voyager. Alleen de Lancia is bijvoorbeeld wel op de Europese markt geleverd en de Town & Country niet. De Chrysler Pacifica is daarintegen een andere auto dan de eerst genoemde versies.
Het verschil zit hem in vele aspecten;
Het uiterlijk is volledig anders en veel moderner
De specificatie qua luxe zijn anders
Aantal zitplaatsen
De grootte van de Pacifica wijkt af en is groter dan de ander 2
Dit is als het ware wel een opvolger maar dan in een heel ander jasje. Zie het als een VW Tiguan en Sharan waarbij de Sharan groter is en ook nog eens een nieuwer model is.
DRZ probeert altijd een zo goed mogelijke weergave te doen op basis van vergelijkbare modellen. Wij hebben de nieuwprijs dus berekend op basis van de werkelijke MSRP prijs uit de USA van het aangegeven voertuig en niet van het best vergelijkbare model in Nederland.
Ook de referentievoertuigen om de handelswaarde te bepalen zijn van een zo veel mogelijk overeenkomend voertuig.
(…)”
Naar aanleiding van het onder 2.5.1 bedoelde onderzoek waardebepaling heeft de Inspecteur de onderhavige naheffingsaanslag opgelegd en rentebeschikking vastgesteld.
Oordeel van de Rechtbank
3. De Rechtbank heeft geoordeeld, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiseres en de Inspecteur als verweerder:
“Handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat
11. Op grond van artikel 10, achtste lid, van de Wet Bpm wordt de afschrijving bedoeld in het tweede lid van dit artikel gesteld op de som van de catalogusprijs en de Bpm op het tijdstip waarop de auto voor het eerst in gebruik is genomen, verminderd met de taxatiewaarde vermeld in een taxatierapport dat voldoet aan bij ministeriële regeling vastgestelde voorwaarden. In bijlage 1 bij de Uitvoeringsregeling Bpm (Bijlage 1) zijn die voorwaarden neergelegd. Voor zover hier van belang, is in Bijlage 1 het volgende bepaald: