Home

Gerechtshof Den Haag, 23-04-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:654, 22-003627-22 .a

Gerechtshof Den Haag, 23-04-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:654, 22-003627-22 .a

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
23 april 2024
Datum publicatie
18 februari 2026
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:654
Formele relaties
Zaaknummer
22-003627-22 .a

Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting (art. 69.2 AWR) en feitelijke leiding geven aan opzettelijk bescheiden in valse vorm voor raadpleging beschikbaar stellen (art. 68.1.c jo. 69.2 AWR). Gepubliceerd naar aanleiding van publicatie arrest Hoge Raad.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003627-22

Parketnummer: 83-072310-22

Datum uitspraak: 23 april 2024

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 6 december 2022 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] ,adres: [woonadres] te [woonplaats] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

[bedrijf 1]

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 24 juni 2014 tot en met 27 januari 2015

te Zoetermeer en/of 's-Gravenhage en/of Heerlen en/of Apeldoorn en/of elders

in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk

(een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene

wet inzake rijksbelastingen,

te weten (een) (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting

ten name van [bedrijf 1]

(Fiscaalnummer [fiscaalnummer] )

betreffende het/de aangiftetijdvak(ken)

mei 2014 en/of juni 2014 en/of juli 2014 en/of

augustus 2014 en/of september 2014 en/of oktober 2014 en/of november 2014 en/of december 2014

(bijlage AMB-003 bijlage 1.17 tm 27 blz 428 tm 438)

(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, en/althans heeft doen of laten doen door [belastingsadviseur] ( [bedrijf 2] ), in elk geval (een)

ander(en),

immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of genoemde rechtspersoon haar mededader(s)

(telkens) opzettelijk op/in die/dat bij/naar de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst 's-Gravenhage en/of Heerlen en/of Apeldoorn en/of elders in

Nederland ingeleverde / gezonden aangifte(n) / aangiftebiljet(ten) voor de omzetbelasting

(telkens) een te hoog bedrag aan voorbelasting en/of een te laag bedrag aan verschuldigde omzetbelasting en/of een te laag belastbaar bedrag, althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting, aangegeven en/of opgegeven en/of vermeld, en/althans door die/een ander(en)

doen of laten aangeven en/of opgeven en/of vermelden,

terwijl die/dat feit(en) er (telkens) toe heeft/hebben gestrekt, dat te weinig belasting werd geheven,

hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);

(art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht, art 68 lid 1 ahf/ond a Algemene wet

inzake rijksbelastingen, art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 juni 2014 tot en met 27 januari 2015 te Zoetermeer en/of 's-Gravenhage en/of Heerlen en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk(een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting

ten name van [bedrijf 1]

(Fiscaalnummer [fiscaalnummer] ) betreffende het/de aangiftetijdvak(ken) mei 2014 en/of juni 2014 en/of juli 2014 en/of augustus 2014 en/of september 2014 en/of oktober 2014 en/of november 2014 en/of december 2014

(bijlage AMB-003 bijlage 1.17 tm 27 blz 428 tm 438)

(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, en/althans heeft doen of laten doen door [belastingsadviseur] ( [bedrijf 2] ), in elk geval (een)

ander(en), immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) (telkens) opzettelijk op/in die/dat bij/naar de Inspecteur der belastingen of

de Belastingdienst 's-Gravenhage en/of Heerlen en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland ingeleverde / gezonden aangifte(n) / aangiftebiljet(ten) voor de

omzetbelasting (telkens) een te hoog bedrag aan voorbelasting en/of een te laag bedrag aan verschuldigde omzetbelasting en/of een te laag belastbaar bedrag, althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting,

aangegeven en/of opgegeven en/of vermeld, en/althans door die/een ander(en) doen of laten aangeven en/of opgeven en/of vermelden, terwijl die/dat feit(en) er (telkens) toe heeft/hebben gestrekt, dat te weinig

belasting werd geheven;

art 68 lid 1 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

(art 68 lid 1 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen, art 69 lid 2 Algemene

wet inzake rijksbelastingen)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 24 juni 2014 tot en met 27 januari 2015 te Zoetermeer en/of 's-Gravenhage en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(een) (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting

ten name van [bedrijf 1]

(Fiscaalnummer [fiscaalnummer] ) betreffende het/de aangiftetijdvak(ken) mei 2014 en/of juni 2014 en/of juli 2014 en/of augustus 2014 en/of september 2014 en/of oktober 2014 en/of november 2014 en/of december 2014

(bijlage AMB-003 bijlage 1.17 tm 27 blz 428 tm 438)

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst, en/althans valselijk heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of vervalsen door [belastingsadviseur]

( [bedrijf 2] ), in elk geval (een) ander(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

op/in dat/die (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting (telkens) een te hoog bedrag aan voorbelasting en/of een te laag bedrag aan verschuldigde omzetbelasting en/of een te laag belastbaar bedrag, althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting, geschreven en/of opgegeven en/of vermeld en/of aangegeven, en/althans door

die/een ander(en) doen of laten schrijven en/of opgeven en/of vermelden aangeven,

zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

(art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[bedrijf 1]

op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 juni 2014 tot en met 27 januari 2015

te 's-Gravenhage en/of Zoetermeer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(een) (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting

ten name van [bedrijf 1]

(Fiscaalnummer [fiscaalnummer] ) betreffende het/de aangiftetijdvak(ken) mei 2014 en/of juni 2014 en/of juli 2014 en/of augustus 2014 en/of september 2014 en/of oktober 2014 en/of november 2014 en/of december 2014

(bijlage AMB-003 bijlage 1.17 tm 27 blz 428 tm 438)

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst, en/althans valselijk heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of vervalsen door [belastingsadviseur]

( [bedrijf 2] ), in elk geval (een) ander(en), immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of genoemde rechtspersoon haar mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

op/in dat/die (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting (telkens) een te hoog bedrag aan voorbelasting en/of een te laag bedrag aan verschuldigde omzetbelasting en/of een te laag belastbaar bedrag, althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting, geschreven en/of opgegeven en/of vermeld en/of aangegeven, en/althans door die/een ander(en) doen of laten schrijven en/of opgeven en/of vermelden aangeven,

zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);

art 51 lid 1 Wetboek van Strafrecht

(art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

2.

[bedrijf 1]

op of omstreeks 14 december 2014

te Zoetermeer en/of te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere)

gegevensdragers en/of de inhoud daarvan,

opzettelijk deze in valse en/of vervalste vorm voor dit doel ter beschikking heeft/hebben gesteld en/of heeft/hebben doen stellen,

immers heeft genoemde rechtspersoon en/of genoemde rechtspersoon haar, mededader(s) alstoen aldaar

(telkens) opzettelijk een vals en/of vervalst

uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel (KvK-nummer [KvK-nummer] ) betreffende de besloten vennootschap [bedrijf 3]

(bijlage DOC-003 blz 1274-1275)

en/of

een vals en/of vervalst geschrift,

te weten zogenoemde "Reference Introduction"

voorzien van de naam [bestuurder bedrijf 3] ( [bedrijf 3] ) (bijlage DOC-002 blz 1273),

(telkens) (per e-mail (DOC-001, blz 1271-1272))

ter beschikking gesteld en/of doen stellen aan

(een controlespecialist belastingambtenaar genaamd [belastingambtenaar 1] ) (werkzaam bij) de Belastingdienst Den Haag,

bestaande die valsheid hierin dat

in/op dat uittreksel handelsregister als Enig Aandeelhouder [enig aandeelhouder bedrijf 3] en/of als Bestuurder [bestuurder bedrijf 3] was/waren vermeld en/of opgenomen en/of geschreven

en/of die "Reference Introduction"

niet opgemaakt en/of afkomstig was van [bestuurder bedrijf 3] en/of [bedrijf 3]

terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe strekte dat te weinig belasting werd geheven, hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans

alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of feitelijke

leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);

(art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht, art 68 lid 1 ahf/ond c Algemene wet inzake rijksbelastingen, art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 december 2014

te Zoetermeer en/of te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met [bedrijf 1] en/of (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) zijnde die [bedrijf 1] degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere) gegevensdragers en/of de inhoud daarvan,

opzettelijk deze in valse en/of vervalste vorm voor dit doel ter beschikking heeft/hebben gesteld en/of heeft/hebben doen stellen,

immers heeft hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) alstoen aldaar (telkens) opzettelijk

een vals en/of vervalst uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel (KvK-nummer [KvK-nummer] )

betreffende de besloten vennootschap [bedrijf 3]

(bijlage DOC-003 blz 1274-1275)Pagina 6

en/of

een vals en/of vervalst geschrift, te weten zogenoemde "Reference Introduction" voorzien van de naam [bestuurder bedrijf 3] ( [bedrijf 3] )

(bijlage DOC-002 blz 1273),

(telkens) (per e-mail (DOC-001, blz 1271-1272))

ter beschikking gesteld en/of doen stellen aan

(een controlespecialist belastingambtenaar genaamd [belastingambtenaar 1] ) (werkzaam bij) de Belastingdienst Den Haag,

bestaande die valsheid hierin dat

in/op dat uittreksel handelsregister als Enig Aandeelhouder [enig aandeelhouder bedrijf 3] en/of als Bestuurder [bestuurder bedrijf 3] was/waren vermeld en/of opgenomen en/of geschreven

en/of die "Reference Introduction"

niet opgemaakt en/of afkomstig was van [bestuurder bedrijf 3] en/of [bedrijf 3] terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe strekte dat te weinig belasting werd

geheven;

(art 68 lid 1 ahf/ond c Algemene wet inzake rijksbelastingen, art 69 lid 2 Algemene

wet inzake rijksbelastingen)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 december 2014,

in elk geval in of omstreeks de maand december 2014,

te Zoetermeer en/of 's-Gravenhage en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk

een uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel

(KvK-nummer [KvK-nummer] )

betreffende de besloten vennootschap [bedrijf 3]

(bijlage DOC-003 blz 1274-1275)

en/of

een geschrift,

te weten zogenoemde "Reference Introduction"

voorzien van de naam [bestuurder bedrijf 3] ( [bedrijf 3] )

(bijlage DOC-002 blz 1273),

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enigfeit te dienen,

valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

op/in dat uittreksel handelsregister

als Enig Aandeelhouder [enig aandeelhouder bedrijf 3] en/of als Bestuurder [bestuurder bedrijf 3] vermeld en/of opgenomen en/of geschreven en/althans door een/die ander(en) doen en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen

en/of

op/in dat geschrift (die "Reference Introduction")

voorgedaan als was deze opgemaakt en/of afkomstig van [bestuurder bedrijf 3] en/of [bedrijf 3]

zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken

en/of

(telkens) opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van

en/of (een controlespecialist belastingambtenaar genaamd [belastingambtenaar 1] ) (werkzaam bij) de Belastingdienst Den Haag gebruik heeft doen maken van die/dat vals(e) en/of vervalst(e) geschriften zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig

feit te dienen, als ware dat/die geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat (doen) gebruikmaken (telkens) hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) dat/die genoemde geschrift(en) (per e-mail)

heeft/hebben verzonden en/of overgelegd en/of doen overleggen en/of doen toekomen aan (een controlespecialist belastingambtenaar genaamd [belastingambtenaar 1] ) (werkzaam bij) de Belastingdienst Den Haag,

en/of

opzettelijk bovenbedoeld(e)/genoemd(e) vals(e) of vervalst(e) geschrift(en) voorhanden heeft/hebben gehad

terwijl hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) wist(en) en/of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst;

art 225 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht

(art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte

ter zake van het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

Voorwaardelijk verzoek tot het horen van een getuige

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep het voorwaardelijk verzoek gedaan om de heer [belastingambtenaar 1] - controlespecialist MKB bij de Belastingdienst – als getuige te horen.

Het hof wijst dat verzoek af nu het zich door het verhandelde ter terechtzitting voldoende ingelicht acht en de noodzakelijkheid van het gevraagde verhoor met het oog op de volledigheid van het onderzoek niet is gebleken (HR:2014:1496, r.o. 2.8.).

Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de op 16 december 2014 door de heer [belastingambtenaar 1] aan de verdachte gestuurde email - naar aanleiding waarvan de verdediging hem als getuige wenst te horen –, anders dan de verdediging heeft gesteld, niet kan worden aangemerkt als een ‘fishing expedition’. Immers, in deze email verzoekt de heer [belastingambtenaar 1] in het kader van een controle door de Belastingdienst aan [verdachte] , ten aanzien van wie op dat moment geen redelijk vermoeden bestond dat deze zich schuldig had gemaakt aan een strafbaar feit, enkel specifiek naar alle emailverkeer tussen [bedrijf 1] / [verdachte] met de heer [bestuurder bedrijf 3] , bestuurder van [bedrijf 3] . Dit verzoek betreft naar het oordeel van het hof slechts het op verzoek van de Inspecteur verstrekken van de gegevens en inlichtingen die voor de belastingheffing van belang kunnen zijn, als bedoeld in artikel 47, lid 1, onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

[bedrijf 1]

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 24 juni 2014 tot en met 27 januari 2015 te Zoetermeer en/of 's-Gravenhage en/of Heerlen en/of Apeldoorn en/of elders

in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk

(een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen,

te weten (een) (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 1] (Fiscaalnummer [fiscaalnummer] )

betreffende het/de aangiftetijdvak(ken)

mei 2014 en/of juni 2014 en/of juli 2014 en/of

augustus 2014 en/of september 2014 en/of oktober 2014 en/of november 2014 en/of december 2014

(bijlage AMB-003 bijlage 1.17 tm 27 blz 428 tm 438)

(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, en/althans heeft doen of laten doen door [belastingsadviseur] ( [bedrijf 2] ), in elk geval (een)

ander(en),

immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of genoemde rechtspersoon haar mededader(s)

(telkens) opzettelijk op/in die/dat bij/naar de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst 's-Gravenhage en/of Heerlen en/of Apeldoorn en/of elders in

Nederland ingeleverde / gezonden aangifte(n) / aangiftebiljet(ten) voor de omzetbelasting

(telkens) een te hoog bedrag aan voorbelasting en/of een te laag bedrag aan verschuldigde omzetbelasting en/of een te laag belastbaar bedrag, althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting, aangegeven en/of opgegeven en/of vermeld, en/althans door die/een ander(en)

doen of laten aangeven en/of opgeven en/of vermelden,

terwijl die/dat feit(en) er (telkens) toe heeft/hebben gestrekt, dat te weinig belasting werd geheven,

hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);

2.

[bedrijf 1]

op of omstreeks 14 december 2014

te Zoetermeer en/of te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere)

gegevensdragers en/of de inhoud daarvan,

opzettelijk deze in valse en/of vervalste vorm voor dit doel ter beschikking heeft/hebben gesteld en/of heeft/hebben doen stellen,

immers heeft genoemde rechtspersoon en/of genoemde rechtspersoon haar, mededader(s) alstoen aldaar

(telkens) opzettelijk een vals en/of vervalst

uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel (KvK-nummer [KvK-nummer] ) betreffende de besloten vennootschap [bedrijf 3] (bijlage DOC-003 blz 1274-1275)

en/of

een vals en/of vervalst geschrift,

te weten een zogenoemde "Reference Introduction"

voorzien van de naam [bestuurder bedrijf 3] ( [bedrijf 3] ) (bijlage DOC-002 blz 1273),

(telkens) (per e-mail (DOC-001, blz 1271-1272))

ter beschikking gesteld en/of doen stellen aan

(een controlespecialist belastingambtenaar genaamd [belastingambtenaar 1] ) (werkzaam bij) de Belastingdienst Den Haag,

bestaande die valsheid hierin dat

in/op dat uittreksel handelsregister als Enig Aandeelhouder [enig aandeelhouder bedrijf 3] en/of als Bestuurder [bestuurder bedrijf 3] was/waren vermeld en/of opgenomen en/of geschreven

en/of die "Reference Introduction"

niet opgemaakt en/of afkomstig was van [bestuurder bedrijf 3] en/of [bedrijf 3]

terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe strekte dat te weinig belasting werd geheven, hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans

alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Bewijsoverwegingen

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig de overgelegde pleitnotities primair bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde, nu -kort samengevat- niet kan worden bewezen dat sprake is van opzettelijk handelen zijdens de verdachte.

Het hof overweegt als volgt.

[bedrijf 1] en de verdachte

[verdachte]

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de na te noemen aan wettige bewijsmiddelen ontleende feiten en omstandigheden stelt het hof allereerst vast dat [bedrijf 1] (hierna ook: [bedrijf 1] ) – in de persoon van de verdachte [verdachte] , die blijkens het de vennootschap betreffende KvK-uittreksel bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 4] was, de enig aandeelhouder van [bedrijf 1] - onjuiste aangiften heeft gedaan of laten doen voor de omzetbelasting ten name [bedrijf 1] met betrekking tot de aangiftetijdvakken mei 2014 tot en met december 2014, zoals onder 1 primair is bewezenverklaard, en dat [bedrijf 1] een vals uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel (hierna ook: KvK) betreffende de besloten vennootschap [bedrijf 3] (hierna ook: [bedrijf 3] ) en een valse "Reference Introduction" voorzien van de naam [bestuurder bedrijf 3] ( [bedrijf 3] ) aan de Belastingdienst ter beschikking heeft gesteld, zoals omschreven in de bewezenverklaring onder 2 primair.

Opzettelijk handelen

Dat deze aangiften omzetbelasting opzettelijk onjuist zijn gedaan en dat opzettelijk een vals KvK-uittreksel betreffende [bedrijf 3] en een valse “Reference Introduction” als hiervoor genoemd aan de Belastingdienst ter beschikking zijn gesteld leidt het hof in het bijzonder af uit de volgende feiten en omstandigheden.

[bedrijf 1] , de onderneming van de verdachte [verdachte] , was ten tijde van het bewezenverklaarde blijkens het de vennootschap betreffende uittreksel uit het handelsregister van de KVK sinds 13 november 2007 een groothandel in - voor zover hier van belang - computers, randapparatuur, en software.

Op 2 november 2011 is aan de verdachte [verdachte] door de Belastingdienst een waarschuwingsbrief uitgereikt, inhoudende de algemene waarschuwing dat hij zorgvuldig moet zijn met het kiezen van zijn leveranciers om te voorkomen dat hij betrokken raakt bij btw-fraude (proces-verbaal AMB-001).

Nadat [bedrijf 1] op 19 mei 2014 een factuur heeft ontvangen voor de levering van softwarepakketten, meldt de verdachte de leverancier [bedrijf 5] (hierna ook: [bedrijf 5] ) aan bij de Belastingdienst. Dit bedrijf is blijkens het KvK-uittreksel gevestigd op het adres [adres 1] te Amsterdam, tevens het woonadres van de bestuurder van deze vennootschap [bestuurder bedrijf 3] .

[bedrijf 5] houdt zich blijkens het genoemde uittreksel bezig met interieurreiniging van gebouwen. Daarnaast is het geregistreerd als een niet-gespecialiseerde groothandel in consumentenartikelen, een detailhandel in consumentenelektronica via postorder en internet en een bedrijf dat zich bezighoudt met payrolling (personeelsbeheer).

De Belastingdienst heeft vervolgens op 22 mei 2014 aan [bedrijf 1] gemeld dat het btw-nummer van [bedrijf 5] weliswaar actief is, maar dat zeer recentelijk het bedrijfsadres executoriaal is verkocht zodat bedrijfseconomische activiteiten op het genoemde adres moeilijk uitvoerbaar lijken (AMB-074).

Ook na deze concrete waarschuwing is [bedrijf 1] ( [verdachte] ) zaken blijven doen met [bestuurder bedrijf 3] , zelfs nadat op 9 juli 2014 het btw-nummer van [bedrijf 5] niet langer actief is.

Uit het onderzoek naar de administratie van [bedrijf 1] over de maanden augustus tot en met december 2014 is gebleken

dat de opgegeven voorbelasting gebaseerd is op de facturen ten name van het bedrijf [bedrijf 3] gericht aan [bedrijf 1] (AMB-031(a)).

Naar aanleiding van (nader) boekenonderzoek bij [bedrijf 1] heeft de Belastingdienst verkoopfacturen ten name van [bedrijf 3] , over de periode van augustus tot en met november 2014,

ontvangen van de boekhouder van [bedrijf 1] .

Op drie van deze facturen bleek het logo niet overeen te komen met het logo op de website van het bedrijf en de goederen vermeld op de facturen bleken niet op de website van [bedrijf 3] te worden aangeboden (AMB005/G001-01, verklaring [belastingambtenaar 2] , Belastingdienst).

De directeur en enig aandeelhouder van [bedrijf 3] ,

de heer [directeur bedrijf 3] , heeft op vragen van de Belastingdienst verklaard dat hij het bedrijf [bedrijf 1] niet kent, dat [bedrijf 3] niet handelt in computer- software/hardware en dat hij de namen [bedrijf 1] , [verdachte] en [bestuurder bedrijf 3] niet kent en dat deze namen niet in zijn klantenbestand voorkomen (AMB-004).

De verdachte heeft over [bestuurder bedrijf 3] wisselende verklaringen afgelegd.

Tegenover de Belastingdienst heeft hij verklaard dat hij [bestuurder bedrijf 3] in 2014 op de CeBIT-beurs, een grote computerbeurs in Hannover, had leren kennen. Ter terechtzitting in eerste aanleg verklaarde hij dat hij niet met zekerheid kon zeggen dat hij [bestuurder bedrijf 3] daar had ontmoet. Geconfronteerd met de verklaring van [bestuurder bedrijf 3] dat hij niet weet wat de CeBIT-beurs is en dat hij daar nooit is geweest, heeft de verdachte verklaard dat hij [bestuurder bedrijf 3] mogelijk op een andere beurs heeft ontmoet of dat hij hem kent via een adressenbestand.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij zich niet kan herinneren of hij in 2014 CeBIT-beurs is geweest.

Gelet op deze verklaringen acht het hof het niet aannemelijk dat de verdachte in 2014 op de CeBIT-beurs is geweest en dat hij daar [bestuurder bedrijf 3] heeft ontmoet.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep voorts verklaard dat [bestuurder bedrijf 3] aan hem voorstelde om – nadat het BTW-nummer van [bedrijf 5] was ingetrokken - zaken te doen met een reisbureau dat op zijn, [bestuurder bedrijf 3] , naam stond, hetgeen hij, [verdachte] , naar eigen zeggen heeft geweigerd om dit een ‘branchevreemd’ bedrijf betrof dat niet -zoals [bedrijf 1] - in computers, randapparatuur, en software handelde.

De verdachte heeft vervolgens – zo heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep ook verklaard – het voorstel van [bestuurder bedrijf 3] , die hij ontmoette in een café en die op hem overkwam als aardige ondernemer met lef, geaccepteerd om via de onderneming [bedrijf 3] zaken met hem te doen.

De bedrijfsactiviteiten van [bedrijf 3] , die op het valse KvK uittreksel van [bedrijf 3] dat in de administratie van [bedrijf 1] in opgenomen [bestuurder bedrijf 3] , bevatte naast een schoonmaakbedrijf als bedrijfsactiviteiten

-niet-gespecialiseerde groothandel in consumentenartikelen,

- detailhandel via postorder en internet in consumentenelektronica, en

-payrolling (p. 1274).

Deze omschrijving van bedrijfsactiviteiten moeten voor de verdachte naar het oordeel van het hof als even branchevreemd hebben gegolden als de activiteiten van het hiervoor genoemde reisbureau, waarmee hij naar eigen zeggen geen zaken wenste te doen, of het bedrijf [bedrijf 5] dat volgens het betreffende uittreksel uit het KvK-register evenmin computer hardware en software leverde.

Desondanks heeft [verdachte] , hoewel daartoe de mogelijkheid bestond en zulks van hem verlangd mocht worden als goed ondernemer, zonder de gegevens van [bedrijf 3] te controleren bij de KvK, [bedrijf 3] bij de Belastingdienst aangemeld als leverancier en het valse KvK-uittreksel betreffende [bedrijf 3] en de vals gebleken "Reference Introduction" – ten bewijze van een ontmoeting tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 1] op de CeBIT-beurs in 2014 - aan de Belastingdienst doen toekomen.

De verdachte heeft over deze gang van zaken geen bevredigende verklaring gegeven anders dan dat hij niet op die documenten heeft gelet.

Daarnaast neemt het hof voor het bewijs van opzet in aanmerking dat de verdachte, zoals hij ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard, de bestelde softwarepakketten niet ophaalde bij een bedrijfspand voorzien van een bedrijfsnaambord “ [bedrijf 3] ” maar bij de woning van [bestuurder bedrijf 3] aan het [adres 1] te Amsterdam, waar hij de bestelde pakketten ontving via een geopend raam op de benedenverdieping van dat adres, alsmede de omstandigheid dat bij de eerste betaling van [bedrijf 1] de omschrijving [bedrijf 6] is gebruikt, dat het bedrag gestorneerd is en bij de daaropvolgende betalingen de omschrijving [bedrijf 7] is

gebruikt, zonder dat er aanvullende vragen zijn gesteld door [bedrijf 1] en dat bij de betalingen van [bedrijf 1] vanaf 20 november 2014 de omschrijving [bedrijf 7]

is gebruikt, in verband waarmee [bedrijf 1] ook geen aanvullende vragen heeft gesteld (OPV-3, blz. 68).

Uit deze feiten en omstandigheden leidt het hof af dat

het niet anders kan zijn dan dat [bedrijf 1] – en mitsdien de verdachte [verdachte] - vol opzet heef gehad op het doen dan wel laten doen van onjuiste aangiften omzetbelasting alsmede op het ter beschikking stellen van een vals uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel betreffende [bedrijf 3] en voornoemde valse "Reference Introduction" voorzien van de naam van [bestuurder bedrijf 3] , die in de administratie van [bedrijf 1] zijn aangetroffen en welke bescheiden onmiskenbaar dienden als middel om een zogenoemde btw-carrousel te verhullen en mogelijk te maken. In deze btw-carrousel is geen btw afgedragen aan de Belastingdienst, terwijl de btw wel in rekening werd gebracht en is verderop in de keten wel betaalde btw, in aftrek op de aangiften gebracht zodat de Belastingdienst hierdoor btw zou terugbetalen die nooit is ontvangen. Van deze btw-carrousel heeft [bedrijf 1] – en daarmee de verdachte [verdachte] - opzettelijk onderdeel uitgemaakt.

Toerekening aan [bedrijf 1]

De strafbare feiten kunnen naar het oordeel van het hof in redelijkheid aan [bedrijf 1] worden toegerekend. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de onjuiste aangiften omzetbelasting zijn verricht in de sfeer van de rechtspersoon. Immers, voor [bedrijf 1] past het doen van periodieke omzetbelastingaangiften in de normale bedrijfsvoering van deze onderneming. De gedraging van het doen van onjuiste aangiften past daarmee ook in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon en is de rechtspersoon bovendien dienstig geweest in het door haar uitgeoefende bedrijf (er hoefde immers minder

omzetbelasting betaald te worden). Deze gedragingen kunnen daarom in redelijkheid aan [bedrijf 1] worden toegerekend.

Feitelijke leiding geven door [verdachte]

De verdachte heeft naar het oordeel van het hof gelet op het vorenoverwogene feitelijke leiding gegeven aan de [bedrijf 1] verweten gedragingen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd

Het onder 2 primair bewezenverklaarde levert op:

ingevolge de belastingwet verplicht zijnde tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van bescheiden, deze opzettelijk in valse vorm voor dit doel beschikbaar stellen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich in de hoedanigheid van feitelijke leidinggever van een vennootschap ( [bedrijf 1] ) schuldig gemaakt aan belastingfraude door binnen een zogenoemde “btw-carrousel” mee te werken aan schijntransacties en daarmee aan het opzettelijk onjuist (laten) doen van aangiften omzetbelasting over de aangiftetijdvakken van mei 2014 tot en met december 2014. Daarnaast heeft hij valse bescheiden aan de Belastingdienst verstrekt. Deze handelwijze heeft ertoe gestrekt dat te weinig belasting werd betaald en de verdachte heeft er aldus toe bijgedragen dat de overheid financieel benadeeld is. Bovendien wordt het algemeen vertrouwen in het belastingsysteem, waarbinnen sprake zou moeten zijn van eerlijke lastenverdeling, door dergelijk handelen geschaad. Dit wordt de verdachte ernstig aangerekend. Voor een werkbare samenleving is het van essentieel belang dat men in het maatschappelijk verkeer vertrouwen kan stellen in de juistheid van bepaalde geschriften. Door gebruik te maken van valse stukken heeft de verdachte het vertrouwen van de Belastingdienst beschaamd.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 28 maart 2024, waaruit blijkt dat de verdachte geen andere veroordelingen op zijn naam heeft staan.

Het hof constateert voorts dat de behandeling van de zaak in eerste aanleg niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden

Rekenend vanaf de doorzoeking ter beslagneming in de toenmalige woning van de verdachte aan de [adres 2] te Zoetermeer op 28 mei 2018 -het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de verdachte een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zou worden ingesteld- en in aanmerking genomen de datum waarop in eerste aanleg vonnis is gewezen, te weten op 6 december 2022, is de redelijke termijn in eerste aanleg overschreden.

In aanmerking genomen dat voor feiten als de onderhavige de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel gerechtvaardigd is, zal het hof – alles afwegende - ter verdiscontering van de overschrijding van de redelijke termijn van berechting aan de verdachte na te melden onvoorwaardelijke taakstraf opleggen, die het hof passend en geboden acht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 51 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 68 en 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING