Home

Gerechtshof Den Haag, 30-09-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2587, BK-24/1017 en BK-24/1018

Gerechtshof Den Haag, 30-09-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2587, BK-24/1017 en BK-24/1018

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
30 september 2025
Datum publicatie
23 december 2025
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:2587
Zaaknummer
BK-24/1017 en BK-24/1018
Relevante informatie
Art. 30fc AWR, Art. 30hb AWR

Inhoudsindicatie

art. 30fc AWR; art. 30hb AWR; IB/PVV; belastingrente terecht en naar het juiste bedrag in rekening gebracht.

Uitspraak

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummers BK-24/1017 en BK-24/1018

in het geding tussen:

(gemachtigde: J.L.M. Reijnen)

en

(vertegenwoordiger: […] )

op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 4 november 2024, nummers SGR 24/2774 en SGR 24/1056.

Procesverloop

1.1.

De Inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2021 een voorlopige aanslag IB/PVV opgelegd. De voorlopige aanslag heeft geresulteerd in een (voorlopige) teruggaaf van € 2.165.

1.4.

De Inspecteur heeft bij brief met dagtekening 28 februari 2022 belanghebbende uitgenodigd tot het doen van aangifte IB/PVV voor het jaar 2021.

1.5.

Belanghebbende heeft op 4 mei 2022 om uitstel tot het doen van aangifte verzocht tot 1 september 2021. De Inspecteur heeft het uitstelverzoek toegewezen en uitstel verleend tot 1 september 2022.

1.6.

Belanghebbende heeft op 1 juni 2022 wederom om uitstel tot het doen van aangifte verzocht. De Inspecteur heeft dit uitstelverzoek, afgewezen onder verwijzing naar het reeds eerder verleende uitstel tot 1 september 2022, als bedoeld onder 1.3.

1.7.

Belanghebbende heeft op 14 september 2022 wederom om uitstel tot het doen van aangifte verzocht. De Inspecteur heeft het uitstelverzoek toegewezen en uitstel verleend tot 1 december 2022.

1.8.

Belanghebbende heeft op 5 december 2022 en op 13 december 2022 wederom om uitstel tot het doen van aangifte verzocht. De Inspecteur heeft beide uitstelverzoek afgewezen met de opmerking dat de motivering van de uitstelverzoeken geen reden is voor het verlengen van het uitstel.

1.9.

De Inspecteur heeft aan belanghebbende op 6 januari 2021 een herinnering tot het doen van aangifte IB/PVV voor het jaar 2021 gestuurd. In de herinnering tot het doen van aangifte is een uiterlijke termijn van 20 januari 2023 vermeld.

1.10.

De Inspecteur heeft belanghebbende op 7 februari 2023 aangemaand tot het doen van aangifte IB/PVV voor het jaar 2021. In de aanmaning tot het doen van aangifte is een uiterlijke termijn van 21 februari 2023 vermeld.

1.11.

Belanghebbende heeft op 21 februari 2023 aangifte IB/PVV voor het jaar 2021 gedaan.

1.12.

De Inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2021 een definitieve aanslag IB/PVV opgelegd, berekend een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 53.888 (de definitieve aanslag 2021). Bij gelijktijdig gegeven beschikkingen is aan belanghebbende een verzuimboete opgelegd van € 385 en € 42 aan belastingrente (de belastingrentebeschikking) in rekening gebracht.

1.13.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de bij de definitieve aanslag IB/PVV voor het jaar 2021 gegeven beschikkingen. De Inspecteur heeft het bezwaar ongegrond verklaard.

1.14.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. Ter zake daarvan is een griffierecht geheven van € 102. De beslissing van de Rechtbank luidt, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiseres en de Inspecteur als verweerder:

“De rechtbank:

-

verklaart het beroep gegrond;

-

veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 875;

-

draagt verweerder op het betaalde griffierecht van in totaal € 102 (€ 51 in de zaak met zaaknummer SGR 24/2774 en € 51 in de zaak met zaaknummer SGR 24/1056) aan eiseres te vergoeden.”

1.15.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Ter zake daarvan is een griffierecht van € 138 geheven. De Inspecteur heeft twee verweerschriften ingediend.

1.16.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 7 augustus 2025. Partijen zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Feiten

2.1.

De voorlopige aanslag IB/PVV voor het jaar 2021 bevat, onder meer, de volgende tekst:

“Deze aanslag is voorlopig

Als u uw gegevens wilt wijzigen

Oordeel van de Rechtbank

Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen

Beoordeling van het hoger beroep

Proceskosten en griffierecht

Beslissing