Home

Gerechtshof 's-Gravenhage, 06-11-2009, BW2877, BK-08/00412

Gerechtshof 's-Gravenhage, 06-11-2009, BW2877, BK-08/00412

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
6 november 2009
Datum publicatie
5 april 2013
ECLI
ECLI:NL:GHSGR:2009:BW2877
Zaaknummer
BK-08/00412
Relevante informatie
3:2 Awb

Uitspraak

Uitspraak

Van de tweede meervoudige belastingkamer van 6 november 2009 in het geding tussen: mevrouw belanghebbende te Z, hierna: belanghebbende, en de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/P (kantoor Q), hierna de Inspecteur: op het hoger beroep van belanghebbende tegen de (mondelinge) uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 12 september 2008, nummer AWB 07/1156 IB/PVV, betreffende de hierna vermelde aanslag.

1. Aanslag, bezwaar en geding in eerste aanleg

1.1. Aan belanghebbende is voor het jaar 2004 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (nummer xxx.xx.xxx.x.xx) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van 6.122, met verrekening van 222 aan voorheffingen en met inachtneming van een gecombineerde heffingskorting van 1.827 (algemene heffingskorting 1.825 en arbeidskorting 2).

1.2. Bij uitspraak op bezwaar heeft de Inspecteur belanghebbendes bezwaar tegen de aanslag afgewezen.

1.3. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep bij de rechtbank ingesteld. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

2. Loop van het geding in hoger beroep

2.1. Belanghebbende is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van 107. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

2.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 30 september 2009, gehouden te Den Haag. Daar zijn beide partijen verschenen.

3. Vaststaande feiten

Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde is in hoger beroep, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, het volgende komen vast te staan:

3.1. Op 23 januari 2006 heeft belanghebbende door middel van indiening van een zogenoemd T-biljet aangifte gedaan in de inkomstenbelasting voor het jaar 2004. Zij heeft in haar aangifte geen inkomsten uit werk en woning aangeven. Door het daartoe bestemde vakje bij vraag 13a aan te kruisen, heeft zij verzocht om uitbetaling van de algemene heffingskorting. Bij de aan-gifte was een betaalspecificatie van de uitkering Werkloosheidswet (hierna: WW-uitkering) met betrekking tot de periode van 15 december 2003 tot en met 11 januari 2004 gevoegd, met daarop de handmatig bijgeschreven vermelding 'het gehele jaar 2004'.

3.2. Bij voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, met dagtekening 17 maart 2006, is aan belanghebbende de algemene heffingskorting van 1.825 uitbetaald.

3.3. In de door het UWV aan belanghebbende verstrekte jaaropgaaf 2004 inzake de WW-uitkering zijn een fiscaal loon van 6.046 en een loonheffing van 189 vermeld. Verder ontving belanghebbende in 2004 een nabetaling van 76 van TPG-post, waarop 33 aan loonbelasting is ingehouden.

3.4. Met dagtekening 24 december 2006 is de onderwerpelijke aanslag vastgesteld. De Inspecteur heeft de aanslag opgelegd met een door belanghebbende te betalen bedrag van 1.825 (exclusief 154 aan heffingsrente).

4. Omschrijving geschil in hoger beroep en standpunten van partijen

5. Conclusies van partijen

6. Beoordeling van het hoger beroep

7. Proceskosten en griffierecht

8. Beslissing