Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-09-2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:3705, 13-01154

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-09-2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:3705, 13-01154

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12 september 2014
Datum publicatie
13 oktober 2014
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2014:3705
Zaaknummer
13-01154

Inhoudsindicatie

De inspecteur heeft in 2006 een beschikking ‘Verklaring geen privé gebruik auto’ afgegeven. Naar aanleiding van een controle in 2012 is de inspecteur van mening dat belanghebbende over de jaren 2010 tot en met 2012 niet voldoet aan de voorwaarde om een sluitende rittenadministratie bij te houden en legt over deze jaren naheffingsaanslagen loonheffingen op.

De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende niet overtuigend heeft aangetoond dat de auto voor niet meer dan 500 kilometer privé is gebruikt en verklaart het beroep ongegrond.

Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Uitspraak

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Kenmerk: 13/01154

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende],

wonende te [woonplaats],

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda (hierna: de Rechtbank) van 3 oktober 2013, nummer AWB 13/1862, in het geding tussen

belanghebbende,

en

Belastingdienst/Oost/Landelijk Coördinatiecentrum Auto

hierna: de Inspecteur,

betreffende de aan belanghebbende over het tijdvak 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010 opgelegde naheffingsaanslag loonheffingen, aanslagnummer [aanslagnummer], en de daarbij gegeven boetebeschikking.

De zitting heeft plaatsgehad op 29 augustus 2014 te ‘s-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord, namens de Inspecteur, de heren [A] en [B]. Belanghebbende is niet verschenen.

Na behandeling van de zaak heeft het Hof heden, 12 september 2014, de volgende mondelinge uitspraak gedaan.

Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.

Gronden

Ten aanzien van het geschil

Naar het oordeel van het Hof heeft de Rechtbank op goede gronden een juiste beslissing genomen.

Ten aanzien van het griffierecht

Het Hof is van oordeel dat er geen redenen aanwezig zijn om te gelasten dat de Inspecteur aan belanghebbende het door hem betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoedt.

Ten aanzien van de proceskosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

Slot

Gelet op het vorenoverwogene moet worden beslist als bovenvermeld.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.

Aldus gedaan door P. Fortuin, voorzitter, P.A.G.M. Cools en F. Sonneveldt, en voor wat betreft de beslissing in tegenwoordigheid van Th.A.J. Kock, griffier, in het openbaar uitgesproken op 12 september 2014.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 18 september 2014

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (Belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH

‘s-Gravenhage. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen.

1.

Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2.

Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht.

d. de gronden van het beroep in cassatie

Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt de indiener de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep ontvangt de indiener een nota griffierecht van de Hoge Raad.

In het beroepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.