Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19-06-2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1846, 19/00292

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19-06-2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1846, 19/00292

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19 juni 2020
Datum publicatie
22 juni 2020
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2020:1846
Formele relaties
Zaaknummer
19/00292

Inhoudsindicatie

Vennootschapsbelasting. Ambtshalve aanslag en verzuimboete. In hoger beroep dezelfde gronden aangevoerd als in eerste aanleg. Het hof acht de overwegingen van de rechtbank juist en op goede gronden gegeven.

Uitspraak

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Kenmerk: 19/00292

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] ,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland‑West‑Brabant (hierna: de rechtbank) van 12 april 2019, nummer BRE 18/00030 in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst,

hierna: de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft de aanslag vennootschapsbelasting 2012 opgelegd. Tevens is bij beschikking belastingrente in rekening gebracht en bij beschikking een verzuimboete opgelegd.

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt.

1.3.

De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.5.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.6.

Belanghebbende heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de inspecteur.

1.7

Belanghebbende heeft voor de zitting een pleitnota toegezonden aan het hof. De griffier heeft deze pleitnota doorgestuurd naar de inspecteur. Deze pleitnota wordt met instemming van partijen geacht ter zitting te zijn voorgelezen.

1.8.

De zitting heeft plaatsgevonden op 28 mei 2020 in ’s-Hertogenbosch. Belanghebbende, bijgestaan door zijn zoon [de zoon] , is, op zijn verzoek niet digitaal gehoord, maar telefonisch. Namens de inspecteur zijn [inspecteur 1] , [inspecteur 2] en [inspecteur 3] digitaal gehoord.

1.9.

Op deze zitting zijn gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld de onderhavige zaak en de zaken met nummer 19/00734 tot en met 19/00738.

2. Feiten

2.1.

De aanslagen vennootschapsbelasting (hierna: Vpb) over de jaren 2000 tot en met 2015 zijn ambtshalve vastgesteld nadat belanghebbende geen aangiften heeft ingediend over de betreffende jaren. Die aanslagen zijn vastgesteld tot de volgende bedragen:

Jaar

Belastbare winst

Belastbaar bedrag

2000

ƒ 200.000

ƒ 200.000

2001

ƒ 100.000

ƒ 100.000

2002

€ 75.000

€ 75.000

2003

€ 50.000

€ 50.000

2004

€ 50.000

€ 50.000

2005

€ 50.000

€ 50.000

2006

€ 1.000

€ 1.000

2007

€ 40.000

€ 40.000

2008

€ 40.000

€ 40.000

2009

€ 200.000

€ 200.000

2010

€ 200.000

€ 200.000

2011

€ 200.000

€ 200.000

2012

€ 31.260

€ 25.000

2013

€ 20.000

€ 20.000

2014

€ 20.000

€ 20.000

2015

€ 20.000

€ 20.000

2.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de ambtshalve aanslag Vpb 2011. Ter motivering hiervan is een aangiftebiljet Vpb 2011 ingediend. Naar aanleiding van dit bezwaar is de aanslag Vpb 2011 verminderd. Daarbij is het belastbaar bedrag vastgesteld op € 6.260 negatief. De inspecteur heeft het verlies bij een voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld.

2.3.

Belanghebbende is uitgenodigd, herinnerd en aangemaand tot het doen van aangifte vennootschapsbelasting over het jaar 2012. Wegens het uitblijven van een aangifte heeft de inspecteur ambtshalve de aanslag Vpb 2012 vastgesteld. De belastbare winst is daarbij vastgesteld op € 31.260 en het belastbaar bedrag op € 25.000. Tevens is een verzuimboete opgelegd van € 2.460 en is belastingrente in rekening gebracht van € 1.202.

2.4.

Belanghebbende heeft tegen de ambtshalve aanslag Vpb 2012 bezwaar gemaakt en ter motivering een aangiftebiljet Vpb 2012 ingediend. Bij de uitspraak op bezwaar is het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

3 Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de aanslag Vpb 2012 tot het juiste bedrag is vastgesteld.

3.2.

Belanghebbende concludeert tot vermindering van de aanslag tot nihil. De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

4 Gronden

Ten aanzien van het geschil

4.1.

Belanghebbende heeft in hoger beroep dezelfde gronden aangevoerd als in eerste aanleg.

4.2.

De overwegingen van de rechtbank acht het hof juist en op goede gronden gegeven. Het hof neemt deze dan ook over en maakt deze tot de zijne.

Tussenconclusie

4.3.

De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is.

Ten aanzien van het griffierecht

4.4.

Het hof ziet geen aanleiding om het griffierecht te laten vergoeden.

Ten aanzien van de proceskosten

4.5.

Het hof oordeelt dat er geen redenen zijn voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 Algemene wet bestuursrecht.

5 Beslissing