Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-07-2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2074, 20/00004

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-07-2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2074, 20/00004

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
9 juli 2020
Datum publicatie
13 juli 2020
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2020:2074
Formele relaties
Zaaknummer
20/00004

Inhoudsindicatie

In behandeling nemen van een aanvraag leidt tot het verschuldigd worden van leges.

Uitspraak

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummer: 20/00004

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland‑West‑Brabant (hierna: de rechtbank) van 28 november 2019, nummer BRE 18/8539, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Goes,

hierna: de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft een aanslag leges van € 2.931,71 opgelegd voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning.

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt.

1.3.

De heffingsambtenaar heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.5.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij het hof. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.6.

Belanghebbende heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de heffingsambtenaar.

1.7.

De zitting heeft plaatsgevonden op 19 juni 2020. Belanghebbende is telefonisch gehoord. De heffingsambtenaar heeft het hof op voorhand meegedeeld niet te zullen deelnemen aan de aangekondigde digitale zitting.

1.8.

Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende heeft op 18 januari 2020 een (digitaal) aanvraagformulier ingediend bij de gemeente Goes voor een omgevingsvergunning met betrekking tot de bouw van een schuur. De kosten hiervan heeft belanghebbende geschat op € 120.000 (exclusief btw).

2.2.

Bij e‑mail van 13 maart 2018 heeft [A] van de gemeente Goes belanghebbende als volgt bericht:

“(…)

In ons telefoongesprek van vorige week probeerde ik u uit te leggen hoe de procedure werkt. Omdat ik toen nog niet alles genoemd heb, heb ik u gisteren nogmaals gebeld.

Normaal vragen wij op basis van elke formele aanvraag leges. Echter soms komt er een aanvraag binnen terwijl die als vraag, of vooroverleg bedoeld is. Omdat uw aanvraag alleen een formulier betreft wilde ik weten of uw aanvraag ook echt als een formele aanvraag bedoeld is. Als dat zo is zullen wij u om aanvullende gegevens vragen, zoals tekeningen (onder meer gevels, plattegronden, doorsneden, berekeningen e.d.). In dit geval zal daar ook een ruimtelijke onderbouwing bij horen. Hierdoor zult u kosten maken (en zullen wij ook leges in rekening brengen). Waarschijnlijk zullen wij de vergunning, zoals het er nu uitziet, vervolgens weigeren, overeenkomstig ons antwoord op uw eerdere verzoek.

Om deze kosten te voorkomen, heb ik gisteren telefonisch aangegeven, dat u ook de aanvraag in kunt trekken.

Zoals gezegd vragen wij bij elke ingediende aanvraag leges. In dit geval kunnen we dit echter achterwege laten, omdat ik er nog niet veel werk aan gehad heb.

Het feit dat ik u zo laat benaderde is helaas niet zoals ik het zelf wens; e.e.a. blijft momenteel langer liggen door achterstanden waar we helaas mee te maken hebben door onderbezetting.

(…)

Zoals gezegd staat het u vrij om de aanvraag door te laten lopen, dan zullen wij u de genoemde aanvullende gegevens vragen, met bijbehorende leges.

Als u vandaag aangeeft de vergunning in te willen trekken, zullen wij geen leges in rekening brengen.

Als u de vergunning intrekt, kunt u, zoals ik u gisteren aangaf, uiteraard afzonderlijk een verzoek (geen aanvraag omgevingsvergunning) indienen, zoals u eerder heeft gedaan. U geeft aan hier verheugd over te zijn, maar het is niet gezegd dat daar de oplossing ligt; hoewel een bevoegdheid van het college, bestaat evenwel de kans dat het antwoord negatief zal zijn (gezien ons eerdere standpunt).”

Belanghebbende heeft zijn aanvraag doorgezet.

2.3.

Bij brief van 23 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders belanghebbende bericht dat zijn aanvraag slechts bestaat uit een aanvraagformulier en dat dit onvoldoende is om zijn aanvraag te beoordelen. Het college heeft belanghebbende verzocht om de ontbrekende gegevens uiterlijk 5 september 2018 aan te leveren. Tevens is vermeld dat het college de aanvraag buiten verdere behandeling kan laten als de gevraagde gegevens niet worden aangeleverd. In dat geval zijn leges verschuldigd voor het in behandeling nemen van de aanvraag.

2.4.

Belanghebbende heeft de gevraagde gegevens niet aangeleverd. Op 19 september 2018 heeft het college besloten de aanvraag niet verder in behandeling te nemen. Bij nota van 10 oktober 2018 zijn leges in rekening gebracht van € 2.931,71.

2.5.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze nota. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. Het daartegen ingestelde beroep is door de rechtbank ongegrond verklaard.

3 Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de leges terecht zijn geheven.

3.2.

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de legesnota. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

4 Gronden

5 Beslissing