Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23-07-2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2354, 19/00306 tot en met 19/00308

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23-07-2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2354, 19/00306 tot en met 19/00308

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23 juli 2020
Datum publicatie
1 september 2020
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2020:2354
Zaaknummer
19/00306 tot en met 19/00308

Inhoudsindicatie

Aanslagen forensenbelasting. Belanghebbende bestrijdt de aanslagen met de stelling dat zij hoofdverblijf had in de (recreatie)woning. De heffingsambtenaar heeft belanghebbende gevraagd naar diverse stukken die als objectief en verifieerbaar bewijs kunnen dienen voor haar stelling dat zij hoofdverblijf had in de woning. Belanghebbende heeft maar gedeeltelijk aan dat verzoek voldaan; de door haar overgelegde stukken leiden niet tot de conclusie dat zij hoofdverblijf in de woning had. Het hof oordeelt dat de aanslagen terecht zijn opgelegd.

Uitspraak

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummers: 19/00306 tot en met 19/00308

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de Rechtbank) van 9 mei 2019, nummers BRE 18/138 tot en met 18/140, in het geding tussen

belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] ,

hierna: de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft aanslagen forensenbelasting opgelegd voor de jaren 2015, 2016 en 2017.

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze aanslagen.

1.3.

De heffingsambtenaar heeft uitspraken op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraken beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.5.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij het hof. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.6.

Belanghebbende heeft in reactie op het verweerschrift een conclusie van repliek ingediend. De heffingsambtenaar heeft vervolgens een conclusie van dupliek ingediend.

1.7.

Belanghebbende heeft op 29 september 2019 en 10 maart 2020 stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de heffingsambtenaar.

1.8.

Het hof heeft met instemming van partijen bepaald dat de zitting achterwege kan blijven. Het hof heeft partijen schriftelijk medegedeeld dat het onderzoek is gesloten.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende staat in de onderhavige jaren in de Basisregistratie Personen (hierna: BRP) ingeschreven op het adres [adres 1] in [plaats] (hierna: de woning). De echtgenoot van belanghebbende staat ingeschreven op het adres [adres 2] in [woonplaats] .

2.2.

Met dagtekening 30 juni 2017 heeft de heffingsambtenaar ter zake van de woning aanslagen forensenbelasting opgelegd voor de jaren 2015, 2016 en 2017 (hierna: de aanslagen). De aanslagen zijn opgelegd naar een te betalen bedrag van € 1.082,52 (2015), € 1.146,54 (2016) respectievelijk € 1.139,55.

3 Geschil en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de aanslagen terecht zijn opgelegd.

3.2.

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de aanslagen. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

4 Gronden

5 Beslissing