Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-01-2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:63, 18/00705 en 18/00706

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-01-2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:63, 18/00705 en 18/00706

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
9 januari 2020
Datum publicatie
10 januari 2020
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2020:63
Formele relaties
Zaaknummer
18/00705 en 18/00706
Relevante informatie
Wet op de loonbelasting 1964 [Tekst geldig vanaf 01-01-2024 tot 01-01-2025] art. 12a

Inhoudsindicatie

Gebruikelijk loon (artikel 12a Wet LB 1964)

Inspecteur corrigeert terecht voor gebruikelijk loon voor directeur van transportbedrijf. Ook rekening houdend met de bijtelling privé-gebruik auto is het gebruikelijk loon niet te hoog vastgesteld.

Uitspraak

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Kenmerk: 18/00705 en 18/00706

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda (hierna: de Rechtbank) van 9 november 2018, nummers BRE 17/3316 en 17/3317 in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst,

hierna: de Inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Aan belanghebbende is onder aanslagnummer [aanslagnummer 1] over de periode 1 februari 2014 tot en met 31 december 2014 een naheffingsaanslag in de loonheffingen opgelegd ten bedrage van € 18.564, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van € 9.282 en heffingsrente van € 928.

1.2.

Aan belanghebbende is onder aanslagnummer [aanslagnummer 2] over de periode 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015 een naheffingsaanslag in de loonheffingen opgelegd ten bedrage van € 29.517, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van € 14.758 en heffingsrente van € 295.

1.3.

De naheffingsaanslagen en de beschikkingen zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij één uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd.

1.4.

Belanghebbende is van deze uitspraak in beroep gekomen bij de Rechtbank. De griffier van de Rechtbank heeft een griffierecht geheven van € 333.

De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, maar uitsluitend ten aanzien van de boetebeschikkingen, de boetes verminderd naar € 4.176 respectievelijk € 6.641, en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en het vergoeden van griffierecht.

1.5.

Tegen deze uitspraak heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld bij het Hof. De griffier heeft een griffierecht geheven van € 508. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.6.

De zitting heeft plaatsgehad op 21 november 2019 te ‘s-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord [gemachtigde] , als gemachtigde van belanghebbende, alsmede, namens de Inspecteur, [inspecteur 1] en [inspecteur 2] .

1.7.

Het Hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

1.8.

Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat in afschrift aan partijen is verzonden.

2 Feiten

2.1.

[A] (hierna: [A] ) woonde in de onderhavige jaren in Nederland en is enig aandeelhouder in en bestuurder van belanghebbende. Belanghebbende was in 2014 en 2015 op haar beurt enig aandeelhouder in en bestuurder van [BV 1] (hierna: [BV 1] ) en [BV 2] . De bedrijfsactiviteiten van het concern bestaan uit het exploiteren van een transportbedrijf in [vestigingsplaats] .

2.2.

[A] was voorts als Geschäftsführer betrokken bij [UG 1] (hierna: [UG 1] ).

2.3.

Aan [A] is vanaf 20 november 2014 een auto van het type BMW met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) ter beschikking gesteld. De auto staat op naam van [BV 1] . De cataloguswaarde van de auto bedraagt € 100.528. De auto is ook voor privédoeleinden aan [A] ter beschikking gesteld. Er is geen rittenregistratie bijgehouden.

2.4.

Belanghebbende heeft over de tijdvakken gelegen in de periode van 1 februari 2014 tot en met 31 december 2015 geen aangiften loonheffingen gedaan.

2.5.

De Inspecteur heeft op 11 januari 2016 bij belanghebbende een boekenonderzoek ingesteld, waarbij de eventuele belastingplicht voor de loonheffingen voor belanghebbende over de tijdvakken van 1 februari 2014 tot en met 31 december 2015 is beoordeeld. De bevindingen van het onderzoek heeft de Inspecteur neergelegd in een rapport van 1 maart 2016. In het rapport heeft de Inspecteur geconcludeerd dat belanghebbende ten onrechte geen aangiften loonheffingen heeft gedaan van de bijtelling van het privé gebruik van de auto door [A] en het gebruikelijk loon van [A] . De Inspecteur heeft op basis van de bevindingen van het onderzoek onder meer de volgende correcties toegepast:

2014

- Bijtelling privé gebruik auto (25% x € 100.528 x 42/365)

€ 2.891

- Gebruikelijk loon

€ 44.000

2015

- Bijtelling privé gebruik auto (25% x € 100.528)

€ 25.132

- Gebruikelijk loon

€ 44.000

2.6.

De Inspecteur heeft in het rapport de naheffingsaanslagen aangekondigd en tevens medegedeeld dat hij voornemens is om vergrijpboetes van 50% ten aanzien van de correcties op te leggen.

2.7.

Een afschrift van het rapport van 1 maart 2016 is op 31 maart 2016 aan belanghebbende overhandigd.

2.8.

Gelijktijdig met de overhandiging van het rapport van het boekenonderzoek zijn overeenkomstig de bevindingen in dit rapport de naheffingsaanslagen met vergrijpboetes met dagtekening 31 maart 2016 aan belanghebbende uitgereikt.

2.9.

De Rechtbank heeft de vergrijpboetes verminderd naar € 4.176 respectievelijk € 6.641.

3 Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de vraag of het gebruikelijk loon terecht en tot het juiste bedrag in aanmerking is genomen.

Ter zitting heeft gemachtigde uitdrukkelijk gemeld dat de boete, zoals deze door de Rechtbank is vastgesteld, niet langer in geschil is en dat de in het hogerberoepschrift ingenomen stelling op dat punt wordt ingetrokken.

3.2.

Belanghebbende concludeert tot vermindering van de naheffingsaanslagen tot de verschuldigde bedragen over het privé-gebruik auto. De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4 Gronden

5 Beslissing