Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 06-05-2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:1364, 20/00273 tot en met 20/00277

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 06-05-2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:1364, 20/00273 tot en met 20/00277

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
6 mei 2021
Datum publicatie
9 juni 2021
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2021:1364
Formele relaties
Zaaknummer
20/00273 tot en met 20/00277

Inhoudsindicatie

Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994. Artikel 84a, overgangsregeling voor oldtimers. Verzoek gedaan?

Uitspraak

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummers: 20/00273 tot en met 20/00277

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] ,

wonend in [woonplaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 30 maart 2020, nummers 18/7328, 18/7329, 18/7330, 19/920 en 19/921, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst,

hierna: de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

20/00273 tot en met 20/00275 (nummers rechtbank: 18/7328 tot en met 18/7330)

1.1.1.

Met betrekking tot het motorrijtuig met het kenteken [kenteken 2] heeft de inspecteur aan belanghebbende drie naheffingsaanslagen motorijtuigenbelasting (hierna: MRB) opgelegd. Tevens zijn daarbij steeds bij beschikking verzuimboetes opgelegd.

1.1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen.

1.1.3.

De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.

1.1.4.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard.

20/00276 en 20/00277 (nummers rechtbank: 19/920 en 19/921)

1.2.1.

Met betrekking tot het motorrijtuig met het kenteken [kenteken 1] heeft de inspecteur aan belanghebbende twee naheffingsaanslagen MRB opgelegd. Tevens zijn daarbij steeds bij beschikking verzuimboetes opgelegd.

1.2.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen.

1.2.3.

De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Daarna heeft de inspecteur nogmaals uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.

1.2.4.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraken beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft de beroepen gegrond verklaard.

1.3.

De rechtbank heeft de beslissingen genoemd onder 1.1.4 en 1.2.4 neergelegd in één uitspraak (tezamen met de beslissing in de zaken met rechtbanknummers 18/5446, 18/5448, 18/7274 en 18/7327). Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.4.

De zitting heeft plaatsgevonden op 29 april 2021 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen [gemachtigde] , als gemachtigde van belanghebbende, en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] en [inspecteur 2] .

1.5.

Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende is sinds 23 april 2010 houder van een motorrijtuig van het merk Mercedes Benz, met het kenteken [kenteken 1] (hierna: de oldtimer 1). De datum van eerste toelating is 30 juni 1986.

Voorts is belanghebbende sinds 18 april 2016 houder van een motorrijtuig van het merk Mercedes Benz, met het kenteken [kenteken 2] (hierna: de oldtimer 2). De datum van eerste toelating is 16 oktober 1979.

2.2.

Oldtimer 1 is geschorst geweest van 27 december 2017 tot 25 mei 2018 en oldtimer 2 van 27 december 2017 tot 13 april 2018. Oldtimer is na 9 oktober 2018 wederom geschorst. Die schorsing duurt – gelet op de verklaring van belanghebbende ter zitting – nog steeds voort.

2.3.

Met dagtekening 20 november 2017 is voor beide oldtimers een rekening MRB voor de overgangsregeling 2018 gestuurd, aangezien belanghebbende ook in 2017 aan deze regeling meedeed. Beide rekeningen zijn niet betaald.

2.4.

Wegens het beëindigen van de schorsing zijn voor beide oldtimers nogmaals rekeningen met het overgangstarief verstuurd, voor oldtimer 1 met dagtekening 8 juni 2018 en voor oldtimer 2 met dagtekening 30 april 2018. Ook deze rekeningen zijn niet betaald.

2.5.

Daarop heeft de inspecteur voor beide oldtimers diverse rekeningen tegen het normale tarief aan belanghebbende gestuurd. Het betreft de volgende rekeningen:

Oldtimer 1

a. rekeningnummer [rekeningnummer 1] dagtekening 31 juli 2018, tijdvak 25 mei 2018 tot en met 18 juni, MRB € 65;

b. rekeningnummer [rekeningnummer 2] , dagtekening 31 juli 2018, tijdvak 19 juni 2018 tot en met 18 september 2018, MRB € 234;

c. rekeningnummer [rekeningnummer 3] , dagtekening 17 september 2018, tijdvak 19 september 2018 tot en met 18 december 2018, MRB € 234;

Oldtimer 2

d. rekeningnummer [rekeningnummer 4] , dagtekening 19 juni 2018, tijdvak 13 april 2018 tot en met 15 april 2018, MRB € 8;

e. rekeningnummer [rekeningnummer 5] , dagtekening 19 juni 2018, tijdvak 16 april 2018 tot en met 15 juli 2018, MRB € 256.

2.6.1.

Op 3 juli 2018 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de rekeningen genoemd onder d en e. De inspecteur heeft met dagtekening 20 augustus 2018 uitspraak gedaan en de bezwaren nietontvankelijk verklaard. Op 15 augustus 2018 heeft belanghebbende beroep ingesteld bij de rechtbank (kenmerken 18/5446 en 5448).

2.6.2.

Op 28 augustus 2018 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de rekeningen genoemd onder a en b. De inspecteur heeft met dagtekening 24 september 2018 uitspraak gedaan en de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard. Op 1 november 2018 heeft belanghebbende beroep ingesteld bij de rechtbank (kenmerk 18/7274).

2.6.3.

Op 1 oktober 2018 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de rekening genoemd onder c. De inspecteur heeft met dagtekening 6 november 2018 uitspraak gedaan en het bezwaar nietontvankelijk verklaard. Op 2 november 2018 heeft belanghebbende beroep ingesteld bij de rechtbank (kenmerk 18/7327).

2.7.

Omdat ook de rekeningen tegen het normale tarief niet werden betaald, heeft de inspecteur aan belanghebbende naheffingsaanslagen met boetes opgelegd.

Het betreft de volgende naheffingsaanslagen en boetes:

Oldtimer 1

f. aanslagnummer [aanslagnummer] Y.8.4, dagtekening 17 oktober 2018, tijdvak 19 maart 2018 tot en met 18 juni 2018, MRB € 65, boete € 52;

g. aanslagnummer [aanslagnummer] Y.8.5, dagtekening 17 oktober 2018, tijdvak 19 juni 2018 tot en met 18 september 2018, MRB € 234, boete € 52;

Oldtimer 2

h. aanslagnummer [aanslagnummer] Y.8, dagtekening 5 september 2018, tijdvak 16 januari 2018 tot en met 15 april 2018, MRB € 8, boete € 52;

i. aanslagnummer [aanslagnummer] Y.8.2, dagtekening 5 september 2018, tijdvak 16 april 2018 tot en met 15 juli 2018, MRB € 256, boete € 52;

j. aanslagnummer [aanslagnummer] Y.8.3, dagtekening 1 oktober 2018, tijdvak 16 juli 2018 tot en met 15 oktober 2018, MRB € 256, boete € 52.

2.8.1.

Op 1 oktober 2018 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslagen en boetes genoemd onder h, i en j. De inspecteur heeft met dagtekening 6 november 2018 uitspraak gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard. Op 2 november 2018 heeft belanghebbende beroep ingesteld bij de rechtbank (kenmerken 18/7328 tot en met 18/7330).

2.8.2.

Op 17 oktober 2018 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslagen en boetes genoemd onder f en g. De inspecteur heeft met dagtekening 31 december 2018 het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Met dagtekening 8 februari 2019 heeft de inspecteur nogmaals uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard. Op 21 februari 2019 heeft belanghebbende beroep ingesteld bij de rechtbank (kenmerken 19/920 en 19/921).

2.9.

De rechtbank heeft bij uitspraak van 30 maart 2020 het beroep in de zaken 19/920 en 19/921 gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar van 31 december 2018 en 8 februari 2019 vernietigd, de naheffingsaanslagen en boetes genoemd onder f en g gehandhaafd, bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar, gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 47 aan deze vergoedt en het beroep in de overige zaken ongegrond verklaard.

3 Geschil en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de naheffingsaanslagen en boetes terecht zijn opgelegd.

Het hoger beroep met betrekking tot de rekeningen a tot en met e (rechtbanknummers 18/5446, 18/5448, 18/7274 en 18/7327; hofnummers 20/00269 tot en met 20/00272) heeft belanghebbende ter zitting ingetrokken.

3.2.

Belanghebbende concludeert, naar het hof begrijpt, tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, van de uitspraken op bezwaar, en van de naheffingsaanslagen en boetes. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

4 Gronden

5 Beslissing