Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22-02-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:701, 21/00943 tot en met 21/00946

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22-02-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:701, 21/00943 tot en met 21/00946

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22 februari 2023
Datum publicatie
8 juni 2023
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2023:701
Formele relaties
Zaaknummer
21/00943 tot en met 21/00946
Relevante informatie
Art. 13bis Wet LB

Inhoudsindicatie

In geschil is of belanghebbende voor de jaren 2015, 2016 en 2017 heeft doen blijken dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden is gebruikt. Vaststaat dat de auto ook privé is gebruikt en dat gedurende de jaren 2015, 2016 en 2017 belanghebbende geen kilometeradministratie heeft bijgehouden. Een administratie moet regelmatig worden bijgehouden om een goede vastlegging van de werkelijkheid te garanderen (ECLI:NL:HR:2021:822). Een achteraf na afloop van enig jaar opgestelde kilometeradministratie brengt het risico met zich dat de werkelijkheid niet goed wordt weergegeven. Aan een achteraf gereconstrueerde kilometeradministratie komt derhalve minder bewijskracht toe dan aan een dagelijks bijgehouden kilometeradministratie en met een achteraf gereconstrueerde kilometeradministratie zal niet snel kunnen worden voldaan aan de bewijsmaatstaf van doen blijken.

Uitspraak

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummers: 21/00943 tot en met 21/00946

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 3 juni 2021, nummers BRE 20/6352 tot en met 20/6355, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst,

hierna: de inspecteur.

De zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2023 in ‘s-Hertogenbosch.

Daar zijn verschenen belanghebbende en [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] , als gemachtigden van belanghebbende. Namens de inspecteur zijn verschenen [inspecteur 1] , [inspecteur 2] en [inspecteur 3] .

Na behandeling van de zaak heeft het hof vandaag, 22 februari 2023, de volgende mondelinge uitspraak gedaan.

Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Gronden

Ten aanzien van het geschil

1. In geschil is of belanghebbende voor de jaren 2015, 2016 en 2017 heeft doen blijken dat de auto met het kenteken [kenteken] op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden is gebruikt.

2. Niet in geschil is dat de auto ook privé is gebruikt en dat gedurende de jaren 2015, 2016 en 2017 belanghebbende geen kilometeradministratie heeft bijgehouden.

3. Tijdens het boekenonderzoek heeft belanghebbende aan de controlerende ambtenaren een kilometeradministratie overgelegd. De controlerende ambtenaren hebben de daaruit voortvloeiende vragen met belanghebbende besproken op 13 augustus 2018. Op 10 september 2018 heeft belanghebbende een aangepaste kilometeradministratie overgelegd. In hoger beroep heeft belanghebbende administraties 2015 tot en met 2017, aansluitingen rittenadministratie met agenda's en financiële administratie 2015 tot en met 2017, bankafschriften 2015, overige facturen 2015 en 3 losse bonnen overgelegd. In hoger beroep heeft belanghebbende bij voor de zitting ingestuurd stuk gereageerd op het verweerschrift van de inspecteur.

4. De inspecteur heeft onder 3.4 in het controlerapport beschreven welke inconsistenties hij heeft geconstateerd tussen de eerste overgelegde kilometeradministratie en de op 10 september 2018 overgelegde kilometeradministratie. In het verweerschrift in eerste aanleg heeft de inspecteur weergegeven welke gebreken hij waarneemt in de kilometeradministratie als hij deze vergelijkt met de agenda. In het verweerschrift in hoger beroep heeft de inspecteur weergegeven welke gebreken en tegenstrijdigheden hij constateert, ook nadat hij heeft kennis genomen van de door belanghebbende in hoger beroep overgelegde bescheiden. Tijdens het onderzoek ter zitting heeft de inspecteur erop gewezen dat belanghebbende in haar nader stuk wederom aanpassingen aanbrengt op de eerder overgelegde stukken, waaronder het alsnog aanmerken van ritten als privé in plaats van zakelijk en dat belanghebbende erkent dat er fouten zijn gemaakt.

5. Het hof stelt voorop dat op belanghebbende de bewijslast rust te doen blijken, dat wil zeggen: overtuigend aan te tonen, dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden is gebruikt. Dit is een verzwaarde bewijslast. Het bewijs moet objectief verifieerbaar zijn, zodanig dat ieder tot de conclusie komt dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden is gebruikt.

6. Voorts stelt het hof voorop, dat een administratie regelmatig moet worden bijgehouden om een goede vastlegging van de werkelijkheid te garanderen en dat een achteraf na afloop van enig jaar opgestelde kilometeradministratie het risico met zich brengt dat de werkelijkheid niet goed wordt weergegeven.1 Aan een achteraf gereconstrueerde kilometeradministratie komt derhalve minder bewijskracht toe dan aan een dagelijks bijgehouden kilometeradministratie en met een achteraf gereconstrueerde kilometeradministratie zal niet snel kunnen worden voldaan aan de bewijsmaatstaf van doen blijken.

7. Gelet op de door inspecteur benoemde gebreken, tegenstrijdigheden en hiaten in de door belanghebbende overgelegde kilometeradministraties en andere bescheiden is het hof van oordeel dat belanghebbende voor de in geschil zijnde jaren niet heeft doen blijken dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden is gebruikt.

8. Het gelijk is aan de zijde van de inspecteur.

Ten aanzien van het griffierecht

Het hof ziet geen aanleiding om het griffierecht te laten vergoeden.

Ten aanzien van de proceskosten

Het hof is van oordeel dat er geen redenen zijn voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 Awb.

Slot

Gelet op al het vorenoverwogene moet worden beslist als bovenvermeld.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.

De uitspraak is gedaan door P. Fortuin, voorzitter, C.W.M.M. Verkoijen en W.A. Sijberden, in tegenwoordigheid van M.M. Stassen-Kanters, als griffier en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2023.

De griffier, De voorzitter,

M.M. Stassen-Kanters P. Fortuin

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 22 februari 2023

Het aanwenden van een rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

  1. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

  2. (Alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

  3. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

  1. de naam en het adres van de indiener;

  2. de dagtekening;

  3. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

  4. e gronden van het beroep in cassatie.

Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt de indiener de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten.