Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15-03-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:992, BKDH-22/00053 t/m BKDH-22/00058

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15-03-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:992, BKDH-22/00053 t/m BKDH-22/00058

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15 maart 2023
Datum publicatie
17 april 2023
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2023:992
Formele relaties
Zaaknummer
BKDH-22/00053 t/m BKDH-22/00058
Relevante informatie
Art. 8:42 Awb, Art. 27e lid 2 AWR, Art. 52 AWR, Art. 52a AWR

Inhoudsindicatie

Art. 52 en art. 52a AWR. Informatiebeschikkingen 2014 t/m 2018 wegens niet voldoen aan administratieplicht. Geen vertrouwen gewekt bij boekenonderzoek over 2003 tot en met 2005. Geen strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Navorderingsaanslag Vpb 2015 opgelegd als gevolg van het herzien van de verliesverrekening van 2014 met 2015. De navorderingsaanslag leidt tot vervallenverklaring van de informatiebeschikking voor zover betrekking hebbend op de Vpb 2015. Incidenteel hoger beroep van Inspecteur afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-Hertogenbosch

Zittingsplaats Den Haag

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummers BKDH-22/00053 tot en met BKDH-22/0058

in het geding tussen:

(gemachtigde: S.H.Y.L. van Wissen)

en

(vertegenwoordiger: […] )

inzake het hoger beroep van belanghebbende en het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (de Rechtbank) van 20 december 2021, nummers BRE 19/6354, 20/7773 tot en met 20/7776 en 20/9847.

Procesverloop

BKDH-22/00053 (BRE 19/6354)

1.1.1.

De Inspecteur heeft met dagtekening 19 november 2018 aan belanghebbende een informatiebeschikking als bedoeld in artikel 52a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) gegeven voor het opleggen van een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting (Vpb) en een naheffingsaanslag omzetbelasting (OB) voor het jaar 2016 (informatiebeschikking 1).

BKDH-22/00054 tot en met BKDH-22/00057 (BRE-20/7773 tot en met BRE-20/7776)

1.1.2.

De Inspecteur heeft met dagtekening 13 februari 2020 aan belanghebbende voor de jaren 2014, 2015, 2017 en 2018 een informatiebeschikking als bedoeld in artikel 52a AWR gegeven voor respectievelijk het opleggen van belastingaanslagen Vpb voor de jaren 2014, 2015 en 2017 en OB voor de tijdvakken 1 januari 2014 t/m 31 december 2015 en 1 januari 2017 tot en met 1 januari 2018 (informatiebeschikking 2).

BKDH-22/00058 (BRE-20/9847)

1.1.3.

De Inspecteur heeft met dagtekening 29 juni 2020 aan belanghebbende een informatiebeschikking als bedoeld in artikel 52a AWR gegeven voor de OB voor het tijdvak 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018 (informatiebeschikking 3).

BKDH-22/00053 tot en met BKDH-22/00058

1.2.

De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar de informatiebeschikkingen gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep bij de Rechtbank ingesteld. Ter zake daarvan is driemaal een griffierecht van € 354 geheven. De Rechtbank heeft beslist:

“De rechtbank:

- verklaart het beroep tegen informatiebeschikking 2 gegrond;

- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar tegen informatiebeschikking 2;

- vernietigt informatiebeschikking 2 voor zover die op de Vpb over het jaar 2015 ziet en handhaaft de beschikking voor het overige;

- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 2.026;

- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 354 aan haar vergoedt.”

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. In verband daarmee is éénmaal een griffierecht van € 548 geheven. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend en tevens incidenteel hoger beroep ingesteld. Belanghebbende heeft het incidenteel hoger beroep beantwoord. Het Hof heeft op 13 januari 2023 van belanghebbende nadere stukken ontvangen.

1.5.

In de Tijdelijke aanwijzing gerechtshof Den Haag voor hoger beroepszaken rijksbelastingen van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (Stcrt. 2021, 9365) is het gerechtshof Den Haag aangewezen als gerechtshof waarvan de zittingsplaats tijdelijk mede wordt aangemerkt als zittingsplaats van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Op grond van voornoemde regeling heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden in Den Haag op 1 februari 2023. Partijen zijn verschenen. Belanghebbende heeft ter zitting een pleitnota overgelegd. Van het ter zitting verhandelde is proces-verbaal opgemaakt.

1.6.

De zaken zijn bij het Hof gezamenlijk behandeld. Hetgeen in de ene zaak is aangevoerd wordt geacht te zijn aangevoerd in de andere zaken, tenzij hetgeen is aangevoerd uitsluitend op die ene zaak betrekking heeft.

Feiten

2.1.

Belanghebbende is opgericht op [datum 1] 2007 en drijft een eetcafé gelegen aan de [adres] te [vestigingsplaats] .

2.2.

Enig aandeelhouder en bestuurder van belanghebbende is [Holding 1 B.V.] . Enig aandeelhouder en bestuurder van deze holding is [A] .

2.3.

Vóór de oprichting van belanghebbende bestond een andere structuur waarbij de enig aandeelhouder en bestuurder van [B.V. 1] (opgericht op [datum 2] 2005), [B.V. 2] is (opgericht op [datum 3] 1996). De aandeelhouders en bestuurders van [B.V. 2] zijn [Holding 1 B.V.] en [Holding 2 B.V.] , ieder voor 50%. De enig aandeelhouder en bestuurder van [Holding 2 B.V.] is [B] . Deze structuur bestond ook gedurende het hele jaar 2016. Voor de vennootschapsbelasting vormen [B.V. 2] en [B.V. 1] een fiscale eenheid.

2.4.

Bij overeenkomst van 15 mei 2006 heeft [B.V. 2] per 1 januari 2006 haar café-exploitatie verkocht aan [B.V. 1] voor een koopsom van € 6.144.

2.5.

In de periode 2003 tot en met 2005 heeft bij [B.V. 2] een boekenonderzoek plaatsgevonden over de jaren 2000, 2001, 2002 en 2003. Dit boekenonderzoek is aangekondigd bij brief van 7 oktober 2003. In die brief is het volgende vermeld:

“Ik ben voornemens om op 5, 6 en 7 november een boekenonderzoek in te stellen over de jaren 2000, 2001 en 2002 bij uw onderneming.

Aanvang van het boekenonderzoek is om 9.30 uur.

Het controle-adres zal zijn: het adres van de accountant. Er zal wel een bezichting van de zaak plaatsvinden. Het is derhalve zinvol dat u (en/of uw broer ) aanwezig bent bij de zichtiging van de zaak. Er zullen dan ook enkele vragen inzake de primaire vastleggingen etc worden gevraagd.

Het doel van het onderzoek is de aanvaardbaarheid vast te stellen van de aangiften Vennootschapsbelasting Inkomstenbelasting, loonbelasting en omzetbelasting 2000, 2001, 2002 en 2003. ( voor zover ingediend )

Om het onderzoek te bespoedigen is het nodig dat ik over de volledige administratie kan beschikken. Ik verzoek U dan ook ervoor zorg te dragen dat de hele administratie (inclusief specificatie’s en dossiergegevens van de adviseur) over de jaren 1999, 2000, 2001, 2002 en 2003 op het controleadres aanwezig is.

Dit geldt ook voor prive-bankrekening afschriften, bewijzen van ontvangen gelden in prive etc. Ook alle kladaantekeningen dienen aanwezig te zijn.”

2.6.

De Inspecteur heeft bij brief van 6 april 2005 aan de toenmalige gemachtigde van belanghebbende ter afsluiting van dit boekenonderzoek het volgende vermeld:

“ Allereerst willen wij onze excuses aanbieden voor de late afhandeling van de ingestelde boekenonderzoeken bij de in margine genoemde vennootschappen.

Nadere bestudering van de U opgemaakte berekeningen geven aanleiding om de in eerste instantie voorgestelde correcties in de omzetsfeer niet door te voeren.

Dit betekent dat de aangiften vennootschappen gevolgd c.q. afgedaan kunnen en zullen worden.

Met betrekking tot de voorziening omzetbelasting in verband met de entreegelden;

Alle opgelegde aanslagen omzetbelasting die betrekking hebben op de entreegelden zijn reeds of zullen door ons verminderd worden tot nihil.

Dat betekent dus dat de getroffen voorziening omzetbelasting op de balans per ultimo 2003 dient vrij te vallen.”

Aangiften OB 2014 tot en met 2018 en Vpb 2014 tot en met 2017

OB 2014

2.7.

De Inspecteur heeft de volgende aangiften OB ontvangen over het jaar 2014:

Kwartaal

Datum ontvangst aangifte

Totaal bedrag verschuldigde OB

Aangegeven omzet

Eerste kwartaal

28-04-2014

€ 7.700

€ 197.314

Tweede kwartaal

25-07-2014

€ 2.983

€ 185.252

Derde kwartaal

30-10-2014

€ 5.699

€ 224.245

Vierde kwartaal

28-01-2015

€ 1.522

€ 172.883

Suppletie 2014

10-08-2016

-/- € 1.969

€ 857.363

2.8.

Naar aanleiding van de ingediende suppletie over 2014 heeft de Inspecteur met dagtekening 26 augustus 2016 een teruggavebeschikking over het jaar 2014 opgelegd conform de ingediende suppletie.

Vpb 2014

2.9.

Op 22 december 2015 heeft belanghebbende de aangifte Vpb 2014 ingediend. De belastbare winst en het belastbaar bedrag bedragen -/- € 33.030. Met dagtekening 16 januari 2016 is de definitieve aanslag Vpb 2014 conform de aangifte vastgesteld. Het verlies is voor een bedrag van € 21.788 verrekend met de belastbare winst van 2013 en voor een bedrag van € 11.242 met de belastbare winst van 2015.

OB 2015

2.10.

De Inspecteur heeft de volgende aangiften OB ontvangen over het jaar 2015:

Kwartaal

Datum ontvangst aangifte

Totaal bedrag verschuldigde OB

Aangegeven omzet

Eerste kwartaal

24-04-2015

€ 2.593

€ 201.774

Tweede kwartaal

29-07-2015

€ 14.080

€ 260.924

Derde kwartaal

29-10-2015

€ 794

€ 289.654

Vierde kwartaal

26-01-2016

€ 3.296

€ 248.045

Suppletie 2015

03-11-2016

-/- € 6.834

€ 857.363

2.11.

Naar aanleiding van de ingediende suppletie over 2015 heeft de Inspecteur met dagtekening 18 november 2016 een teruggavebeschikking over het jaar 2015 opgelegd conform de ingediende suppletie.

Vpb 2015

2.12.

Op 29 september 2016 heeft belanghebbende de aangifte Vpb 2015 ingediend. De belastbare winst bedraagt € 63.247 en het belastbare bedrag € 52.005. Met dagtekening 29 oktober 2016 is de definitieve aanslag Vpb 2015 conform de aangifte vastgesteld.

OB 2016

2.13.

De Inspecteur heeft de volgende aangiften OB ontvangen over het jaar 2016:

Kwartaal

Datum ontvangst aangifte

Totaal bedrag verschuldigde OB

Aangegeven omzet

Eerste kwartaal

22-04-2016

€ 7.634

€ 289.243

Tweede kwartaal

26-07-2016

€ 5.598

€ 314.033

Derde kwartaal

25-10-2016

-/- € 7.452

€ 316.979

Vierde kwartaal

25-01-2017

€ 5.376

€ 270.283

Suppletie 2016

22-12-2017

€ 34

€ 3.529

2.14.

Naar aanleiding van de ingediende suppletie over 2016 heeft de Inspecteur met dagtekening 25 januari 2018 een naheffingsaanslag OB over het jaar 2016 opgelegd conform de ingediende suppletie.

Vpb 2016

2.15.

Op 22 december 2017 heeft belanghebbende de aangifte Vpb 2016 ingediend. De belastbare winst bedraagt € 93.735. Met dagtekening 27 januari 2018 is de definitieve aanslag Vpb 2016 conform de aangifte vastgesteld.

OB 2017

2.16.

De Inspecteur heeft de volgende aangiften OB ontvangen over het jaar 2017:

Kwartaal

Datum ontvangst aangifte

Totaal bedrag verschuldigde OB

Aangegeven omzet

Eerste kwartaal

24-04-2017

€ 8.339

€ 279.669

Tweede kwartaal

13-07-2017

-/- € 1.664

€ 301.200

Derde kwartaal

17-I0-2017

-/- € 241

€ 314.673

Vierde kwartaal

24-01-2018

€ 6.774

€ 263.169

2.17.

Op 14 oktober 2019 heeft belanghebbende een suppletie OB 2017 ingediend met het verzoek om een teruggave van € 1.284. Deze suppletie is nog in behandeling bij de Inspecteur.

Vpb 2017

2.18.

Op 26 maart 2019 heeft belanghebbende de aangifte Vpb 2017 ingediend. De belastbare winst en het belastbare bedrag bedragen € 17.206. Met dagtekening 13 april 2019 is de voorlopige aanslag Vpb 2017 conform de aangifte vastgesteld.

OB 2018

2.19.

De Inspecteur heeft de volgende aangiften OB ontvangen over het jaar 2018:

Kwartaal

Datum ontvangst aangifte

Totaal bedrag verschuldigde OB

Aangegeven omzet

Eerste kwartaal

24-04-2018

€ 10.507

€ 341.896

Tweede kwartaal

30-07-2018

€ 9.181

€ 368.371

Derde kwartaal

29-10-2018

€ 9.803

€ 324.634

Vierde kwartaal

28-01-2019

€ 3.958

€ 247.873

2.20.

Op 3 december 2019 heeft belanghebbende een suppletie OB 2018 ingediend met het verzoek om een bedrag van € 6.482 na te heffen. Deze suppletie is nog in behandeling bij de Inspecteur.

Boekenonderzoek

2.21.

Bij brief van 29 augustus 2018 heeft de Inspecteur belanghebbende een verzoek om informatie gestuurd vooruitlopend op een in te stellen boekenonderzoek. Daarin is het volgende vermeld:

“De Belastingdienst gaat binnenkort een boekenonderzoek bij u instellen. Het doel van het onderzoek is de aanvaardbaarheid vast te stellen van de aangiften:

- vennootschapsbelasting van het jaar 2016;

- omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016;

- loonheffingen over het tijdvak 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016.

Ter voorbereiding op het onderzoek heb ik onderstaande gegevens van u nodig:

- Auditfiles Financieel (de jaren 2014 tot en met 2016), inclusief jaarafsluiting en voorafgaande journaalposten

- Auditfiles Salaris (de jaren 2014 tot en met 2016)

- Uitgebreide jaarstukken in digitale vorm (het jaar 2016)

- Ingevulde vragenlijst automatisering (bijgevoegd bij deze brief)

- Ingevulde vragenlijst Ter beschikking gestelde auto's (bijgevoegd bij deze brief)

(…).”

2.22.

Bij brief van 18 september 2018 is het boekenonderzoek aangekondigd voor de Vpb, de OB en de loonheffingen over het jaar 2016 respectievelijk het tijdvak 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016.

2.23.

Met dagtekening 19 november 2018 is door de Inspecteur informatiebeschikking 1 gegeven. Hierbij is het volgende vermeld:

“Op 1 oktober 2018 zijn wij bij u een boekenonderzoek gestart. Het doel van het onderzoek is de aanvaardbaarheid vast te stellen van de aangiften:

- vennootschapsbelasting van het jaar 2016;

- omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016; en

- loonheffingen over het tijdvak 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016.

Ik heb de administratie over het jaar 2016 beoordeeld. Het blijkt dat een aantal cruciale zaken niet wordt geadministreerd of bewaard. Wij zijn van mening dat de administratie niet voldoet aan de eisen van artikel 52 Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR).

Informatiebeschikking

Nu niet is voldaan aan de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 52 AWR, ontvangt u hierbij deze informatiebeschikking op grond van artikel 52a AWR. Met deze beschikking stel ik de administratieve gebreken formeel vast.

Oordeel over kwaliteit van de administratie

Contactmomenten

Gelegenheid om gebreken te herstellen

Bezwaarmogelijkheid

Gevolgen informatiebeschikking

Oordeel over kwaliteit van de administratie

Gestelde vragen

Informatiebeschikking

Gelegenheid om gebreken te herstellen

Oordeel van de Rechtbank

Tussenconclusie

Omschrijving geschil in hoger beroep en conclusies van partijen

Beoordeling van het hoger beroep

Proceskosten

Beslissing