Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-07-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2316, 23/834

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-07-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2316, 23/834

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17 juli 2024
Datum publicatie
3 oktober 2024
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2024:2316
Formele relaties
Zaaknummer
23/834

Inhoudsindicatie

BPM. Het hof vermindert de naheffingsaanslag, omdat belanghebbende terug kan vallen op de koerslijst die hij bij zijn aangifte heeft gevoegd. Het hof is van oordeel dat er geen sprake is van meer dan normale gebruiksschade, buiten de schade die de inspecteur al in aanmerking heeft genomen. Het beroep van belanghebbende op het toepassen van de herleidingsmethode wordt verworpen. Het hof kent daarnaast een vergoeding van immateriële schade toe van € 500.

Uitspraak

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummer: 23/834

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] ,

wonend in [woonplaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 17 april 2023, nummer BRE 22/1551, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst,

hierna: de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft een naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen (hierna: BPM) opgelegd. Tevens is bij beschikking belastingrente in rekening gebracht.

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar gegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

De inspecteur heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar belanghebbende.

1.6.

De zitting heeft plaatsgevonden op 20 juni 2024 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen [gemachtigde] , als gemachtigde van belanghebbende, en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] , [inspecteur 2] , [inspecteur 3] , [inspecteur 4] en [inspecteur 5] .

1.7.

Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende heeft op 14 mei 2019 aangifte gedaan ter zake van de registratie van een [automerk 1] met VIN nummer [VIN-nummer] naar een te betalen bedrag aan BPM van € 1.078. De aangifte vermeldt een CO2 uitstoot van 140 gr/km.

2.2.

Bij de aangifte is een expertiseverslag gevoegd van [bedrijf] van 10 mei 2019. Daarin is een handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat opgenomen van € 16.100. Deze waarde is bepaald aan de hand van een koerslijst van X-ray. In het verslag is vermeld dat de handelsinkoopwaarde (mede) is vastgesteld aan de hand van referentievoertuigen onder aftrek van een zogenoemde gangbare marge bij importvoertuigen. Voorts heeft de taxateur een bedrag van € 12.000 wegens schade op de handelsinkoopwaarde in mindering gebracht. De handelsinkoopwaarde in beschadigde staat is vastgesteld op € 4.100.

2.3.

De inspecteur heeft een hertaxatie laten verrichten door [taxateur] werkzaam bij Domeinen Roerende Zaken (DRZ). De bevindingen zijn opgenomen in een taxatierapport. De handelsinkoopwaarde is aan de hand van een koerslijst van Eurotaxglass’s vastgesteld op € 19.019. De hertaxateur heeft een waardevermindering wegens schade in aanmerking genomen van € 721, dit leidt tot een handelsinkoopwaarde in beschadigde staat van € 18.298.

2.4.

De naheffingsaanslag is opgelegd naar een bedrag van € 3.435. Tevens is bij beschikking € 23 belastingrente in rekening gebracht. De inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar de naheffingsaanslag verminderd tot € 3.014 en de rentebeschikking evenredig verminderd.

3 Geschil en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:

  1. Heeft de inspecteur voldoende rekening gehouden met waardevermindering wegens schade?

  2. Mag belanghebbende terugvallen op de koerslijst die hij bij de aangifte hanteerde?

  3. Kan de verschuldigde BPM worden herleid uit de herrekende BPM van eerder ingevoerde referentieauto’s?

  4. Heeft belanghebbende recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn?

3.2.

Ter zitting heeft belanghebbende verklaard dat de berekening van de inspecteur uitgaande van de gehanteerde koerslijst van Eurotaxglass’s juist is en dat de historische nieuwprijs niet meer in geschil is.

3.3.

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en van de naheffingsaanslag dan wel mindering van de naheffingsaanslag en toekenning van schadevergoeding. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

4 Gronden

5 Beslissing