Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-07-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2317, 23/835
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-07-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2317, 23/835
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 17 juli 2024
- Datum publicatie
- 3 oktober 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2024:2317
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2023:2557, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 23/835
Inhoudsindicatie
Bpm. Belanghebbende heeft, gelet op de door belanghebbende betaalde aankoopprijs, niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een hogere waardevermindering in verband met schade dan waar de inspecteur rekening mee heeft gehouden. Het beroep van belanghebbende op de herleidingsmethode wordt verworpen.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 23/835
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 17 april 2023, nummer BRE 22/1550, in het geding tussen belanghebbende en
de inspecteur van de Belastingdienst,
hierna: de inspecteur.
1 Ontstaan en loop van het geding
De inspecteur heeft een naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen (hierna: bpm) opgelegd. Tevens is bij beschikking belastingrente in rekening gebracht.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 20 juni 2024 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen [gemachtigde] , als gemachtigde van belanghebbende, en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] , [inspecteur 2] , [inspecteur 3] , [inspecteur 4] en [inspecteur 5] .
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
2 Feiten
Belanghebbende heeft op 27 juni 2019 aangifte gedaan ter zake van de registratie van een [automerk] (camper) met VIN nummer [VIN-nummer] (hierna: de auto) naar een te betalen bedrag aan bpm van € 1.947.
Bij de aangifte is een taxatierapport gevoegd van [A BV] van 20 juni 2019. Daarin is een handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat opgenomen van € 23.250. De handelsinkoopwaarde is vastgesteld aan de hand van een marktonderzoek naar vraagprijzen van referentievoertuigen. In het rapport staat vermeld dat in verband met de te hanteren handelsinkoopwaarde ongeveer 25% van de vraagprijs is afgetrokken. Voorts heeft de taxateur de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat vastgesteld op € 10.000.
De inspecteur heeft geen hertaxatie laten verrichten maar de schade aan de auto zelf beoordeeld. De inspecteur heeft een bedrag van € 3.691 wegens schade op de handelsinkoopwaarde uit de koerslijst AutotelexPro in mindering gebracht en de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat vastgesteld op € 27.422. Omdat toepassing van de forfaitaire tabel het meest gunstig was, is het bedrag aan verschuldigde bpm op basis daarvan bepaald op € 6.306.
Met dagtekening 26 februari 2021 is aan belanghebbende een naheffingsaanslag opgelegd van € 4.359 waarbij een bedrag van € 29 aan belastingrente in rekening is gebracht.
Het door belanghebbende tegen de naheffingsaanslag gemaakte bezwaar is ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarnaast de inspecteur veroordeeld tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 500, tot het betalen van € 837 aan proceskosten en tot het vergoeden van het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 184.
3 Geschil en conclusies van partijen
Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:
Is de naheffingsaanslag terecht en naar het juiste bedrag opgelegd?
Daarbij spelen in het bijzonder de volgende vragen:
-
Dient de handelsinkoopwaarde van de auto verminderd te worden in verband met aanwezige schade aan de auto?
-
Mag de verschuldigde bpm voor de auto worden bepaald aan de hand van de herrekende bruto bpm van eerder ingevoerde gelijksoortige auto’s (de zogenaamde herleidingsmethode)?
Belanghebbende concludeert primair tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en vernietiging van de naheffingsaanslag. Belanghebbende concludeert subsidiair tot vermindering van de naheffingsaanslag tot een bedrag van € 1.808. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.