Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22-10-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2910, 23/1660 tot en met 23/1663
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22-10-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2910, 23/1660 tot en met 23/1663
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 22 oktober 2025
- Datum publicatie
- 25 november 2025
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2023:7082, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 23/1660 tot en met 23/1663
- Relevante informatie
- Art. 20 WBRV, Art. 21 WBRV, Art. 24 WBRV
Inhoudsindicatie
Art. 20 en art. 21, lid 1, WBR in samenhang met artikel 13, lid 13, onderdeel d, ten tweede, van de Solvency II-Richtlijn; Nederland heffingsbevoegd ten aanzien van aan belanghebbende (een Luxemburgse vennootschap) betaalde premies voor verzekering van satellieten. Alle relevante activiteiten die met de (commerciële) exploitatie van de satellieten door de verzekeringnemer (een Nederlandse BV) samenhangen, vinden in Nederland plaats. De plaats van het verzekerde risico is derhalve in Nederland gelegen. Artikel 24, lid 1, letter f, WBR; transportvrijstelling niet van toepassing op de premies die betrekking hebben op de verzekering van de satellieten in de fases na ontkoppeling van raket. Verzuimboete terecht opgelegd, geen pleitbaar standpunt. Er is geen reden prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ EU. Hoger beroep ongegrond.
Uitspraak
Team Belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummers: 23/1660 tot en met 23/1663
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] S.A. met gekozen domicilie in [plaats 1] (Luxemburg),
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 12 oktober 2023, nummers BRE 21/5579, 21/5581, 21/5582 en 21/5583, in het geding tussen belanghebbende en
de inspecteur van de Belastingdienst,
hierna: de inspecteur.
1 Ontstaan en loop van het geding
Aan belanghebbende is voor de jaren 2015 tot en met 2018 een naheffingsaanslag assurantiebelasting opgelegd van € 932.719 (2015), € 802.705 (2016), € 403.620 (2017) en € 3.830.741 (2018) (de naheffingsaanslagen). Bij gelijktijdig gegeven beschikkingen is bij elke naheffingsaanslag een verzuimboete van € 1.250 opgelegd (de verzuimboeten).
De inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar de naheffingsaanslagen en de verzuimboeten gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen de uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank. De beslissing van de rechtbank luidt:
“De rechtbank:
- -
-
verklaart de beroepen ongegrond;
- -
-
vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover deze de verzuimboeten betreffen;
- -
-
vermindert de verzuimboeten tot € 1.125 per verzuimboete.”
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft vóór de zitting een nader stuk ingediend. Dit stuk is doorgestuurd naar de inspecteur. De inspecteur heeft voorafgaand aan de zitting een pleitnota ingediend. Deze pleitnota is doorgestuurd naar belanghebbende.
De zitting heeft plaatsgevonden op 30 juli 2025 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen namens belanghebbende, [naam] (werkzaam bij belanghebbende) en haar gemachtigden [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] (verbonden aan [kantoor] ), en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] , [inspecteur 2] , [inspecteur 3] , [inspecteur 4] , [inspecteur 5] en [inspecteur 6] .
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
2 Feiten
Belanghebbende maakt samen met [bedrijf 1] B.V. (hierna: [bedrijf 1] ), statutair gevestigd te Nederland, deel uit van de [groep] . [bedrijf 1] is eigenaar van een vloot satellieten die zich bevindt in “Geostationary Earth Orbit” (hierna: GEO-satellieten). De GEO-satellieten worden door [bedrijf 1] commercieel geëxploiteerd voor onder andere datacommunicatiedoeleinden. De commerciële exploitatie houdt in dat [bedrijf 1] datacommunicatiecapaciteit tegen vergoeding ter beschikking stelt aan haar klanten, zoals telecomaanbieders en overheidsorganisaties.
Verzekeringen
Vijf satellieten van [bedrijf 1] waren in de onderhavige jaren (of een deel daarvan) verzekerd bij belanghebbende. Voor het verzekeren van de satellieten heeft [bedrijf 1] zowel launch-verzekeringen als in-orbit-verzekeringen afgesloten. [bedrijf 1] is de verzekeringnemer van de polis en betaalt premies aan belanghebbende. De launch-verzekering ziet op de eerste vijf fasen van de lancering en exploitatie van de satellieten (zie 2.11). Vanaf de vijfde en laatste fase bevindt de satelliet zich in de definitieve baan rond de aarde boven de evenaar (in-orbit). De in-orbit-verzekering is de verzekering voor de commerciële exploitatie van de satellieten gedurende de commerciële levensduur vanaf ongeveer acht maanden na aanvang van de vijfde fase.
De satellieten zijn onder de launch-verzekering en de in-orbit-verzekering verzekerd op basis van de (positieve) boekwaarde van de satelliet. De omvang van de verzekeringsuitkering wordt bij zowel de launch-verzekering als bij de in-orbit-verzekering bepaald door de beperktere transpondercapaciteit (commerciële capaciteit), die de satelliet na de schade nog heeft, vast te stellen. De verhouding tussen deze beperktere transpondercapaciteit en de totale transpondercapaciteit indien de satelliet geen schade zou hebben, wordt toegepast op de maximale uitkering. Hierbij wordt onder meer rekening gehouden met het tijdsverloop en de functies die de satelliet eventueel nog wel kan vervullen. De maximale uitkering betreft in essentie de boekwaarde van de satelliet.
Onder de launch-verzekering wordt dekking geboden voor schade die de satelliet kan oplopen gedurende alle fasen van de lancering (zie 2.11). De verzekerde schade wordt uitbetaald als de satelliet volledig is vernield of een volledige uitval van functies heeft plaatsgevonden (Total Loss), of als sprake is van schade waardoor de “Available Capacity” minder is dan deze zou moeten zijn (Constructive Total Loss of Partial Loss). De launch-verzekering dekt alleen de materiële schade aan de satelliet zelf. Andere bedrijfsrisico’s, zoals het verlies van omzet of het niet meer kunnen exploiteren van de satellieten, vallen niet onder de verzekeringsdekking.
In de overeenkomsten die zien op de launch-verzekeringen is bepaald dat de verzekeraar wordt gesubrogeerd in de rechten van de verzekerde om schade te verhalen. Tegen bepaalde partijen kunnen geen verhaalsrechten worden uitgeoefend, zoals de bouwer van de satelliet of de met de verzekerde gelieerde partijen. Hierover vermeldt artikel 7 van de launch-verzekeringsovereenkomst, voor zover van belang, het volgende:
“Notwithstanding the foregoing, the Insurer [belanghebbende, hof] hereby agrees to waive all rights of subrogation against the following: (a) the Launch Vehicle services provider; (b) the
Spacecraft manufacturer; (c) any contractor, subcontractor and supplier, at any tier, of the Named Insured [ [bedrijf 1] , hof], and the governments having jurisdiction over such entities; (d) any subsidiary or affiliate company of the Named Insured; and (e) any officer, director, employee, agent and servant of any of the foregoing, provided that in the case of clause (a) and clause (b) the Named Insured is obligated to obtain waivers of rights of subrogation from the Insurer. Such waiver by the Insurer shall not affect the Named Insured's right to recover under this Policy. The Named Insured agrees not to waive any further rights without the express written consent of the Insurer.”
De in-orbit-verzekering betreft een “All Risks” dekking, hetgeen inhoudt een dekking voor het risico van verlies, beschadiging of uitval van een satelliet. De “All Risks” dekking omvat, net zoals bij de launch-verzekering, Total Loss, Constructive Total Loss of Partial Loss. In de in-orbit-verzekeringen is overeengekomen dat onder andere claims voor aansprakelijkheid van derden en claims voor inkomstenderving of andere gevolgschade, niet onder de dekking vallen.
Net zoals bij de launch-verzekering is in de polisvoorwaarden van de in-orbit-verzekering ook bepaald dat de verzekeraar wordt gesubrogeerd in de rechten van de verzekerde om schade te verhalen. Artikel 7 van de in-orbit-verzekeringsovereenkomst vermeldt, voor zover van belang, het volgende:
“The Insurer [belanghebbende, hof] agrees not to exercise rights of recourse acquired through subrogation against any parent, affiliate, or subsidiary of the Named Insured [ [bedrijf 1] , hof] or any company managed by the Named Insured or any contractor or subcontractor of these entities (including any predecessor or successor of them) or any other party with whom the Named Insured has agreed not to exercise rights of recourse to the same extent that the Named Insured has waived rights of recourse in writing as of inception of the Period.”
Onder de launch-verzekering en in-orbit-verzekering wordt ook schade gedekt als gevolg van een fout bij het controleren, volgen of besturen van de satellieten door personeel van groepsmaatschappijen van [bedrijf 1] , [bedrijf 2] (Luxembourg) S.à.r.l. en [bedrijf 3] (U.S.) Inc. (hierna gezamenlijk: [bedrijf 2 en 3] ). Op grond van artikel 7 van de polisvoorwaarden van de launch-verzekering en de in-orbit-verzekering kan dergelijke schade niet worden verhaald op [bedrijf 2 en 3] . Het voorgaande geldt niet indien sprake is van opzet of grove schuld.
Satellieten
De satellieten bestaan uit een “platform” en een “payload”. Het platform is het gedeelte van de satelliet waarmee de payload wordt vervoerd. Het platform bestaat uit een aantal subsystemen, waaronder “command & data handling”, “electrical power system”, “thermal system”, altitude control system”, (elektrische) propulsie, etc. De payload bestaat uit transponders en “multi-beam” antennes waarmee signalen kunnen worden opgevangen en doorgegeven ten behoeve van de datacommunicatie die [bedrijf 1] commercieel exploiteert.
De bouw van het platform en de payload vinden plaats door derde partijen binnen en buiten Europa. De satellieten worden gelanceerd vanuit de Verenigde Staten, Frans-Guyana of Kazachstan. Zodra de satelliet zich in-orbit (in de geostationaire baan) bevindt, wordt de satelliet gecontroleerd, gevolgd en bestuurd door en vanuit één van de Satellite Operations Centers (hierna: SOC’s) van [bedrijf 2 en 3] in Luxemburg en de Verenigde Staten. Vanuit de SOC’s van [bedrijf 2 en 3] vinden geen andere activiteiten plaats behalve het controleren, volgen en besturen van de satellieten.
De lancering en exploitatie van de satellieten bestaan uit de volgende vijf fasen:
- -
-
Fase 1 heeft betrekking op de eerste 30 minuten waarin de lancering plaatsvindt en waarbij de satelliet zich op de “launch vehicle” (de raket) bevindt.
- -
-
Fase 2 betreft de fase waarin de satelliet van de raket wordt gescheiden en de satelliet zijn zonnepanelen, die de elektromotoren van de satelliet voorzien van energie, uitvouwt. In ongeveer zes maanden tijd bereikt de satelliet een tijdelijke geostationaire baan.
- -
-
Fase 3 betreft de testperiode, waarin de satelliet wordt bestuurd en getest door de bouwer. Gedurende circa twee maanden vinden testen van de payload plaats in de tijdelijke geostationaire baan. Zodra de testfase succesvol is afgerond, draagt de bouwer de besturing van de satelliet over aan [bedrijf 2 en 3] (wat ook in fase 4 kan plaatsvinden).
- -
-
Fase 4 betreft de fase waarin de satelliet zich door middel van de daarop aanwezige elektromotoren verplaatst naar de definitieve circulaire geostationaire baan.
- -
-
Fase 5 betreft de fase waarin de satelliet zich in de definitieve circulaire geostationaire baan bevindt en de eerste commerciële exploitatie van start gaat. Gedurende ongeveer acht maanden wordt deze fase onder de launch-verzekering gedekt. Daarna vindt dekking plaats onder de in-orbit-verzekering.
Na verloop van ongeveer 15 jaar kan de satelliet niet meer worden geëxploiteerd en wordt deze vanuit de geostationaire baan geleid naar de zogenoemde “graveyard orbit”, een baan voor satellieten die niet meer commercieel in gebruik zijn.
In de circulaire geostationaire baan worden, met behulp van de payload, signalen die vanaf de grondstations komen (“uplinks”), via de satelliet naar andere grondstations of ontvangers verzonden (“downlinks”). Voor het ontvangen en verzenden van uplinks en downlinks worden schotelantennes gebruikt. De grondstations waar deze schotelantennes onderdeel van uitmaken, of andere ontvangers van de downlinks, bevinden zich op diverse locaties over de hele wereld, maar niet in Nederland.
De circulaire geostationaire baan is opgedeeld in verschillende zogenoemde GEO-boxen. Iedere satelliet dient binnen de eigen GEO-box te blijven om botsingen met andere satellieten te voorkomen. Door de eerder opgebouwde snelheid (met de raket en in het verlengde daarvan met de eigen elektromotoren) in combinatie met de zwaartekracht blijft de satelliet binnen de circulaire geostationaire baan. Wel worden de satellieten nog gecontroleerd, gevolgd en zo nodig bijgestuurd door en vanuit de SOC’s van [bedrijf 2 en 3] in Luxemburg en de Verenigde Staten, waarbij slechts het personeel van het SOC bevoegd is om de satelliet te besturen vanuit het SOC. Voor het sturen van de satellieten worden ook schotelantennes gebruikt (andere schotelantennes dan die worden gebruikt voor het ontvangen en verzenden van de uplinks en downlinks) van grondstations die zijn gevestigd op diverse locaties over de hele wereld, welke afhankelijk van de locatie van de satelliet ten opzichte van de aarde worden gebruikt voor de besturing van de satelliet. Er bevinden zich geen grondstations in Nederland.
Op [bedrijf 1] rust de wettelijke verplichting om de satellieten ook vanuit Nederland te kunnen controleren, volgen en besturen. Om die reden is in Nederland een zogenoemd “steering wheel” aanwezig. Het “steering wheel” is bedoeld voor het noodgeval de satellieten niet meer vanuit de SOC’s van [bedrijf 2 en 3] kunnen worden bestuurd, zodat kan worden voorkomen dat de satellieten uit hun GEO-box geraken. Om die reden wordt één keer per jaar een test uitgevoerd om te controleren of het “steering wheel” nog werkt, waarna een rapport naar het Agentschap Telecom wordt verzonden. Deze jaarlijkse controle vindt plaats door medewerkers van de SOC’s van [bedrijf 2 en 3] , die hiervoor naar Nederland komen. Het “steering wheel” is tot op heden niet voor daadwerkelijke besturing van de satellieten gebruikt.
Activiteiten van [bedrijf 1] in Nederland
Op het hoofdkantoor van [bedrijf 1] in [plaats 2] zijn ongeveer 100 werknemers werkzaam. Zij verrichten werkzaamheden die betrekking hebben op commerciële activiteiten, financiën, accounting, administratie en juridische zaken. Circa 20 tot 30 werknemers houden zich bezig met de commerciële activiteiten, die voornamelijk bestaan uit het sluiten van contracten met klanten. Daarbij bepalen de medewerkers van [bedrijf 1] met welke partijen een contract wordt aangegaan.
De voornaamste doelgroep van belanghebbende bestaat uit klanten in landen in Zuid-Amerika en Zuidoost-Azië. Commerciële medewerkers van [bedrijf 1] in Nederland reizen regelmatig naar deze landen om aldaar klanten te bezoeken en te werven.
Naast de in 2.16 genoemde werkzaamheden houden de werknemers van [bedrijf 1] in Nederland zich bezig met het doorgeleiden van de signalen (de uplinks en downlinks) via de satellieten naar grondstations of andere ontvangers.
3 Geschil en conclusies van partijen
In geschil is of de naheffingsaanslagen en de verzuimboeten terecht aan belanghebbende zijn opgelegd. Meer in het bijzonder is primair in geschil of de vestiging van de verzekeringnemer waarop de verzekering betrekking heeft zich in Nederland bevindt, en subsidiair of de vrijstelling voor transportverzekeringen (deels) van toepassing is.
Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, vernietiging van de uitspraak op bezwaar, vernietiging van de naheffingsaanslagen en de verzuimboeten, en tot toekenning van een vergoeding van de kosten van bezwaar, beroep en hoger beroep.
De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.