Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29-10-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3002, 24/286

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29-10-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3002, 24/286

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
29 oktober 2025
Datum publicatie
2 december 2025
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2025:3002
Formele relaties
Zaaknummer
24/286
Relevante informatie
Art. 6.17 Wet IB 2001

Inhoudsindicatie

Aanslag IB/PVV. Uitgaven voor specifieke zorgkosten. Uitgaven voor hulpmiddel (airconditioner) komen niet voor aftrek in aanmerking, omdat dit hulpmiddel niet hoofdzakelijk door zieke of invalide personen wordt gebruikt. Uitgaven voor vervoer in verband met ziekte komen gedeeltelijk voor aftrek in aanmerking, omdat het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel slaagt.

Uitspraak

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummer: 24/286

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] ,

wonend in [woonplaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 12 januari 2024, nummer BRE 22/4316, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst,

hierna: de inspecteur.

1 1. Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2018 opgelegd. Tevens is bij beschikking belastingrente in rekening gebracht.

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Belanghebbende heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de inspecteur.

1.6.

Partijen hebben ieder voor de zitting pleitnota’s toegezonden aan het hof. De griffier heeft deze pleitnota’s doorgestuurd naar de andere partij. Deze pleitnota’s worden met instemming van partijen geacht ter zitting te zijn voorgelezen.

1.7.

De zitting heeft plaatsgevonden op 14 augustus 2025 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen belanghebbende en zijn gemachtigden [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] , en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] en [inspecteur 2] .

1.8.

Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende is in 2015 getroffen door een zware hersenbloeding. Hij is toen enige tijd in het ziekenhuis en vervolgens in een revalidatiekliniek opgenomen. In 2018 was belanghebbende nog steeds aan het revalideren. Die revalidatie vond bij hem thuis plaats. Zijn ouders hebben hem in 2018 veelvuldig ondersteund in het revalidatieproces.

2.2.

Belanghebbende had in 2018 geen fiscale partner. Hij had de gedeeltelijke zorg voor zijn kinderen. De kinderen stonden niet op zijn adres ingeschreven.

2.3.

In de aangifte IB/PVV 2018 heeft belanghebbende een aftrekbaar bedrag aan uitgaven voor specifieke zorgkosten van € 6.803 aangegeven. Dit bedrag is als volgt gespecificeerd:

Uitgaven voor hulpmiddelen € 2.165

Uitgaven voor vervoer in verband met ziekte + € 5.550

Drempel uitgaven specifieke zorgkosten -/- € 912

Aftrekbaar bedrag specifieke zorgkosten € 6.803

De uitgaven voor hulpmiddelen bestaan uit de kosten voor de aanschaf van een airconditioner ten bedrage van € 1.719 en de aanschaf van een bril ten bedrage van € 447.

Volgens een door belanghebbende opgestelde specificatie zijn in 2018 12.322 kilometers gereden (0,40 cent per km = € 4.928,80). Tot de opgegeven uitgaven voor vervoer behoren ook externe vervoerskosten (taxi e.d.) (€ 275,40) en kosten voor rijlessen (€ 233).

2.4.

De inspecteur heeft de aftrek uitgaven voor specifieke zorgkosten niet verleend. De aanslag is vastgesteld naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 44.836. Tevens is bij beschikking € 271 belastingrente in rekening gebracht.

De inspecteur heeft de aanslag en de rentebeschikking bij uitspraak op bezwaar gehandhaafd.

2.5.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en de inspecteur veroordeeld tot het vergoeden van immateriële schade tot een bedrag van € 500 aan belanghebbende vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

3 Geschil en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de vraag of belanghebbende recht heeft op aftrek van specifieke zorgkosten.

3.2.

Niet meer in geschil is dat de kosten van de bril niet aftrekbaar zijn en, bij een gegrond hoger beroep, de kilometervergoeding € 0,35 zou moeten bedragen. Op de zitting bij het hof heeft belanghebbende zijn beroep op het vertrouwensbeginsel ten aanzien van het hulpmiddel (airconditioner) ingetrokken.

3.2.

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de aanslag IB/PVV 2018. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

4 Gronden

5 Beslissing