Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10-12-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3536, 23/1130

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10-12-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3536, 23/1130

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10 december 2025
Datum publicatie
21 januari 2026
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2025:3536
Formele relaties
Zaaknummer
23/1130
Relevante informatie
Wet op de omzetbelasting 1968 [Tekst geldig vanaf 01-01-2026], Art. 11, lid 1, onderdeel g Wet OB 1968

Inhoudsindicatie

Voor de inspecteur bestond geen reden om (incidenteel) hoger beroep in te stellen omdat de naheffingsaanslag volledig in stand is gelaten door de rechtbank.

Artikel 11 (1) g Wet OB (de medische vrijstelling). Uit alle feiten en omstandigheden die partijen hebben aangevoerd, concludeert het hof dat de door belanghebbende verrichte dienst bestaat uit een overeenkomst van opdracht tot het verlenen van gezondheidskundige verzorging en niet uit het ter beschikking stellen van personeel aan huisartsenpraktijken.

Uitspraak

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummer: 23/1130

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] , c.s., gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 6 juli 2023, nummer 21/1079, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst,

hierna: de inspecteur,

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014 opgelegd. Tevens is bij beschikking belastingrente in rekening gebracht.

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Belanghebbende heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de andere partij.

1.6.

De zitting heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2025 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen namens belanghebbende [persoon 1] (voorzitter van de raad van bestuur), [persoon 2] (werkzaam bij belanghebbende), [persoon 3] (controller) en [gemachtigde 1] , [gemachtigde 2] en [gemachtigde 3] , als gemachtigden van belanghebbende

en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] , [inspecteur 2] en [inspecteur 3] .

1.7.

Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

1.8.

Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met de uitspraak aan partijen ter beschikking wordt gesteld.

2 Feiten

2.1.

[A BV] ( [A BV] ) sluit overeenkomsten met huisartsenpraktijken, waarbij wordt overeengekomen dat werknemers worden ingezet als praktijkondersteuners huisartsenzorg somatiek bij de desbetreffende huisartsenpraktijken. [A BV] is voor deze werkzaamheden aangemerkt als ondernemer als bedoeld in de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB). [A BV] is onderdeel van belanghebbende.

2.2.

Praktijkondersteuners huisartsenzorg worden ingezet bij huisartsenpraktijken om zelfstandig chronische patiënten met somatische klachten (zoals diabetes mellitus, COPD en astma) te behandelen. Praktijkondersteuners bieden zelfstandig zorg aan specifieke groepen patiënten met chronische aandoeningen en aan ouderen. Hun taken richten zich met name

op preventie, begeleiding, monitoring en het bieden van voorlichting en educatie met betrekking tot het omgaan met deze chronische aandoeningen en de gevolgen daarvan. Vaak zijn praktijkondersteuners gespecialiseerd in één specifieke aandoening zoals diabetes, astma/COPD of ouderenzorg. De keuze voor het aantrekken van een praktijkondersteuner ligt bij de praktijkhouder (meestal de huisarts). De handelingen van een praktijkondersteuner vangen aan nadat een huisarts een diagnose heeft gesteld. Daarna neemt de praktijkondersteuner de gehele behandeling voor zijn rekening. De huisarts is niet direct bij iedere behandeling door een praktijkondersteuner betrokken.

2.3.

In 2014 sluit [A BV] een ‘Overeenkomst Praktijkondersteuning somatiek’ (overeenkomst 2014) met de huisartsenpraktijken, waarin – voor zover relevant – het volgende is opgenomen:

“(...)

[A BV] (...)

en

Huisartsenpraktijk (...)

overwegende dat:

• op basis van de beleidsregel BR/CU - 7004 (huisartsenzorg) van de NZa financiële middelen beschikbaar zijn gesteld voor POH-activiteiten vanuit de zorgverzekeraars.

• de huisartsenpraktijk belang heeft gebruik te maken van beschikbare financiering en daartoe gebruik wil maken van de diensten van [A BV] en dat [A BV] belang heeft bij de inzet van een praktijkondersteuner in de huisartsenpraktijk.

• de huisartsenpraktijk is voor de praktijkondersteuning somatiek een overeenkomst aangegaan met de zorgverzekeraars.

• deze overeenkomst heeft betrekking op de samenwerking tussen [A BV] en de huisartsenpraktijk op het gebied van praktijkondersteuning somatiek.

• de dienstverlening praktijkondersteuning somatiek betreft de eerstelijns ondersteuning van de huisarts, ten aanzien van met name somatische klachten (DM, COPD en CVRM) bij patiënten, zoals vastgelegd in zorgcontracten met de verzekeraars, waaronder:

- Consultatie

- Vraagverduidelijkingsgesprekken

- Kortdurende begeleiding van de patiënten in de behandeling bij de huisarts

- Casemanagement/continuïteit van zorg

- Netwerkfunctie

• de huisartsenpraktijk is en blijft verantwoordelijk voor de patiëntenzorg.

• partijen hebben naar elkaar een informatieplicht voor wat betreft kerngegevens die van belang zijn voor of samenhangen met praktijkondersteuning. In dit kader stelt de huisartsenpraktijk de relevante gegevens beschikbaar voor de periodieke verantwoording naar de zorgverzekeraars door [A BV] .

komen als volgt overeen:

Artikel 1 — De praktijkondersteuner

1. De praktijkondersteuner heeft kennis van de benodigde zorg en ontwikkelt deze mee. Met de huisartsen wordt gekeken hoe dit verder vorm gegeven kan worden.

2. Ieder jaar vindt een gezamenlijk evaluatiegesprek plaats tussen huisarts, praktijkondersteuner en leidinggevende [A BV] . Indien partijen van oordeel zijn dat de praktijkondersteuner niet naar behoren functioneert dan wel niet aan de te stellen kwaliteitseisen voldoet, dan zorgt [A BV] voor een plan van aanpak en/of adequate oplossing. Indien blijkt dat er geen verandering optreedt dan zorgt [A BV] uiteindelijk voor vervanging.

3. De praktijkondersteuner zelf is niet aansprakelijk voor schade die hij/zij mocht veroorzaken aan de huisarts of aan derden bij de uitoefening van de werkzaamheden voor de huisarts, tenzij de schade een gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid.

(...)

5. De praktijkondersteuner is in dienst van [A BV] . (...)

6. De praktijkondersteuner is verplicht deel te nemen aan het werkoverleg dat vanuit [A BV] wordt aangeboden. (...)

Artikel 2 — De huisartsenpraktijk

1. De praktijkondersteuner wordt in de huisartsenpraktijk aangestuurd door de huisarts(en). Over de concrete invulling van arbeid- en rusttijden maken de huisarts(en) en de praktijkondersteuner afspraken.

2. De huisartsartsenpraktijk stelt de praktijkondersteuner in staat om de POH-activiteiten op een goede wijze te vervullen en draagt zorg voor goede arbeidsomstandigheden, conform de Arbowetgeving.

(...)

Artikel 3 — Kwaliteit, vervanging en scholing

1. Bij langdurige ziekte of zwangerschapsverlof zorgt [A BV] voor vervanging van de praktijkondersteuner. Van langdurige ziekte is sprake vanaf twee weken aaneengesloten ziekteverzuim.

2. Wanneer de praktijkondersteuner verlof, anders dan regulier vakantieverlof, opneemt voor een periode langer dan twee aaneengesloten weken dan zorgt [A BV] voor eventuele vervanging.

3. Wanneer een praktijkondersteuner zijn arbeidscontract opzegt, zorgt [A BV] voor een opvolger of vervanger per datum dat de praktijkondersteuner niet meer werkzaam is in de praktijk.

4. De verplichting van [A BV] tot vervanging geldt niet voor specialistische taakgebieden die niet tot het reguliere takenpakket van een praktijkondersteuner behoren.

5. De praktijkondersteuner dient deel te nemen aan de jaarlijks verplicht gestelde praktijkondersteuning nascholingen vanuit [A BV] . Deze uren vallen binnen de begrootte praktijkondersteuningsuren van de huisartsenpraktijk. Alle andere nascholingsuren en kosten vallen hierbuiten en zijn voor eigen rekening en tijd van de praktijkondersteuner of huisarts.

6. [A BV] is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de praktijkondersteuners. Om dit te bevorderen zal [A BV] een goed inwerktraject verzorgen en de kwaliteit periodiek monitoren.

7. De praktijkondersteuner in dienst van [A BV] heeft ten minste een HBO opleiding Praktijkondersteuning. Als de praktijkondersteuner nog in opleiding is dient deze binnen de gestelde opleidingstijd de studie af te ronden, waarbij een uitloop van maximaal een jaar mogelijk is (vanwege herexamen, ziekte, zwangerschap e.d.). Een praktijkondersteuner die voor 2010 is aangesteld en niet voldoet aan bovenstaande opleidingseis, hoeft geen HBO opleiding praktijkondersteuning te volgen indien deze in het bezit is van een HBO-V diploma (niveau 5) of deze in het bezit is van een verpleegkundige niveau 4 opleiding met aanvullende opleiding zoals genoemd in het meest recente beleidsdocument POH S zorgverzekeraar.

Artikel 4 — De dienstverlening

1. De diensten worden met ingang van (...) voor een aantal (bruto) uren per week bij de huisarts verleend (zie bijlage specifieke datum en uren). Hieronder vallen ook reistijd (geen woon- werkverkeer) en opleidingstijd. In overleg tussen de huisarts, de betrokken praktijkondersteuner en [A BV] wordt ingevuld op welke dagen, op welke werkplek en hoelang de dienstverlening plaatsvind. In het algemeen vindt deze plaats binnen de gangbare kantoortijden in een vast rooster. In onderling overleg kunnen de huisarts en de praktijkondersteuner hier incidenteel van afwijken.

2. De huisartsenpraktijk draagt er zorg voor dat de uren praktijkondersteuning vanuit de contracten chronische zorgprogramma's gewaarborgd zijn binnen de afgenomen uren praktijkondersteuning van [A BV] .

3. De praktische invulling van de diensten wordt vormgegeven in overleg tussen de huisartsenpraktijk en de praktijkondersteuner.

4. [A BV] zal een contactpersoon aanwijzen voor zowel de praktijkondersteuner als de huisartsenpraktijk op het gebied van praktijkondersteuning somatiek.

Artikel 5 — Tarief dienstverlening, facturatie en betaling

1. Het tarief van de praktijkondersteuner somatiek bedraagt € 33,35 per bruto uur (prijspeil 2014) en wordt jaarlijks geïndexeerd conform de ontwikkeling van de cao huisartsenzorg en het tarief van de praktijkondersteuner somatiek in de DBC. (...)

Artikel 6 — Duur

1. Deze overeenkomst treedt in werking op (...) en is aangegaan voor de duur van drie jaar. (...)

(...)”

2.4.

De Handleiding COPD Maart 2014 van het Expertteam COPD [A BV] (de handleiding COPD) vermeldt onder meer:

“In deze handleiding zal de structuur worden uitgewerkt die noodzakelijk is om de COPD- patiënt in zijn eigen woonomgeving te begeleiden. Er zijn verwijs en terugverwijsafspraken tussen 1e en 2e lijn opgenomen. Het doel van deze handleiding is om te komen tot een kwalitatief goede en doelmatige zorg voor COPD patiënten en daarin kunnen ook andere zorgpartners een rol spelen. Het uitgangspunt is dat de praktijkondersteuner de zorg uitvoert maar dat de huisarts eindverantwoordelijk blijft voor de COPD zorg binnen zijn of haar praktijk.

(...)

De huisarts en praktijkondersteuner evalueren de uitkomsten van de verschillende

onderzoeken om de diagnose te kunnen stellen. Hierbij kan altijd het expertteam worden geraadpleegd als eerstelijns kenniscentrum.

(...)

De praktijkondersteuner geeft individuele voorlichting waardoor COPD-patiënten kennis, inzichten en vaardigheden verwerven

(...)

Bij onvoldoende verbetering (aanhoudende klachten van dyspneu) kiest de praktijkondersteuner, in overleg met de huisarts, een andere soort luchtwegverwijder na twee weken, of voegt een middel van de andere soort toe.

(...)

Bij patiënten met frequente exacerbaties (twee of meer per jaar) overweegt de praktijkondersteuner, in overleg met de huisarts, een behandeling met inhalatiecorticosteroïden (ICS)

(...)

Als de exacerbaties niet afnemen, wordt de behandeling gestaakt. De praktijkondersteuner en huisarts overwegen bij patiënten met stabiel matig ernstig COPD (FEV1 > 50% van de voorspelde waarde) die ICS gebruiken, ICS te staken en het verdere beleid te laten afhangen van het al of niet optreden van exacerbaties of een geleidelijkere toename van de luchtwegklachten in de aansluitende twee maanden.”

2.5.

Een praktijkondersteuner wordt vanuit [A BV] vakinhoudelijk begeleid en geadviseerd door een gespecialiseerd verpleegkundige (GVK). De GVK wordt geconsulteerd door het basisteam waaronder de praktijkondersteuner. De GVK controleert het resultaat, de inhoud en kwaliteit van het werk van de praktijkondersteuners. Het functieprofiel Gespecialiseerde verpleegkundige (DM, CVRM en COPD) van maart 2014 vermeldt onder meer:

1. Doelstelling van de functie

De Gespecialiseerde verpleegkundige speelt een belangrijke rol in de uitvoering van het eerstelijns chronisch zorgprogramma DM, CVRM en COPD. De GVK is een duidelijk herkenbaar gezicht voor de gehele zorgketen en maakt deel uit van en is de spil binnen het expertteam. De GVK heeft primair de consultfunctie voor het basisteam en is aanspreekpunt voor de tweede lijn.

Daarnaast heeft de GVK een centrale rol in het ontwikkelen en initiëren van nieuwe procedures, protocollen, en richtlijnen en de ontwikkeling en vormgeving van zorgarrangementen. De GVK onderwerpt bestaande zorgstructuren en behandelingsvormen aan toetsing en evaluatie. De GVK draagt bij aan deskundigheidsbevordering en aan de ontwikkeling van de zorg.

(...)

2. Plaats in de organisatie

De GVK is in dienst van [A BV] . (...)

(...)

3.2

Professiegebonden taken: de verzameling van taken die verbonden zijn aan behoud, ontwikkeling en kwaliteit van professionele beroepsuitoefening.

Dit zijn taken zoals borgen en bevorderen van de kwaliteit van zorg binnen de keten. De GVK heeft als belangrijke taak de protocollen te (mede)ontwikkelen en op praktijkniveau te implementeren en dit proces te begeleiden. Ook is een belangrijke rol voor de GVK weggelegd in het auditen van de zorg op praktijkniveau. Kortom de GVK heeft een koploperfunctie betreffende de protocollering en het toetsen van praktijken aan deze standaarden.

Kerntaken zijn:

 Ontwikkelen van deskundigheid in eigen beroepsmatig handelen;

 Bevorderen van deskundigheid in beroepsmatig handelen van collegae;

 (Mede) Ontwikkelen van richtlijnen en protocollen;

 Borgen en bevorderen van de kwaliteit van zorg;

 Professionaliseren van beroepsuitoefening als Gespecialiseerde verpleegkundige.

(...)”

2.6.

Het Kwaliteitshandboek [A BV] Chronische Zorg, organisatiehandboek [A BV] van 11 mei 2015 (het Kwaliteits- en organisatiehandboek) vermeldt onder meer:

“Binnen de visie van [A BV] is de zorgverlener hoofdcontractant waar ook het hoofdaandeel van de uitvoering van het ketenprogramma ligt. Bij de zorg voor chronische patiënten zijn dit de huisartsen. [A BV] heeft de opdracht om voor haar huisartsen vanaf januari 2010 de

zorgprogramma’s Diabetes Mellitus, COPD, Cardiovasculair Risicomanagement voor haar

huisartsen te organiseren onder de beleidsregel Prestatiebekostiging multidisciplinaire

zorgverlening chronische aandoeningen.

Binnen [A BV] wordt de chronische zorg geleverd vanuit de eerste lijn. Het basisteam

dat de zorg vanuit de huisartsenpraktijk verleent bestaat uit de huisarts, doktersassistente en

de praktijkondersteuner. Dit basisteam wordt bijgestaan door een expertteam dat hen

medisch inhoudelijk ondersteuning kan bieden bij consultatievragen en

kwaliteitsvraagstukken. Het expertteam zorgt in samenwerking met de medische werkgroep

voor de ontwikkeling en het onderhoud van de protocollen binnen een zorgprogramma.

(...)

Het primaire zorgproces in de huisartsenpraktijk bestaat uit selecteren, oproepen,

diagnostiek, behandeling en follow up. De deelnemende praktijken voeren deze procesfasen

uit volgens de aangewezen protocollen. (...) Het is de verantwoordelijkheid van de [A BV] deze procesfasen goed te organiseren zodat de praktijken in het primaire proces optimale zorg kunnen leveren aan patiënten

(...)

In de regio’s Midden Limburg en Westelijke Mijnstreek is het initiatief genomen om integrale ketenzorg te leveren middels collectieve zorgprogramma’s. [A BV] wil door middel van oprichting van een Zorggroep de samenhang in de ketenzorg versterken en de coördinatie verbeteren met het doel complicaties vroegtijdig op te sporen, te beperken of te voorkomen en zo de kwaliteit van leven voor patiënten te optimaliseren. In onze visie heeft de huisarts de regie in de ketenzorg en is Zorggroep [A BV] hoofdcontractant voor de

zorgverzekeraar over specifieke zorgprogramma’s. Door afspraken te maken volgens de

zorgstandaarden over de uitvoering binnen de beroepsgroep zelf en met de partners in de

keten, wil de zorggroep gestructureerd en toetsbaar wijkgerichte zorg verlenen.

[A BV] levert reeds Diabeteszorg, COPD zorg, Astma zorg en CVRM zorg aan niet-

gecompliceerde diabetes type 2 patiënten, COPD patiënten, Astma patiënten en secundaire

CVRM patiënten.

(...)

Omdat een team van zorgverleners betrokken is bij de chronische zorgprogramma’s, adviseert de zorgstandaard om één zorgverlener aan te wijzen als de eerstverantwoordelijke: de centrale zorgverlener. De centrale zorgverlener is het aanspreekpunt voor het gehele behandelteam inclusief de patiënt. De centrale zorgverlener heeft daarom een centrale rol in de totstandkoming en naleving van het individuele zorgplan.

(...)

Tabel 1: Kernelementen CCM binnen [A BV] Chronische Zorg

Ontwerp van het Zorgproces

(...)

Praktijkondersteuner centrale zorgverlener als coach voor opstellen individueel zorgplan met patiënt (i.s.m. huisarts)

(...)

(...)

[A BV] heeft tot doel de huisartsen in Westelijke Mijnstreek en Midden Limburg

zorginhoudelijk en bedrijfsmatig te ondersteunen. Zij is de contractant voor collectieve

zorgprogramma’s naar de zorgverzekeraar toe.

(...)

3.1.3.

Praktijkniveau

Basisteam Huisartsenpraktijk

Huisarts en doktersassistente

De huisarts is primair behandelaar van chronische zorg patiënten en eindverantwoordelijke voor de eerstelijns zorg. [A BV] is namens de huisartsen hoofdcontractant voor de zorgverzekeraar en onderhandelaar naar de ketenzorgpartners. De huisartsenpraktijken conformeren zich met hun aansluiting bij de zorggroep aan de collectief gemaakte afspraken. Zij sluiten hiertoe een aansluitovereenkomst met het bestuur. (...)

Praktijkondersteuner

Voorwaarde voor de aansluiting bij de zorgprogramma’s is dat in de huisartsenpraktijk een praktijkondersteuner werkzaam is. De praktijkondersteuner heeft in de uitvoering van het ketenzorgprogramma een spilfunctie als patiëntmanager. Zij ziet erop toe dat de keten sluit, er geen schakels worden gemist en de zorg op afgesproken niveau wordt geleverd. Ook de praktijkondersteuner werkt conform de collectief gemaakte afspraken.

Expertteam

Het expertteam is een team van deskundigen op lokaal niveau ter ondersteuning van de primaire processen op praktijkniveau betreffende bepaald zorgprogramma. In de Medittaregio’s is voor ieder zorgprogramma één expertteam opgericht. Het doel voor het expertteam is naast kennisondersteuning tweeledig:

1. het geven van consulten en adviezen aan het basisteam van de huisartsenpraktijken;

2. het jaarlijks auditen van de chronische zorg op praktijkniveau en doen van aanbevelingen op het gebied van scholingen om uiteindelijk te komen tot het verbeteren van de kwaliteit van zorg in de praktijken.

Dit betekent:

- ontwikkeling van een format voor de audit;

- analyse van de verzamelde gegevens verkregen uit de audits en het opstellen van een verbeterplan per praktijk en regionaal;

- ontwikkeling van een format voor de verslaglegging van de audit;

- het opstellen van een rooster voor de audits.

Het aanspreekpunt van het expertteam rapporteert tweemaandelijks over de voortgang van de auditing aan het management. Naast deze taken heeft het expertteam ook een rol in de protocolontwikkeling in de medische werkgroep. Het expertteam bestaat uit een CHBB gekwalificeerde kaderarts en een gespecialiseerd verpleegkundige.

Gespecialiseerd verpleegkundige

De gespecialiseerd verpleegkundige is de spil in het expertteam. Zij heeft primair de

consultfunctie voor het basisteam en is aanspreekpunt voor de tweede lijn. De verpleegkundige heeft in de implementatiefase tevens de taak om op praktijkniveau de implementatie op medisch gebied te begeleiden. Hiertoe zal zij het basisteam in de praktijken persoonlijk informeren, instrueren en begeleiden. Het is belangrijk dat er één duidelijk herkenbaar gezicht is per zorgprogramma. De gespecialiseerd verpleegkundigen hebben een dienstverband bij [A BV] .

3.2

Contracteren afnemers

Binnen de [A BV] regio is [zorgverzekeraar] marktleider. In eerste instantie voert [A BV] de onderhandelingen met [zorgverzekeraar] alvorens het definitieve zorgprogramma en daaraan gekoppeld DBC tarief is vastgesteld door beide partijen. Nadat er overeenstemming is bereikt worden de zorgprogramma’s tevens aan de verre zorgverzekeraars aangeboden.

Met de zorgverzekeraar zijn afspraken in een contract vastgelegd over:

o Zorginhoud

o Prestatie indicatoren

o Kwaliteitsrapportages (inhoud, vorm en frequentie)

o Tarieven

o Declaratietermijnen

o Planning

o Verantwoordelijkheden

o Rechten en plichten

3.3

Contracteren zorgverleners

[A BV] biedt de zorgprogramma’s aan aan de verschillende partijen die interesse hebben in deelname. Met de deelnemers worden contractafspraken gemaakt. De contracten met de verschillende partijen zijn een vertaalslag van de overeenkomst die [A BV] heeft gesloten met de zorgverzekeraars.

Bij de opstelling van deze contracten biedt een juriste vanuit de brancheorganisatie

ondersteuning.

Huisartsen

Vanuit [A BV] is er een raamovereenkomst voor de deelnemende huisartsen opgesteld die van toepassing is op alle zorgprogramma’s van [A BV] . Voor de deelname aan de zorgprogramma’s is een bijlage (addendum) per zorgprogramma specifiek toegevoegd.

Hiervoor is gekozen omdat er in de algemene bepalingen veel overlap zit en het onnodig is dit telkens in alle overeenkomsten opnieuw op te nemen.

(...)

3.4

Implementatie richtlijnen en protocollen

[A BV] draagt zorg voor de implementatie van de zorgprogramma’s en de daarbij horende nieuwe protocollen in de praktijken. Hierbij wordt ondersteuning vanuit de organisatie geboden om de afgesproken werkwijze in de dagelijkse praktijkvoering vorm te geven. Bij de implementatie van nieuwe zorginitiatieven ervaren zorgverleners vaak knelpunten op praktijkniveau. (...)

[A BV] inventariseert bij aanvang van het implementatietraject welke knelpunten/risico’s op praktijkniveau worden verwacht zodat de acties die worden ingezet aansluiten op de praktijk en deze risico’s zoveel mogelijk worden aangepakt. In deze paragraaf wordt rekening houdend met bovengenoemde knelpunten de implementatie uitgewerkt in verschillende activiteiten om te veranderen.

In de loop van het implementatietraject verschuiven de strategieën van informerende en educatieve naar meer faciliterende activiteiten.

(...)

[A BV] Chronische Zorg

In Caresharing dienen de data te worden verzameld voor zorgverlening, evaluatie en

declaratie. De data worden volgens het format vastgelegd en opgeslagen. De informatie op

individueel patiëntniveau is voor de zorgverleners die daarvoor geautoriseerd zijn

toegankelijk. Registratie en informatie zijn voorwaardenscheppend voor respectievelijk meten en beoordelen. De collectieve data worden door [A BV] gebruikt om te rapporteren naar de zorgverzekeraar. Daarnaast leveren deze data spiegelinformatie voor de

zorgverleners zelf. Op basis van data wordt eventueel besloten verbeteracties op te zetten.

De registratie van de zorgprocessen is in de financiële module de basis voor de declaratie.

2.7.

Tot de gedingstukken behoort een ondertekende verklaring van een gespecialiseerd verpleegkundige DM. De verklaring vermeldt onder meer:

“(...) is sinds 1 januari 2008 tot op heden werkzaam voor [A BV] als gespecialiseerd verpleegkundige. Primair vervult de gespecialiseerd verpleegkundige een consultatiefunctie voor huisartsen, praktijkondersteuners en doktersassistenten t.a.v. kennisondersteuning voor speciale zorgvragen en heeft een belangrijke rol in het borgen en bevorderen van de kwaliteit van zorg binnen de keten en vervult een koploperfunctie betreffende protocollering en het toetsen van praktijken aan deze standaarden. De gespecialiseerd verpleegkundige neemt een centrale coordinerende positie in binnen het expertteam (kaderhuisarts en programmamanager) m.b.t. de bedrijfsvoering en deskundigheidsbevordering. Dit houdt in dat de gespecialiseerd verpleegkundige protocollen implementeert, monitort en begeleidt de praktijken in het implementeren hiervan.

(...)

Feitelijke werkwijze van [A BV]

(...)

 De uitvoering van de werkzaamheden door de POH-S gebeurt volgens protocollen en handleidingen zoals de ‘Handleiding DM type II’. Deze protocollen en handleidingen worden landelijk door de NHG voorgeschreven waarbij [A BV] geen inspraak heeft op de inhoud van de handleiding. De controle van de kwaliteit van de door de POH-S geleverde zorg gebeurt door de gespecialiseerd verpleegkundige.

 De gespecialiseerd verpleegkundige is in dienst van [A BV] , geschoold in de specialistische zorg die de POH’s verrichten en onderdeel van het expertteam (samen met de kaderarts en programmamanager). Binnen dit expertteam is de gespecialiseerd verpleegkundige het eerste aanspreekpunt voor de POH voor inhoudelijke vragen. De gespecialiseerd verpleegkundige heeft hiermee namens [A BV] een sturende rol ten aanzien van de kwaliteit van de inhoudelijke werkzaamheden die door de POH worden verricht.

 Waar nodig zal de gespecialiseerd verpleegkundige met de andere onderdelen van het expertteam schakelen zoals de kaderarts. De inhoudelijke vragen worden door de gespecialiseerd verpleegkundige opgepakt en niet de huisarts omdat de huisarts niet gespecialiseerd is in de zorg die de POH levert en daarom niet in staat is om deze vragen op te pakken.

 De uitvoering van de werkzaamheden door [A BV] in het kader van de praktijkondersteuning verschillen niet wezenlijk in 2021 ten opzichte van 2014.

 Wanneer een POH-S niet voldoet aan de normen en kwaliteit die gesteld worden zal [A BV] voor vervanging van de POH-S zorgen.

 De gespecialiseerd verpleegkundige zal, namens [A BV] , de volgende stappen ondernemen om de inhoud en kwaliteit van de werkzaamheden van de POH te toetsen:

o De gespecialiseerd verpleegkundige zal gemiddeld jaarlijks de deelnemende huisartsenpraktijken visiteren voor een audit. Tijdens deze audit wordt het programma kritisch onder de loep genomen waarbij het handelen van alle deelnemende partijen wordt getoetst.

o Een audit kan verbeterpunten opleveren in de zorg op praktijkniveau en op zorggroepniveau.

o Een audit kan voor de POH-S individuele verbeterpunten opleveren. Hiervoor zal zij op medisch inhoudelijk vlak zelf scholing/coaching verzorgen. Voor organisatorische verbeterpunten met betrekking tot bijvoorbeeld spreekuurvoering zal zij de teamleider van [A BV] inschakelen.

 Als blijkt dat de inhoud en kwaliteit van de werkzaamheden niet voldoende is dan zal de verpleegkundige een plan van aanpak opstellen, waarbij het volgende kan worden ingezet:

o Kennistoets om de hiaten inzichtelijk te maken op competentieniveau.

o Extra scholing dmv klinische lessen en/of vaardigheidstrainingen.

o Training on the job door meelopen met een spreekuur

Het plan van aanpak omvat ook evaluatiemomenten om het proces te borgen.

(...)”

2.8.

Tot de gedingstukken behoort een ondertekende verklaring van een kaderhuisarts. De verklaring vermeldt onder meer:

“(...) is vanaf 1 januari 2013 tot 31 december 2020 werkzaam geweest voor [A BV] als lid van het expertteam Astma/COPD. Hij heeft de kaderopleiding Astma/COPD met goed gevolg afgerond en heeft een registratie in het CHBB tot 5 april 2027. Kaderhuisartsen zijn huisartsen met bijzondere medisch-inhoudelijke en organisatorische bekwaamheden op een specifiek gebied, bijvoorbeeld diabetes mellitus, Astma/COPD, paliatieve zorg, ouderenzorg of de GGZ. (...) is nog steeds praktijkhoudend huisarts in de regio en maakt in die hoedanigheid gebruik van de chronische zorg van [A BV] .

(...)

Feitelijke werkwijze van [A BV]

(...)

 De uitvoering van de werkzaamheden door de POH-S gebeurt volgens protocollen en handleidingen zoals de ‘Handleiding DM type IV. Deze protocollen en handleidingen worden landelijk door de NHG voorschreven waarbij [A BV] geen inspraak heeft op de inhoud van de handleiding. De controle van de kwaliteit van de door de POH-S geleverde zorg gebeurt door de gespecialiseerd verpleegkundige.

 De uitvoering van de werkzaamheden door [A BV] in het kader van de praktijkondersteuning verschillen niet wezenlijk in 2021 ten opzichte van 2014.

 Wanneer een POH-S niet voldoet aan de normen en kwaliteit die gesteld worden zal [A BV] voor vervanging van de POH-S zorgen.”

2.9.

In het verslag van het hoorgesprek van 23 december 2020 is onder meer vermeld:

“De [huisarts] benadrukt dat een POH-er Somatiek geheel zelfstandig werkt. De POH-er is daarvoor apart geschoold. De POH-er is een HBO-opgeleide verpleegkundige met een BIG-registratie. Deze POH-er is bevoegd om recepten uit te schrijven. Door de BIG-registratie heeft een POH-er een zelfstandige verantwoordelijkheid voor het resultaat en een tuchtrechtelijke aansprakelijkheid.

Naast de genoemde tuchtrechtelijke aansprakelijkheid van de POH-er zelf blijft de huisarts altijd eindverantwoordelijk. De [bestuurder van [A BV] ] merkt hierbij nog op dat naast de huisarts ook anderen aansprakelijk kunnen zijn. Zo zou [A BV] BV aansprakelijk kunnen zijn als zij bijvoorbeeld ernstig tekort zou zijn geschoten in de bijscholing van de POH-er. Alle betrokkenen in een zorgketen kunnen aansprakelijk zijn.

De [huisarts] geeft aan dat meer ervaren en oudere huisartsen in principe de vaardigheid en kennis hebben om de handelingen van een POH-er Somatiek zelf te verrichten. Zij hebben immers die ervaring zelf opgedaan in de tijd dat er geen POH-ers bestonden. Die ervaring hebben jongere huisartsen in beginsel niet. Zij delegeren deze handelingen immers van het begin af aan de POH-er.

Een patiënt komt niet eerder bij een POH-er voordat door de huisarts de diagnose is gesteld en het behandelingsplan is vastgesteld. Vanaf het moment dat een huisarts dat heeft gedaan communiceert een patiënt rechtstreeks met de POH-er. De huisarts is niet direct bij iedere behandeling door een POH-er betrokken; hij is er slechts op de achtergrond bij betrokken.

(...)

De [huisarts] merkt op dat POH-ers essentiëel zijn om een huisartsenpraktijk goed te kunnen laten functioneren. Als hij in zijn praktijk niet zou beschikken over POH-ers kan hij de praktijk in de huidige omvang niet voortzetten. De druk op de huisartsenpraktijk is al enorm groot; hij heeft niet de ruimte om die werkzaamheden ook nog zelf te moeten doen. Ook vanuit het oogpunt van kwaliteit, kunnen chronisch zieke cliënten niet op de huidige wijze behandeld worden. Hij wijst er ook op dat een verzekeraar met hem geen overeenkomst voor bijvoorbeeld een DBC diabetes chronische zorg sluit als er binnen de praktijk geen POH-er Somatiek werkzaam is. Zonder POH-ers kan zijn praktijk de noodzakelijke zorg niet leveren (zorginfarct).”

2.10.

Vanaf 2021 sluit [A BV] overeenkomsten met huisartsenpraktijken voor de inzet van praktijkondersteuners huisartsenzorg somatiek (overeenkomst 2021), waarbij de (model)overeenkomst gewijzigd is ten opzichte van de modelovereenkomst die eerder – ook in 2014 – werd gehanteerd. Een van de wijzigingen is dat de titel ‘Overeenkomst van opdracht’ betreft. De inspecteur heeft met betrekking tot de situatie in 2021, waarbij de contracten gesloten zijn op basis van de modelovereenkomst 2021, (na overleg en het doorlopen van een bezwaarfase) het standpunt ingenomen dat de medische vrijstelling van toepassing is op de inzet van alle praktijkondersteuners huisartsenzorg die bij belanghebbende in dienst zijn.

2.11.

Het proces-verbaal van de Rechtbank vermeldt onder meer:

“De gemachtigde verklaart:

U houdt mij voor dat in de overeenkomst van 2014 vermeldt dat de praktijkondersteuner in de huisartsenpraktijk wordt aangestuurd door de huisarts, wat niet vermeld is in de overeenkomst van 2021. Dat klopt, maar de aansturing vanuit de huisarts houdt in dat bijvoorbeeld wordt gezegd binnen welke tijden de praktijkondersteuner moet werken. Het houdt niet in dat de praktijkondersteuner onder toezicht van de huisarts werkt.

Belanghebbende verklaart:

De praktijkondersteuner voert zelfstandige consulten naar aanleiding van protocollen van chronische zorg. De praktijkondersteuner heeft een eigen agenda. Er wordt enkel met een huisarts overlegt als bijvoorbeeld een verwijzing nodig is. want een praktijkondersteuner kan niet verwijzen. Een consult van een praktijkondersteuner kan bestaan uit diagnostiek, wegen, bloeddruk meten of longcapaciteit meten. Er kan een verpleegplan opgesteld worden, waarbij ook wordt gekeken of iemand een doorverwijzing nodig heeft naar bijvoorbeeld een diëtist of fysiotherapeut. Wat binnen het protocol gebeurt, doet de praktijkondersteuner zelfstandig. Een verpleegplan houdt in hoe vaak iemand langskomt en wat de wensen zijn van de patiënt, zoals stoppen met roken. De praktijkondersteuner rapporteert in een digitaal systeem. Als de praktijkondersteuner constateert dat het met een patiënt niet goed gaat, kan de praktijkondersteuner kiezen of er wordt geconsulteerd met de huisarts of met een gespecialiseerd verpleegkundige die bij ons in dienst is. Een huisarts wordt er altijd van op de hoogte gebracht als tijdens behandeling door de praktijkondersteuner blijkt dat het niet goed gaat met een patiënt.”

2.12.

Tussen belanghebbende en de inspecteur heeft in 2018 en 2019 overleg plaatsgevonden over de vraag of de vrijstelling van artikel 11, lid 1, onderdeel g, sub 1° a, van de Wet OB (de medische vrijstelling) van toepassing is op de dienst die [A BV] verricht. De inspecteur heeft het standpunt ingenomen dat dit niet het geval is en heeft vervolgens de naheffingsaanslag opgelegd.

2.13.

De naheffingsaanslag is opgelegd naar een bedrag van € 611.765. Tevens is bij beschikking € 123.100 belastingrente in rekening gebracht.

De inspecteur heeft de naheffingsaanslag en de rentebeschikking bij uitspraak op bezwaar gehandhaafd.

3 Geschil en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de dienst die belanghebbende aan de huisartsen verricht kan worden aangemerkt als gezondheidskundige verzorging zoals bedoeld in artikel 11, lid 1, aanhef en onderdeel g, sub 1° a, Wet OB (de medische vrijstelling).

3.2.

Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het hoger beroep en tot vermindering van de naheffingsaanslag omzetbelasting met een bedrag van € 411.765.

3.3.

De inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het hoger beroep.

3.4.

Tussen partijen is niet meer in geschil dat de praktijkondersteuners die in dienst zijn van belanghebbende beschikken over de vereiste beroepskwalificaties om de medische vrijstelling toe te passen.

3.5.

Tussen partijen is ook niet in geschil dat de praktijkondersteuners gezondheidskundige zorg van de mens verrichten. Daarbij is wel in geschil of belanghebbende ter zake een dienst verricht die bestaat uit het ter beschikking stellen van personeel aan huisartsenpraktijken waarop de medische vrijstelling niet van toepassing is.

4 Gronden

5 Beslissing