Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-12-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3621, 23/1844
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-12-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3621, 23/1844
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 17 december 2025
- Datum publicatie
- 3 februari 2026
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2023:7638, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 23/1844
Inhoudsindicatie
Art. 20, lid 3, AWR, art. 5, lid 1, AWR, art. 3:41, lid 1, Awb; inspecteur heeft met het verzendrapport aannemelijk gemaakt dat de naheffingsaanslag tijdig is aangeboden aan het postvervoerbedrijf, zodat de naheffingsaanslag tijdig op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Aangezien de latere dagtekening binnen de naheffingstermijn valt, is de naheffingsaanslag binnen de naheffingstermijn van vijf jaren opgelegd. Hoger beroep is ongegrond.
Uitspraak
Team Belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 23/1844
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende 1] B.V., [belanghebbende 2] B.V. gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 2 november 2023, nummer BRE 22/3590, in het geding tussen belanghebbende en
de inspecteur van de Belastingdienst,
hierna: de inspecteur.
1 Ontstaan en loop van het geding
Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van € 105.000 (de naheffingsaanslag). Bij gelijktijdig gegeven beschikkingen is een verzuimboete van € 5.278 opgelegd (de verzuimboete) en is belastingrente in rekening gebracht van € 19.743 (de rentebeschikking).
De inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar de naheffingsaanslag en de verzuimboete gehandhaafd. De rentebeschikking is bij uitspraak op bezwaar verminderd naar nihil.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 26 november 2025 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen namens belanghebbende, haar gemachtigde [gemachtigde] , en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] , [inspecteur 2] en [inspecteur 3] .
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met de uitspraak aan partijen ter beschikking wordt gesteld.
2 Feiten
Belanghebbende is een fiscale eenheid voor de omzetbelasting, bestaande uit [belanghebbende 1] B.V. en [belanghebbende 2] B.V. De activiteiten van [belanghebbende 2] B.V. bestaan (onder meer) uit het verzorgen en trainen van, alsmede de handel in paarden.
Belanghebbende heeft in 2016 de (gedeeltelijke) eigendom van twee paarden verkocht. Belanghebbende heeft op de leveringen het nultarief1 toegepast.
De inspecteur heeft met betrekking tot de in 2.2 genoemde leveringen de naheffingsaanslag met dagtekening 29 december 2021 opgelegd.
3 Geschil en conclusies van partijen
In geschil is uitsluitend of de naheffingsaanslag en de verzuimboete terecht aan belanghebbende zijn opgelegd en meer in het bijzonder of de naheffingsaanslag binnen de naheffingstermijn is opgelegd. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend, de Inspecteur bevestigend.
Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, vernietiging van de uitspraak op bezwaar, vernietiging van de naheffingsaanslag en de verzuimboete en tot toekenning van een vergoeding van de proceskosten.
De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.