Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-12-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3623, 23/1845
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-12-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3623, 23/1845
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 17 december 2025
- Datum publicatie
- 3 februari 2026
- Zaaknummer
- 23/1845
- Relevante informatie
- Art. 225 Gemw
Inhoudsindicatie
Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Op terrein gold achteraf betaald parkeren en was betalen via een app nog niet mogelijk. Belanghebbende heeft via een parkeerapp voor een andere zone parkeerbelasting voldaan. Het hof is van oordeel dat het aannemelijk is dat belanghebbende op het parkeerterrein geparkeerd stond. Op belanghebbende rust de onderzoeksplicht om na te gaan hoe parkeerbelasting voldaan moet worden. De betaalde parkeerbelasting voor de andere zone hoeft niet verrekend te worden met de naheffingsaanslag parkeerbelasting. Het hoger beroep is ongegrond.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 23/1845
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg (hierna: de rechtbank) van 18 december 2023, nummer ROE 23/388, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Limburg,
hierna: de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof.
Partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn via Mijn Rechtspraak doorgestuurd naar de andere partij.
De zitting heeft plaatsgevonden op 26 september 2025 in ’s-Hertogenbosch. Voor de zitting hebben belanghebbende en zijn gemachtigde schriftelijk laten weten dat zij niet ter zitting zullen verschijnen. Namens de heffingsambtenaar zijn [heffingsambtenaar 1] en [heffingsambtenaar 2] verschenen. De heffingsambtenaar heeft tijdens de zitting kopieën overgelegd van foto’s.
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten. Het hof heeft vervolgens het vooronderzoek hervat en belanghebbende in de gelegenheid gesteld om schriftelijk te reageren op de door de heffingsambtenaar ter zitting overlegde foto’s, die via Mijn Rechtspraak met belanghebbende zijn gedeeld. Belanghebbende heeft schriftelijk gereageerd.
Geen van partijen heeft – na navraag door het hof – verklaard gebruik te willen maken van hun recht om op een nadere zitting te worden gehoord. Het hof heeft partijen schriftelijk medegedeeld dat het onderzoek is gesloten.
2 Feiten
Op 20 april 2022 om 08:54 uur is belanghebbendes auto, met kenteken [kenteken] (hierna: de auto), het parkeerterrein aan [adres] in [plaats] (hierna: het parkeerterrein) opgereden en om 11:02 uur is belanghebbendes auto van het betreffende parkeerterrein afgereden. Op de betreffende locatie geldt achteraf betaald parkeren, wat middels een camerasysteem wordt geregeld. Tijdens een controle is geconstateerd dat belanghebbende voor het betreffende parkeerterrein geen parkeerbelasting heeft voldaan.
Naar aanleiding van bovenvermelde constatering is aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 66,80, bestaande uit een bedrag aan belasting van € 1,50 en kosten naheffing van € 65,30 (hierna: de naheffingsaanslag).
3 Geschil en conclusies van partijen
In geschil is of de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd.
Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en van de naheffingsaanslag. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.